Kinderopvang

Nieuws

Veelgestelde vragen

  • Wat mogen we van de BSO verwachten?

    De BSO volgt hetzelfde regime als de basisscholen. Op dagen dat kinderen naar school gaan, is de BSO voor hen beschikbaar. Daarbij kan afgeweken worden van de reguliere contractdagen. De aansluiting moet straks goed geregeld zijn, zodat kinderen na hun schooldag naar de BSO kunnen gaan en ouders weer meer kunnen werken. Alleen zo kunnen we deze periode werkbaar houden voor ouders en kinderen.

    Scholen en kinderopvang moeten met elkaar in gesprek gaan en blijven, ook gedurende de meivakantie. Neem voldoende tijd voor goed overleg; probeer uiterlijk een week van te voren tot afspraken te komen. Zorg dus dat de onderlinge afspraken uiterlijk een week van tevoren gemaakt zijn. Een gespreksleidraad is te vinden op (o.a.) de website van de PO-Raad.

  • Voor welke kinderen is noodopvang bedoeld?

    Noodopvang is bedoeld voor kinderen waarvan de ontwikkeling thuis in het gedrang komt en waarbij de verwachting is dat ouders dit niet kunnen oplossen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de draagkracht van ouders niet voldoende is, er gedrags- of psychische problemen bij de kinderen of hun ouders zijn en bij een thuissituatie waarbij er zorgen zijn over de veiligheid van kinderen. De noodopvang is ook voor kinderen van het speciaal (basis) onderwijs, en voor peuters met een achterstand die voorschoolse educatie krijgen, een sociaal medische indicatie hebben en in een kwetsbare situatie zitten.

  • Is een verklaring omtrent gedrag noodzakelijk voor onderwijspersoneel bij een IKC?

    Vanaf 1 maart 2018 moet iedereen die werkt of woont op een plek waar kinderen worden opgevangen, zich inschrijven in het personenregister kinderopvang. Op die manier kan de overheid vaste én tijdelijke medewerkers continu screenen. Zo wordt de kinderopvang veiliger gemaakt.

    Voor de registratie is onder andere een geldige verklaring omtrent gedrag nodig. Of dat ook noodzakelijk is voor onderwijspersoneel, dat samenwerkt met de kinderopvang, ligt aan de situatie. In principe hoeft enkel het personeel dat werkt in de kinderopvang zich in te schrijven in het register. Het wordt echter een ander verhaal als de leerkrachten (en overig personeel) van de school, werkzaamheden verrichten voor de kinderopvang. In dat geval moeten de leerkrachten(en overig personeel) die (deels) werkzaam zijn in of voor de kinderopvang zich wel inschrijven. Het gaat er om of het onderwijspersoneel “structureel aanwezig” is. De algemene richtlijn voor “structureel aanwezig” is iemand die minstens 1 keer in de 3 maanden minimaal een halfuur tijdens opvanguren op de locatie is.
     
    Als leerkrachten en overig personeel werkzaamheden verrichten voor de kinderopvang en zij zich dus wel moeten inschrijven in het Personenregister, kan het inderdaad kloppen dat het hen niet lukt om zich met een verklaring omtrent gedrag van na 1 maart 2013 in te schrijven in het Personenregister kinderopvang. Dit komt omdat zij werkzaam zijn voor een organisatie (onderdeel) buiten het Landelijk Register Kinderopvang, welke niet kon worden/werd meegenomen in de zogenaamde ‘bestandsopbouw’ die tot 1 maart 2018 de basis vormde voor de continue screening. Hierdoor zijn deze personen dus ook nooit continu gescreend en zullen zij, als ze zich wel moeten inschrijven in het Personenregister kinderopvang, dit moeten doen met een nieuwe verklaring omtrent gedrag.

    Voor meer informatie, zie: www.duo.nl/personenregisterkinderopvang en www.rijksoverheid.nl