Leerplicht

Nieuws

Al het nieuws over leerplicht

Veelgestelde vragen

  • Mogen leerlingen onder schooltijd naar een fysiotherapeut, logopedist, orthopedagoog, rt´er (met een eigen praktijk), haptonoom, en dergelijke gaan? En/of mag de therapeut onder schooltijd binnen de school zijn diensten uitoefenen?

    Artikel 41 lid 2 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO)/artikel 46 lid 2 Wet op de expertisecentra (WEC) biedt de mogelijkheid tot het verlenen van vrijstelling van bepaalde onderwijsactiviteiten door het bestuur. De vraag is echter of hieronder de activiteiten van een rt´er (met een eigen praktijk), fysiotherapeut, et cetera vallen. Alleen als de huisarts, specialist of kinderpsychiater nadrukkelijk een verklaring afgeeft van de medische of psychiatrische noodzakelijkheid van de behandeling, dan kunnen de activiteiten als vervangende activiteiten worden beschouwd en mag de leerling tijdens schooltijd aan de vervangende activiteiten meedoen. Leerlingen hebben recht op 1.000 uur onderwijs ( of varianten 880 uur/940 uur) per schooljaar en de inspectie zal altijd vragen naar deze onderwijstijd. De inhoud van dit artikel heeft betrekking op vervanging van de ene onderwijsactiviteit door een andere onderwijsactiviteit. Het gaat erom dat er een alternatief wordt geboden als aan een bepaalde les niet wordt deelgenomen. Logopedie tijdens de taallessen zou bijvoorbeeld mogelijk als vervanging kunnen gelden, maar daarbij rijst de vraag of de logopedist in dienst is van het bestuur of ingehuurd is. En of het bestuur beleid hierop gemaakt heeft. In die gevallen is het antwoord 'ja'.

    Het antwoord is 'nee' als de logopedist een zelfstandige is (niet aansprakelijk te stellen want hij of zij heeft geen bestuursaanstelling c.q. bestuursbenoeming), dan zullen de activiteiten na schooltijd moeten plaatsvinden in de eigen praktijk van de therapeut.

    Het is niet aan de ouders om te bepalen of hun zoon of dochter aan vervangende activiteiten voor de schoolactiviteiten mag deelnemen. Dit moet plaatsvinden in overleg met de directie van de school en is gebonden aan wet- en regelgeving.

    Tot slot zijn er nog enkele bijkomende aandachtspunten:

    • heeft de school, of het bestuur, uitspraken gedaan over commercieel gebruik van het gebouw, over de inbreng van de commercie in het schoolactiviteitenplan?
    • is de gemeente op de hoogte in verband met onderhuur?
    • heeft de (G)MR met een en ander ingestemd?
    • als een leerling vrij wil hebben voor een middag of een dagdeel om onderzoek te doen, dan geldt genoemd wetsartikel niet.
  • Waar kan ik meer informatie vinden over de leerplichtwet?

    Op http://leerplichtwegwijzer.nl staat een algemene vraagbaak voor leerplicht en de aanpak van voortijdig schoolverlaten. U vindt er antwoorden op veel vragen over leerplicht, zoals: wanneer begint de leerplicht, mogen leerlingen buiten de schoolvakanties om met vakantie, welke religieuze feestdagen zijn er, wanneer is iemand een voortijdig schoolverlater, wat is een startkwalificatie, mag een leerling wel worden verwijderd? 

    Leerplichtnet heeft een speciale functie voor ouders en scholen van leerlingen van acht gemeenten in het westen van de provincie Utrecht. Via een beveiligd gedeelte kunnen scholen melding maken van verzuim, voortijdig schoolverlaten en in- en uitschrijvingen. De gegevens komen via het internet automatisch bij de acht deelnemende gemeenten terecht. Het voordeel hiervan is dat een school met leerlingen uit verschillende gemeenten de gegevens niet langer hoeft uit te splitsen en door te geven aan elke gemeente afzonderlijk. De leerplichtambtenaar kan zo tijdig en volledig worden geïnformeerd.

  • Welke persoonsgegevens mogen van de leerling uitgewisseld worden?

    Inschrijven gaat het makkelijkst met het burgerservicenummer (bsn) van de leerling. U heeft dan verder alleen geboortedatum, geslacht en postcode of landcode van de leerling nodig. Deze persoonsgegevens wisselt u uit samen met de inschrijvingsgegevens. Neem de gegevens over van een van de volgende documenten:

    • paspoort;
    • identiteitskaart;
    • geboortebewijs;
    • afschrift van de persoonslijst die bij de geboorte door de gemeente wordt verstrekt;
    • uitschrijfbewijs (niet ouder dan 6 maanden).

    Van een identiteitsbewijs van de leerling mag u vanwege de privacywet geen kopie bewaren. Als u geen bsn van de leerling hebt, vindt u oplossingen via de pagina bijzondere situaties

    Welke handelingen gelden voor een leerlingdossier?

    De basisschool houdt van elke leerling een leerlingdossier bij. Daarin bewaart de school:

    • gegevens over inschrijving en uitschrijving;
    • gegevens over afwezigheid;
    • adresgegevens;
    • gegevens die nodig zijn om het leerlinggewicht vast te stellen.

    Ook de volgende gegevens mag de school bewaren:

    • gegevens over de vorderingen en de resultaten van uw kind;
    • gegevens over de gezondheid die nodig zijn voor eventuele speciale begeleiding of voorzieningen;
    • gegevens over de ondersteuningsbehoefte, als uw kind die heeft.

    Hoe dienen de leerlinggevens bewaard te worden?

    De basisschool mag de meeste gegevens nog 2 jaar bewaren, nadat de leerling de school heeft verlaten. De basisschool moet langer bewaren:

    • gegevens over verzuim en in- en uitschrijving (5 jaar na vertrek);
    • gegevens over een leerling die naar een school voor speciaal onderwijs is doorverwezen (3 jaar na vertrek).
    • adresgegevens van (oud-)leerlingen mag de school bewaren voor het organiseren van reünies.

    Hoe is de inzage en correctie leerlinggegevens geregeld?

    De ouder heeft het recht om de gegevens over zijn kind in te zien (inzagerecht). De ouder maakt hiervoor een afspraak met de school. Terwijl de ouder de gegevens inziet, blijft iemand van de school aanwezig.
    De ouder heeft u ook correctierecht. De ouder kan de school vragen verkeerde gegevens in het leerlingdossier van hun kind te verbeteren of te verwijderen.
    Als de ouder geen ouderlijk gezag meer heeft, bijvoorbeeld na een echtscheiding, dan moet de school ook de ouder inzage geven in de leerlinggegevens over hun kind. Dit staat in het Burgerlijk Wetboek. De ouder moet dan zelf de directeur van de school om deze informatie vragen.

    Hoe is de inzage van leerlinggegevens door anderen geregeld?

    Soms is de school verplicht om informatie over de leerling aan bepaalde deskundigen te geven. Bijvoorbeeld:

    • medewerkers in het voortgezet onderwijs (vo) of het speciaal basisonderwijs (sbo): wanneer uw kind de basisschool verlaat;
    • hulpverleners: bijvoorbeeld bij noodsituaties of vermoedens van kindermishandeling;
    • Inspectie van het Onderwijs (IvhO).
    In andere gevallen moet de ouder eerst toestemming geven.

    Hoe moet er gehandeld worden als een leerling na zomervakantie op school komt?

    Bezoekt een leerling de school voor het eerst op de 1e schooldag na de zomervakantie? Dan schrijft u hem in met ingang van 1 augustus. Er is een uitzondering voor leerlingen die tussen 1 augustus en de 1e dag van het schooljaar 4 jaar worden. Deze leerlingen schrijft u in op de datum waarop de leerling voor het eerst onderwijs volgt op uw school. Vaak is dat de 1e schooldag na de zomervakantie.

    Hoe zit het als een andere inschrijfdatum wordt gehanteerd?

    Komt de leerling op een andere datum voor het eerst op uw school? Dan schrijft u de leerling in per de datum waarop de leerling voor het eerst onderwijs bij u volgt.
    Het is niet mogelijk om een leerling in te schrijven per een datum die in het weekend of in een schoolvakantie valt. U moet de leerling immers inschrijven per de 1e dag dat hij onderwijs bij u volgt.

    Hoe moet er gehandeld worden als een leerling van een andere school komt?

    Komt de leerling van een andere school? Dan hebt u een uitschrijfbewijs nodig van de vorige school.
    Is er geen uitschrijfbewijs of is het uitschrijfbewijs ouder dan 6 maanden? Dan is een recente verklaring van de ouders of verzorgers ook goed. In deze verklaring moet staan dat de leerling in de 6 maanden voor de inschrijfdatum niet op een andere school stond ingeschreven. Het uitschrijfbewijs of de ouderverklaring neemt u op in uw administratie.
    U moet binnen 1 week de inschrijfdatum schriftelijk aan de oude school doorgeven. De oude school moet de uitschrijfdatum zo nodig aanpassen zodat deze aansluit op de inschrijfdatum van de nieuwe school.

    Moet een aanmelding uitgewisseld worden met BRON?

    Een aanmelding wisselt u nog niet uit met BRON. Pas als u de leerling inschrijft, gaat u gegevens uitwisselen. U kunt de persoonsgegevens van de leerling wel alvast controleren. Registreer ze in uw LAS en stuur een identificatieverzoek naar BRON. U krijgt binnen 5 werkdagen een terugkoppeling.
    Heeft u een fout gemaakt? Hoe u de inschrijfdatum van een leerling aanpast, verschilt per LAS. Kijk in de handleiding of neem contact op met uw softwareleverancier.

    Hoe is de inschrijving bij het (speciaal) basisonderwijs geregeld?

    Bij een inschrijving in het regulier (bo) en speciaal basisonderwijs (sbo) wisselt u naast de persoonsgegevens nog andere inschrijvingsgegevens uit. Deze zijn te vinden op https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/leerlingenadministratie/inschrijven-leerling/inschrijvingsgegevens-basisonderwijs.jsp

    Voor inschrijvingsgegevens bij het (voortgezet) speciaal onderwijs gelden ook speciale regels. Zie https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/leerlingenadministratie/inschrijven-leerling/inschrijvingsgegevens-speciaal-onderwijs.jsp

    Voor bijzondere situaties: zie https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/leerlingenadministratie/inschrijven-leerling/bijzondere-situaties.jsp

  • Mogen leerlingen al vóór hun vierde jaar naar school?

    De laatste tijd wordt aan de AVS Helpdesk steeds vaker de vraag gesteld of leerlingen al vóór hun vierde jaar naar school mogen. Ouders hebben hiervoor uiteenlopende redenen, zoals: ‘Mijn kind is er zo aan toe’, ‘Ze vervelen zich thuis’ of ‘Het scheelt zoveel in de kosten voor kinderopvang’.

    Elke school moet zich echter houden aan het naleven van de toelatingsleeftijd, die is opgenomen in artikel 39 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). In dit artikel staat het volgende: “Om als leerling tot een school te worden toegelaten, moet een kind de leeftijd van vier jaar hebben bereikt. Inschrijving vindt plaats ten minste een maal per maand.”

    Ook geeft dit artikel duidelijkheid over de periode voorafgaand aan de vierde verjaardag van elk kind. In de periode van de leeftijd van drie jaar en tien maanden tot het bereiken van de leeftijd van vier jaar kan de school kinderen gedurende ten hoogste vijf dagen toelaten. Dit mogen ook tien dagdelen zijn. Scholen zijn niet verplicht hieraan mee te werken. Deze kinderen zijn namelijk geen leerlingen in de zin van de wet en tellen bijvoorbeeld ook niet mee voor de teldatum.

    Intussen biedt de WPO door een wetswijziging (Innovatieve experimenteerruimte onderwijs) de ruimte voor het experimenteren met de toelating van driejarigen. Dat is momenteel voorbehouden aan die scholen die daarvoor toestemming hebben gekregen van het ministerie van OCW.

  • Waarmee moet u rekening houden bij de invoering van andere schooltijden?

    Steeds vaker komt bij de helpdesk de vraag binnen wat te doen bij de invoering van andere schooltijden. Als de school – uit naam van het bestuur – overweegt andere schooltijden in te voeren, moet een aantal stappen worden gezet. De eerste stap is de oriëntatie. Hierbij is van belang om de ambitie te formuleren (Waarom willen we dit eigenlijk?), de startsituatie in kaart te brengen (Hoe is het nu?) en hierover een visie te formuleren. Stap twee is de voorbereiding. Hierbij zijn achtereenvolgens van belang: het formeren van en maken van afspraken met een werk-, project- of kerngroep, het organiseren van informatiebijeenkomsten, peiling van behoeften en wensen, de keuze voor een van de schooltijdmodellen en de uitwerking daarvan voor wat betreft organisatie, personeel, huisvesting en fi nanciering. Vervolgens moet besluitvorming plaatsvinden. Het kan een overweging zijn om daartoe een pilot uit te voeren. Deze stap wordt afgerond met het maken van een plan van aanpak voor invoering, waarbij het continu investeren in draagvlak onder ouders en werknemers een aandachtspunt is. De laatste stap betreft de daadwerkelijke invoering: het starten met de nieuwe schooltijden. Hierbij is het belangrijk om tussentijds te evalueren en bij te stellen. Voer na verloop van tijd een tevredenheidonderzoek uit en communiceer over de voortgang en resultaten hiervan naar ouders en werknemers. In het tweede schooljaar kunnen dan, indien nodig, aanpassingen worden doorgevoerd.

    Uiteraard moeten schoolleider en bestuur bij de invoering van andere schooltijden rekening houden met de wettelijke bepalingen. De wet verplicht de school de onderwijstijd van 7.520 uur over acht schooljaren te realiseren. Het verschil tussen onder- en bovenbouw mag vervallen. Als gekozen wordt voor een verschillend aantal uren in onder- en bovenbouw geldt dat leerlingen in de eerste vier leerjaren tenminste 3.520 uur les krijgen (gemiddeld 880 uur per schooljaar) en in de laatste vier schooljaren ten minste 3.760 uur. Uitgaande van gemiddeld 940 uur per schooljaar kunnen de resterende 240 uur door de school worden ondergebracht bij ofwel de leerjaren 1 tot en met 4, ofwel 5 tot en met 8, ofwel gedeeltelijk bij de leerjaren 1 tot en met 4 en gedeeltelijk bij die van 5 tot en met 8.

    Overgangsregeling Om te voorkomen dat kinderen lesuren tekort komen moet de school een overgangsregeling hanteren Deze regeling duurt ongeveer vier schooljaren, afhankelijk van de reeds opgebouwde uren in voorgaande jaren op het moment van invoering. Bij plannen voor het wijzigen van de schooltijden moet het bestuur eerst alle ouders raadplegen (artikel 15.3 WMS). Dit kan door vooraf een referendumkader op te zetten: enquêtelijst samenstellen, percentage respons bepalen en percentage instemming formuleren. Ook heeft de (G)MR instemmingsrecht (artikel 13 lid h WMS). Als de aanpassing van de schooltijden gevolgen heeft voor de rust- en werktijden, dan is instemming vereist van de geleding personeel van de (G)MR (artikel 2.4 lid 3 cao po en artikel 12 lid d WMS).

  • Wat is de positie van de Onderwijsconsulent in het kader van indicatiestelling?

    De Onderwijsconsulent is ingesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) op verzoek van de Tweede Kamer, om ouders/verzorgers en scholen te adviseren en te begeleiden bij onderwijskwesties rond een kind met een handicap, ziekte of stoornis. Het gaat dan om problematiek rond plaatsing, schorsing, verwijdering, besteding van de rugzakgelden of onenigheid over het handelingsplan. Ook proberen onderwijsconsulenten oplossingen te vinden voor kinderen die langdurig thuiszitten zonder uitzicht op een onderwijsplaats.

    De onderwijsconsulent voorziet in een behoefte. Dat blijkt uit het jaarlijks groeiende aantal verzoeken om advies en bemiddeling. Ouder- en onderwijsorganisaties, maar ook het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onderkennen het belang van dit onafhankelijke netwerk. Daarom is de Stichting Ondersteuning Scholen en Ouders (SOSO) opgericht. De Onderwijsconsulenten en het ondersteunend bureau maken per 1 augustus 2009 deel uit van SOSO.

    Er zijn géén kosten verbonden aan het inschakelen van een onderwijsconsulent. Onderwijsconsulenten worden gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
    Een advies van een onderwijsconsulent is niet bindend.  De school is niet tot overleg verplicht. Als ouders het er niet mee eens zijn, kunnen zij nog een oordeel vragen aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Ook de oordelen van de CGB zijn echter niet juridisch bindend. Als laatste mogelijkheid staat de weg naar de rechter open.

  • Kan een leerling ook al voor zijn vierde jaar tot de school toegelaten worden?

    In de periode van de leeftijd van 3 jaar en 10 maanden tot het bereiken van de leeftijd van 4 jaar kan de school kinderen gedurende ten hoogste 5 dagen, dus dit kunnen ook 10 dagdelen zijn, toelaten. Deze kinderen zijn geen leerlingen in de zin van de wet. Zij tellen dus niet mee op een teldatum van een school.

  • Kunnen leerlingen voor topsport- of kunstactiviteiten vrijgesteld worden?

    Artikel 41, lid 2, WPO biedt de mogelijkheid tot het verlenen van vrijstelling van bepaalde onderwijsactiviteiten. De vraag is of hieronder ook sport- of kunstactiviteiten geschaard kunnen worden.  Het antwoord hierop luidt: neen. De inhoud van dit artikel heeft betrekking op vervanging van de ene onderwijsactiviteit door een andere onderwijsactiviteit. Het gaat er om dat er een alternatief wordt geboden als aan een bepaalde les niet wordt deelgenomen.

    Als een leerling vrij wil hebben voor een middag of een dagdeel om topsport te beoefenen of aan een theaterproductie mee te werken, dan geldt genoemd wetsartikel niet.

    Het gestelde In de artikelen 11 en 14 van de Leerplichtwet 1969 (vrijstelling van de schoolbezoekplicht) is van toepassing. Artikel 11 gaat om een “gewichtige omstandigheid”. Hieronder wordt verstaan “een van de wil van de leerling of zijn ouders onafhankelijke omstandigheid”. Dit is een omstandigheid die zich voordoet zonder dat die leerling of diens ouder daar in redelijkheid veel invloed op kan uitoefenen. Voorbeelden hiervan zijn een begrafenis, trouwerij of huwelijksjubileum.

    Topsport en kunst vallen niet onder dit artikel.

    Artikel 14 geeft de directeur de bevoegdheid het verlof te verlenen. Omvat het meer dan 10 dagen, dan is de leerplichtambtenaar degene, die hierover moet beslissen. De directeur is niet vrij om een eigen invulling te geven aan “gewichtige omstandigheid”. Hij moet uitgaan van hetgeen de wetgever hierover heeft bepaald. De directeur staat op dit gebied onder toezicht van de leerplichtambtenaar. Het enige dat de school zou kunnen doen is in de schoolgids publiceren wat de beleidsregels, die door de leerplichtambtenaar zijn verstrekt, op dit terrein zijn.

    Momenteel loopt er een onderzoek met betrekking tot de vraag of er enige verruiming kan komen om speciale voorzieningen te treffen en of er eventuele financiële middelen tegenover gezet kunnen worden.  Dit onderzoek wordt door de ministeries van VWS en OCW in samenwerking met NOC*NSF gedaan.

     

  • Een leerling van mijn school doet aan topsport en wil daarvoor af en toe vrij nemen. Moet ik hier aan meewerken?

    Leerlingen met bijzondere talenten op het gebied van sport en cultuur verzuimen nog wel eens lessen om iets met deze talenten te doen. De Leerplichtwet biedt geen vrijstellingsmogelijkheid. U kunt wel met de ouders afspraken maken over vrijstelling van verplichte deelname aan bepaalde onderwijsactiviteiten op grond van art. 41 van de Wet op het Primair Onderwijs. Dit zijn dan structurele afspraken die jaarlijks bij het begin van het schooljaar gemaakt worden. Het is belangrijk dat de leerling voldoende onderwijs volgt en dat belang staat altijd voorop.

  • Mag de school een leerling buiten de schoolvakanties vrij geven?

    Dit is alleen in zeer bijzondere gevallen mogelijk. De Leerplichtwet stelt heel duidelijk dat vakantie onder schooltijd vrijwel onmogelijk is. Alleen als voldaan worden aan alle 3 de volgende voorwaarden, kan de schoolleider (en dus niet de leerplichtambtenaar) extra vakantie toestaan:

    1. als tenminste 1 van de ouders een beroep heeft met seizoensgebonden werkzaamheden, bijvoorbeeld in de horeca

    en

    2. als het gezin in geen van de andere schoolvakanties in 1 schooljaar met vakantie kan, dus ook niet in de voorjaars-, mei-, kerst- en zomervakantie

    en

    3. de extra vakantie niet valt in de eerste 2 weken van het nieuwe schooljaar.

    De extra vakantie mag nooit langer dan 10 dagen zijn.

  • Als de groep voor de onderbouw te groot is, kun je de ouders van een 4-jarige verzoeken het kind een aantal maanden later op school te laten komen?

    Nee, dit is niet mogelijk. De WPO biedt wel de mogelijkheid om toelatingstijdstippen vast te stellen, maar dit moet minimaal 1 x per maand zijn. Het kan dus niet maanden uitgesteld worden, tenzij het onderling met de ouders wordt overeengekomen (de leerplicht geldt vanaf 5 jaar). Deze wettelijke bepaling geldt alleen voor leerlingen die nog niet eerder op een school hebben gezeten.

     

  • Kan een leerling ook al voor zijn vierde jaar tot de school toegelaten worden?

    Ja, dit is wel mogelijk. In de periode van de leeftijd van 3 jaar en 10 maanden tot het bereiken van de leeftijd van 4 jaar kan de school kinderen gedurende ten hoogste 5 dagen toelaten. Dit mogen ook 10 dagdelen zijn. Scholen zijn niet verplicht hieraan mee te werken. Deze kinderen zijn geen leerlingen in de zin van de wet en tellen bijvoorbeeld ook niet mee voor de teldatum.