Lumpsum

Onderwijsinstellingen krijgen van de Rijksoverheid elk jaar 1 budget voor materiële en personele kosten: de lumpsum. Ze bepalen zelf hoe ze het besteden. Het Rijk ondersteunt de instellingen om hun financiële deskundigheid te vergroten. Zo kunnen zij het geld zo optimaal mogelijk voor het onderwijs inzetten. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op hun financiële beleid van de instellingen.

Nieuws

  • Rekensom voor lumpsum in primair onderwijs simpeler

  • Slob lanceert wetsvoorstel voor vereenvoudigde lumpsum vo-scholen

  • Onderwijsraad: verbeter lumpsumbekostiging

  • Inning sectorale arbeidsmiddelen PO en GOVAK-middelen

  • Regeling personele bekostiging 2018 – 2019 vastgesteld

  • Resultaten internetconsultatie lumpsumbekostigingssystematiek gepubliceerd

Al het nieuws over lumpsum

Veelgestelde vragen

  • In de lumpsum zit voor iedere school een bedrag voor Administratie, Beheer en Bestuur. Waar dienen deze middelen die scholen krijgen precies voor?

    Het bedrag/de middelen voor Administratie, Beheer en Bestuur (ABB-middelen) worden gebruikt voor bestuur (salaris), administratiekosten (bijvoorbeeld accountantskosten, salarisadministratie) en beheer (zoals onderhoud). Deze middelen worden ook besteed aan ondersteuning door een ondersteunings- of stafbureau en overige bovenschoolse zaken.

    In 2016 was dat bedrag:

    -per school
    € 3.515,67 voor administratie
    € 521 voor beheer  
    € 1.941,27 voor bestuur

    -per leerling
    € 20,55 voor administratie 
    € 3,62 voor beheer  
    € 20,73 voor bestuur

    Opgeteld kreeg een school in 2016 totaal € 5.908,15 en € 42,90 per leerling. In 2017 is het bedrag verhoogd met 0,2 procent, in 2018 met 0,21 procent.
    Om als schoolleider inzicht te krijgen in de middelen en kosten voor het bestuur en andere bovenschoolse kosten, neem je het bedrag € 5.908,15 maal het aantal scholen ressorterend onder het bestuur. Plus het totaal aantal leerlingen bij de stichting maal € 42,90.
    In de jaarrekening van 2016 van de stichting vind je de salariskosten voor het bestuur en de kosten voor de Raad van Toezicht (RvT). Sinds 2015 is een richtlijn opgenomen die de maximum betaling vaststelt voor een voorzitter van de RvT. Deze bedraagt maximaal 15 procent van het brutosalaris van de bestuurder. RvT-leden krijgen maximaal 10 procent van het brutosalaris van de bestuurder.
    Het salaris voor bestuurders is bepaald in de CAO Bestuurders 2016 of in de CAO PO 2016–2017. Het hoogste salaris vanuit de CAO PO 2016 2017 is schaal DE 18: € 6.076 of schaal OOP 16: € 7.377. In de CAO Bestuurders 2016 is het hoogste bedrag B 6: € 131.301 / € 9.573 per maand. Het salaris wordt bepaald aan de hand van de complexiteit van de organisatie (leerlingenaantal, schoolsoorten, et cetera).
    In de CAO Bestuurders PO 2016 is bepaald de salarisontwikkeling te volgen van werknemers die vallen onder de CAO PO 2016-2017.

    Downloads