Belastingen

Nieuws

Al het nieuws over belastingen

Veelgestelde vragen

  • Moeten we btw in rekening brengen wanneer personeelskosten aan andere (onderwijs-) instellingen doorberekend worden bij een gezamenlijk project?

    Voorbeeld: “Wij hebben samengewerkt met een andere onderwijsinstelling in een gezamenlijk onderwijsproject. Voor dit project hebben we onderwijsondersteunend personeel ingezet. Een deel van de personele lasten willen we doorberekenen aan de andere onderwijsinstelling. Die gaat hiermee akkoord. Moeten wij hierover btw in rekening brengen, of kan dit misschien worden gezien als btw-vrijgestelde detachering van personeel?”

    Toelichting: Allereerst is het de vraag hoe de inzet is geregeld. Dat kan op verschillende manieren, zoals op contractbasis (‘uurtje factuurtje’), op basis van een detacheringsovereenkomst of op basis van een afgesproken (loon)kostenverdeling. Wanneer de werkzaamheden op contractbasis worden verricht is in principe btw van toepassing. De btw-vrijstelling geldt wanneer de overeenkomst ‘het verzorgen van onderwijs’ behelst. Daar is in het voorbeeld naar alle waarschijnlijkheid geen sprake van. De btw-onderwijsvrijstelling moet namelijk strikt worden uitgelegd. Het ligt daardoor niet voor de hand dat inzet van het ondersteunend personeel hieraan voldoet.
    Voor detachering geldt dat vrijstelling van btw in principe alleen opgaat wanneer het om onderwijzend personeel gaat, oftewel als het personeel ook bij de inlener ‘voor de klas’ staat. Daarnaast gelden nog specifieke voorwaarden waaraan voldaan moet worden voor toepassing van de btw-vrijstelling bij detachering van onderwijzend personeel. Bij detachering van onderwijsondersteunend personeel is in principe geen btw-vrijstelling van toepassing. Als er al sprake is van ‘detachering’ in bovenstaand voorbeeld – dat is echter maar zeer de vraag – dan zou in principe btw van toepassing zijn. De situatie in het voorbeeld lijkt meer op een zuivere kostenverdeling. Wanneer het om een kostenverdeling gaat dient in principe btw te worden berekend. Slechts in uitzonderingssituaties is geen btw van toepassing, namelijk als het gaat om zogenaamde ‘kosten voor gemene rekening’. Hiervoor dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan. Omdat in het voorbeeld de verdeling achteraf en niet vooraf overeen is gekomen , is in ieder al niet voldaan aan de voorwaarde dat kosten worden verdeeld conform een ‘tevoren vaststaande verdeelsleutel’. In principe zal de onderwijsinstelling daarom btw moeten berekenen. Deze btw had waarschijnlijk kunnen worden voorkomen als vooraf een en ander goed was vastgelegd.

    Btw-heffing (ja of nee) – bijeenkomsten
    De AVS constateert dat er veel vragen zijn rondom de btwheffing (ja of nee). In het kader van deze soms ingewikkelde problematiek gaat de AVS na de zomervakantie bijeenkomsten organiseren waar deze problematiek aan de orde komt. Een eerste bijeenkomst zal gaan over ‘Btw-problematiek in het kader van Passend onderwijs’. De expertise van AVS Voordeelpartner BTW-PLAZA staat hiervoor garant. Bestuurders en coördinatoren van de nieuwe samenwerkingsverbanden ontvangen een uitnodiging. AVS-leden kunnen zich aanmelden via www.btwplaza.nl/avs.
  • Is het mogelijk om – bijvoorbeeld – de eindejaarsuitkering uit te ruilen met de reiskosten, om belastingvoordeel te behalen?

    De Belastingdienst biedt deze mogelijkheid onder de benaming `cafetariaregeling´. Hierin wordt onderscheid gemaakt in afspraken uit de cao zelf en afspraken op bestuursniveau. Als afspraken in de (decentrale) cao worden gemaakt, dan kan iedereen van de regeling gebruik maken die onder de cao valt. Voorbeelden hiervan zijn de fietsvergoeding en vakbondscontributie.

    Als op dit punt geen centrale afspraken zijn gemaakt, dan kan het bestuur zelfstandig afspraken maken met de Belastingdienst. Het bestuur moet dan de vastgestelde regeling ter beoordeling aan de Belastingdienst opsturen. Hierbij geldt dat deelname aan de regeling openstaat voor ten minste driekwart van de personeelsleden. Verder dienen de personeelsleden één keer per jaar de gelegenheid te hebben om de samenstelling van de beloning te wijzigen. De Belastingdienst keurt de regeling goed of af, maar doet geen uitspraak over de regeling als deze bepalingen bevat die in strijd zijn met wettelijke bepalingen waarvan niet afgeweken mag worden. Bijvoorbeeld uit de Wet op het minimumloon of het Burgerlijk Wetboek. Het doel van de cafetariaregeling is tweeledig:

    • Het personeelslid kan de arbeidsvoorwaarden beter afstemmen op zijn persoonlijke behoeften;
    • Het personeelslid kan beter gebruik maken van de fiscale mogelijkheden.

    Een nadeel kan zijn dat uitkeringen en verstrekkingen, waarvan de hoogte wordt bepaald door het loon in geld, lager worden. Bijvoorbeeld bij de pensioengrondslag, vakantiegeld en doorbetaald loon bij ziekte. Ter illustratie een voorbeeld: een personeelslid heeft recht op een dertiende maand in december. Hij (of zij) krijgt een reiskostenvergoeding van EUR 0,12 per kilometer voor woonwerkverkeer. Hij reist op jaarbasis 4.000 kilometer tussen woning en werk. De fiscale toegestane vergoeding is 4.000 x EUR 0,19 = EUR 760, maar hij krijgt van het bevoegd gezag een vergoeding van slechts  EUR 480. Het verschil, EUR 280, wil de betrokkene als aanvullende vergoeding voor het woonwerkverkeer. Dan dient een schriftelijke verklaring ten grondslag te liggen aan het feit dat hij voor genoemd bedrag (dus gedeeltelijk) afziet van de dertiende maand. Het bedrag wordt dus verrekend met de dertiende maand. De aanvullende vergoeding is vrijgesteld.