Speciaal onderwijs

Nieuws

Al het nieuws over speciaal onderwijs

Veelgestelde vragen

  • Welke specifieke bepalingen gelden voor het (voortgezet) speciaal onderwijs?

    In de Wet op de Expertisecentra (WEC) staat in artikel 12 de uitgangspunten vermeld. Leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar dienen in een tijdvak van 8 schooljaren tenminste 7520 uren onderwijs te ontvangen, waarvan in de eerste 4 schooljaren tenminste 3520 uur en in de laatste 4 schooljaren tenminste 3760 uur. Het onderwijs aan leerlingen jonger dan 4 jaar omvat tenminste 880 uur per schooljaar. Aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren wordt ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs.

    De inspectie kan op aanvraag van het bevoegd gezag ermee instemmen dat om lichamelijke of psychische redenen voor individuele leerlingen wordt afgeweken van het bovenstaande. Ook is deze wet vastgelegd hoeveel uur les in het voortgezet speciaal onderwijs gegeven moet worden. Binnen het voortgezet speciaal onderwijs geldt een urennorm voor de verschillende onderwijsprofielen. Deze zijn:

    • uitstroomprofiel vervolgonderwijs: hetzelfde aantal uren als voor het gewone voortgezet onderwijs per opleiding;
    • arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel: 1.000 uren onderwijs per leerjaar;
    • uitstroomprofiel dagbesteding: 1.000 uren onderwijs per leerjaar.

    Voor de Inspectie van het Onderwijs gelden de volgende aandachtspunten bij de berekening: het voortgezet speciaal onderwijs wordt sinds de Wet kwaliteit (v)so op dezelfde manier behandeld als het reguliere voortgezet onderwijs. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de onderwijstijd.

    1. Het pauzekwartier in de ochtend telt niet meer mee als onderwijstijd. Dit geldt voor alle uitstroomprofielen;
    2. Het meetellen van een schrikkeldag is niet meer toegestaan.

    Voor verdere informatie: zie www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderwijstijd/onderwijstijd-in-het-speciaal-onderwijs

  • Wat is de positie van de Onderwijsconsulent in het kader van indicatiestelling?

    De Onderwijsconsulent is ingesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) op verzoek van de Tweede Kamer, om ouders/verzorgers en scholen te adviseren en te begeleiden bij onderwijskwesties rond een kind met een handicap, ziekte of stoornis. Het gaat dan om problematiek rond plaatsing, schorsing, verwijdering, besteding van de rugzakgelden of onenigheid over het handelingsplan. Ook proberen onderwijsconsulenten oplossingen te vinden voor kinderen die langdurig thuiszitten zonder uitzicht op een onderwijsplaats.

    De onderwijsconsulent voorziet in een behoefte. Dat blijkt uit het jaarlijks groeiende aantal verzoeken om advies en bemiddeling. Ouder- en onderwijsorganisaties, maar ook het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onderkennen het belang van dit onafhankelijke netwerk. Daarom is de Stichting Ondersteuning Scholen en Ouders (SOSO) opgericht. De Onderwijsconsulenten en het ondersteunend bureau maken per 1 augustus 2009 deel uit van SOSO.

    Er zijn géén kosten verbonden aan het inschakelen van een onderwijsconsulent. Onderwijsconsulenten worden gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
    Een advies van een onderwijsconsulent is niet bindend.  De school is niet tot overleg verplicht. Als ouders het er niet mee eens zijn, kunnen zij nog een oordeel vragen aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Ook de oordelen van de CGB zijn echter niet juridisch bindend. Als laatste mogelijkheid staat de weg naar de rechter open.