Materiële instandhouding

Nieuws

Al het nieuws over materiële instandhouding

Veelgestelde vragen

  • In de lumpsum zit voor iedere school een bedrag voor Administratie, Beheer en Bestuur. Waar dienen deze middelen die scholen krijgen precies voor?

    Het bedrag/de middelen voor Administratie, Beheer en Bestuur (ABB-middelen) worden gebruikt voor bestuur (salaris), administratiekosten (bijvoorbeeld accountantskosten, salarisadministratie) en beheer (zoals onderhoud). Deze middelen worden ook besteed aan ondersteuning door een ondersteunings- of stafbureau en overige bovenschoolse zaken.

    In 2016 was dat bedrag:

    -per school
    € 3.515,67 voor administratie
    € 521 voor beheer  
    € 1.941,27 voor bestuur

    -per leerling
    € 20,55 voor administratie 
    € 3,62 voor beheer  
    € 20,73 voor bestuur

    Opgeteld kreeg een school in 2016 totaal € 5.908,15 en € 42,90 per leerling. In 2017 is het bedrag verhoogd met 0,2 procent, in 2018 met 0,21 procent.
    Om als schoolleider inzicht te krijgen in de middelen en kosten voor het bestuur en andere bovenschoolse kosten, neem je het bedrag € 5.908,15 maal het aantal scholen ressorterend onder het bestuur. Plus het totaal aantal leerlingen bij de stichting maal € 42,90.
    In de jaarrekening van 2016 van de stichting vind je de salariskosten voor het bestuur en de kosten voor de Raad van Toezicht (RvT). Sinds 2015 is een richtlijn opgenomen die de maximum betaling vaststelt voor een voorzitter van de RvT. Deze bedraagt maximaal 15 procent van het brutosalaris van de bestuurder. RvT-leden krijgen maximaal 10 procent van het brutosalaris van de bestuurder.
    Het salaris voor bestuurders is bepaald in de CAO Bestuurders 2016 of in de CAO PO 2016–2017. Het hoogste salaris vanuit de CAO PO 2016 2017 is schaal DE 18: € 6.076 of schaal OOP 16: € 7.377. In de CAO Bestuurders 2016 is het hoogste bedrag B 6: € 131.301 / € 9.573 per maand. Het salaris wordt bepaald aan de hand van de complexiteit van de organisatie (leerlingenaantal, schoolsoorten, et cetera).
    In de CAO Bestuurders PO 2016 is bepaald de salarisontwikkeling te volgen van werknemers die vallen onder de CAO PO 2016-2017.

    Downloads

  • Kan het verschil in bekostiging aangegeven worden tussen het in stand houden van twee kleine scholen en fusie van deze scholen?
    Allereerst speelt de vraag of het mogelijk is een kleine school in stand te houden. Het kan zijn dat de noodzaak tot fusie aanwezig is, bijvoorbeeld in verband met de opheffingsnorm (derde jaar onder de norm op de teldatum) of derde keer met het stempel zeer zwak. Het negatieve verschil ontstaat, doordat bij kleine scholen de directie en de huisvesting per school worden bekostigd. Bij fusie wordt maar één keer de directietoeslag en één keer de vaste voet vergoed door het ministerie van OCW.

    Eerst enige kerngetallen:

    Vergoeding formatieplaats:
    PO: € 57.058,12
    SO: € 60.024,98

    Toeslag directie:
    PO: € 17.546,85/€ 32.033,70
    SO: € 18.192,09/€ 33.463,18

    Huisvesting per school, vaste voet bij:
    2 lokalen € 18.433
    3 lokalen € 23.717
    4 lokalen € 30.541
    5 lokalen € 36.485
    6 lokalen € 40.448

    Vergoeding per lokaal: € 4.623

    Voorbeeld:
    Wat is het verschil voor een bestuur om een school met zestig leerlingen en een school met negentig leerlingen te fuseren? Het betreft hier een willekeurig voorbeeld met een globale berekeningswijze.
    Getallen kunnen in de praktijk verschillen.

    Personeel:
    2 x volle formatie
    2 x directietoeslag
    2 x convenant schoolleiding (< 195 leerlingen): € 4.946
    2 x kleine scholentoeslag: € 11.161,60 -/- aantal leerlingen x € 76,99

    Materieel:
    2 x vaste voet

    Fusieschool 150 leerlingen:
    1 x vaste voet
    1 x directietoeslag
    1 x convenantsgelden

    Verschil:
    personeel: -/- € 160.758
    materieel: -/- € 13.810

  • Het Londo materiële instandhouding berekeningsinstrument

    Downloads

    Londo materiële instandhouding berekeningsinstrument(xls)