In de afgelopen dagen komen bij de helpdesk signalen binnen dat de salarisperspectiefgarantie, die van toepassing is bij de herwaardering van de functies directie en onderwijsondersteunend personeel, geen betrekking zou hebben op de indexatie van het salaris. Met andere woorden, de loonsverhoging d.d. 1 juli 2022 (4,75%) zou volgens sommige werkgevers niet gelden voor werknemers die een toelage ex artikel 5.6 lid 8 van de CAO PO ontvangen. Dat is onjuist. “Indien inschaling in de nieuwe...
Een deel van de directeuren in het PO heeft op dit moment een garantietoelage. Niet voor alle directeuren en werkgevers is duidelijk hoe deze bepaling in de CAO PO is bedoeld. Daarom heeft de AVS samen met de PO-Raad een handreiking opgesteld over de garantietoelage. De garantietoelage is het gevolg van de herwaardering in 2019/2020 waarbij zij in een salarisschaal werden geplaatst die een lager maximum kende dan dat zij daarvoor hadden. Dat was bijvoorbeeld het geval met directeuren...
De voorschriften voor de Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen vind je in artikel 6.10 CAO PO.
De bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage is bedoeld om het werk op scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden aantrekkelijker te maken en om op die manier (het herstel van) kansengelijkheid te bevorderen.
De bekostiging wordt geregeld in de Regeling bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2026. Het is een extra beloning voor al het personeel op de vestigingen waarvoor het schoolbestuur de extra bekostiging arbeidsmarkttoelage ontvangt. Op de website van DUO is op te zoeken welke vestigingen dit zijn. Voor meer informatie en een link naar DUO: kijk op de website van de PO Raad.
Het is niet de bedoeling dat de middelen gaan naar personeel op vestigingen waarvoor OCW géén extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage heeft toegekend of naar andere doelen!
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 26 juni 2026
In het eerste ziektejaar ontvangt elke zieke medewerker 100% van zijn of haar salaris, dus ook de vrouwelijke medewerker die ten gevolge van bevalling en/of zwangerschap langdurig ziek is.
Om in het tweede ziektejaar de hoogte te bepalen van de uitkering van een vrouwelijke medewerker die arbeidsongeschikt is na haar zwangerschaps- en bevallingsverlof, en bij wie de arbeidsongeschiktheid een gevolg is van de zwangerschap en/of bevalling, geldt het volgende:
1. Uitgangspunt: zij ontvangt 100% van haar dagloon.
2. Als haar dagloon hoger is dan het maximumdagloon (UWV), dan ontvangt ze 100% van het maximumdagloon.
3. Als 70% van haar salaris hoger is dan 100% van het maximumdagloon, dan ontvangt ze gewoon 70% van haar salaris.
Wie arbeidsongeschikt is door ziekte, heeft gedurende 104 weken recht op 70% van zijn of haar loon. Gedurende week 1 t/m 52 mag het uitgekeerde bedrag niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon (artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek).
De CAO PO regelt dit beter voor de werknemers in het primair onderwijs. Op grond van artikel 4 lid 1 van de Regeling Ziekte en arbeidsongeschiktheid primair onderwijs (ZAPO, bijlage XVII van de CAO PO), hebben werknemers recht op 100% doorbetaling gedurende het eerste ziektejaar. Daarna ontvangt de medewerker 70% (niet gemaximeerd) van zijn of haar salaris en 100% voor uren waarin de medewerker re-integratiewerkzaamheden* verricht, en voor opgenomen vakantieverlof.
*Ter informatie: zie ook het antwoord op de veelgestelde vraag “Wat wordt onder arbeid op therapeutische basis verstaan?”
We zoomen nu in op de vrouwelijke medewerker die na haar zwangerschaps- en bevallingsverlof arbeidsongeschikt is, en bij wie de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van de zwangerschap en/of de bevalling. Voor deze werkneemster regelt de Ziektewet extra bescherming (artikel 29a lid 4). De medewerkster heeft in dit geval namelijk gedurende 104 weken recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Voor medewerkers die vallen onder de CAO PO, is dit dus in het tweede ziektejaar van belang (zie: Het korte antwoord)!
Met dagloon wordt bedoeld: het sv-loon (zie hieronder) van één jaar gedeeld door 261 (= het gemiddelde aantal dagloondagen in één jaar). Het bedrag van het dagloon is altijd hoger dan de 70% van het salaris, genoemd in artikel 4 lid 1 van de ZAPO. Maar… het UWV maximeert het dagloon! Lees verder.
Het UWV hanteert het zogenaamde maximumdagloon. Als het dagloon van de medewerkster hoger is dan het maximumdagloon, dan ontvangt ze daarom een lager bedrag dan haar dagloon. Het maximumdagloon wordt door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid elk jaar in januari en juli opnieuw vastgesteld op basis van de algemene loonontwikkeling in Nederland.
Met ingang van 1 juli 2026 bedraagt het maximum dagloon € 309,91 bruto (inclusief vakantiegeld). Voor het meest actuele maximumdagloon kun je terecht op de website van het UWV. Daar wordt ook uitgelegd hoe het maximum dagloon tot stand komt.
Het sv-loon (sociaal verzekeringsloon) bepaalt hoe hoog de uitkering is (in dit geval op basis van de Ziektewet) als iemand werkloos, ziek of arbeidsongeschikt is. Het sv-loon is het deel van het inkomen waarover de werkgever belastingen en sociale premies betaalt. Meer informatie over het sv-loon vind je op de website van het UWV.
Neem dan contact op met de AVS Helpdesk.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 17 oktober 2026
Hiervoor moeten we kijken naar artikel 8.19 CAO PO, en meer specifiek naar lid 3, lid 4 en lid 5 van dit artikel.
Als jouw werknemer binnen een jaar nadat hij/zij betaald ouderschapsverlof heeft genoten, ontslag neemt, dan moet hij/zij het salaris terugbetalen dat op grond van artikel 8.19 CAO PO is ontvangen in een periode van twee jaar voor het ontslag. Dat geldt ook bij ontslagen worden op grond van artikel 7:669 lid 1 en lid 3 sub e of sub i BW.
Artikel 669:7 lid 1 BW zegt dat je als werkgever de arbeidsovereenkomst kunt opzeggen als daar een redelijke grond voor is (en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt). Lid 3 sub e en sub i vullen het begrip “redelijke grond” nader in voor wat artikel 8.19 lid 3 CAO PO betreft:
– verwijtbaar handelen of juist het nalaten daarvan;
– een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de gronden, zijnde (sub c) ziekte of gebreken van de werknemer met voor de bedrijfsvoering onaanvaardbare gevolgen, (sub d) slecht functioneren, (sub e) verwijtbaar handelen of juist het nalaten daarvan, (sub g) een verstoorde arbeidsverhouding en (sub h) andere, ernstige omstandigheden dan de hiervoor genoemde.
Uit het bovenstaande volgt dat verwijtbaar handelen of juist het nalaten daarvan op zich al een redelijke grond voor ontslag is die impact heeft op de terugbetalingsregeling voor het ouderschapsverlof!
Disclaimer: de gronden hierboven zijn vereenvoudigd weergegeven, voor de precieze formulering verwijzen we naar het Burgerlijk Wetboek zelf!
Let op, er is een uitzondering: het gedeelte van het betaald ouderschapsverlof dat na 1 augustus 2022 is opgenomen en valt in het eerste levensjaar van het kind, hoeft niet te worden terugbetaald.
Als jouw werknemer binnen zes maanden nadat hij/zij betaald ouderschapsverlof heeft genoten, op eigen verzoek minder uren gaat werken dan hij/zij direct voorafgaande aan het ouderschapsverlof deed, dan moet hij/zij een deel van het salaris (verschil tussen oude en nieuwe werktijdfactor) terugbetalen.
Ook hier geldt: het gedeelte van het betaald ouderschapsverlof dat na 1 augustus 2022 is opgenomen en valt in het eerste levensjaar van het kind, hoeft niet te worden terugbetaald.
Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als je werknemer ontslag neemt of zijn/haar werktijdfactor verlaagt omdat hij/zij een betrekking aanvaardt bij een andere onderwijsinstelling die door de Rijksoverheid wordt bekostigd.
Uit deze formulering volgt dat de terugbetalingsregeling dus altijd van kracht is als je je werknemer ontslaat.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 19 november 2025
Onze sector gebruikt sinds 2006 het FUWA PO-systeem van functiewaardering. Het toepassen hiervan is voorbehouden aan gecertificeerde adviseurs – opgenomen in het register van Stichting Personeelsinstrumenten Onderwijs (zie www.spo3.nl). Hieronder geven we chronologisch weer hoe de inschaling van directiefuncties binnen het functiewaarderingssysteem verloopt.
Binnen FUWA PO worden functies beschreven en gewaardeerd op basis van veertien kenmerken. Op basis van de beschrijving van deze veertien kenmerken vindt een weging plaats die een somscore oplevert. Deze somscore is bepalend voor het functieniveau. De inschaling vindt vervolgens plaats naar de in de CAO PO opgenomen functies en salarisschalen. In de CAO PO is de toepassing van FUWA-PO vastgelegd in hoofdstuk 5 (Functie en functiewaardering).
De normfunctiebeschrijvingen voor leidinggevenden zijn per 1 augustus 2015 vervallen en vervangen door FUWA-PO. Op 1 oktober 2024 is FUWA PO geactualiseerd. Werkgevers kunnen gebruik maken van de voorbeeldfunctiebeschrijvingen die binnen FUWA PO 2024 voor de leidinggevende functies zijn gemaakt. Deze beschrijvingen zijn echt bedoeld als voorbeeld, ter inspiratie. Het is de bedoeling dat elk bestuur zelf functiebeschrijvingen opstelt die recht doen aan de invulling van de functie in de context van de organisatie!
Als werkgevers de voorbeeldbeschrijvingen toch ongewijzigd toepassen, dan is de waardering geldend zoals die in de voorbeeldfunctiebeschrijving is opgenomen. De inschaling vindt dan plaats volgens de salarisschalen, zoals deze in de CAO PO zijn opgenomen. Als er sprake is van aanpassingen in de functiebeschrijvingen, moet een FUWA-gecertificeerd adviseur elke aangepaste functiebeschrijving opnieuw waarderen.
In de voorbeeldfunctiebeschrijvingen van leidinggevenden is gekeken naar de functiezwaarte, waarbij het uiteindelijk gaat om de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken en de vraag of deze substantieel en structureel van aard zijn.
Bij wijziging van de (inschaling van) directie- en managementfuncties die worden opgenomen in het functieboek, is het verplicht dat deze beschreven en gewaardeerd moeten zijn door een gecertificeerd FUWA-adviseur (als deze afwijken van de voorbeeldbeschrijvingen) en dat deze met P(G)MR zijn afgesproken (instemmingsrecht).
De huidige CAO PO kent drie functiecategorieën (artikel 5.1 lid 1):
Leraren
niveau 10 = LB
niveau 11 = LC
niveau 12 = LD
niveau 13 = LE
Directeuren
Adjunct-directeuren
niveau 11 = A11
niveau 12 = A12
niveau 13 = A13
Directeuren
niveau 12 = D12
niveau 13 = D13
niveau 14 = D14
niveau 15 = D15
Onderwijs ondersteunend personeel (OOP)
niveau 01 = OOP01
tot en met
niveau 16 = OOP16
Soms kiest een schoolbestuur ervoor om directeuren een numerieke schaal toe te kennen. Dit kan niet, omdat de numerieke schalen onderwijsondersteunend personeel en leraren betreffen, en dus geen directieschalen zijn.
Als een bestuur hiervoor kiest, handelt het in strijd met de Wet op het primair onderwijs en/of de Wet op de expertisecentra (WEC) die voorschrijven dat aan élke basisschool een directeur is verbonden. Artikel 9.2 lid 4 CAO PO bepaalt dat het dan gaat om een leidinggevende die door het bestuur is gemandateerd om functionerings- en beoordelingsgesprekken te voeren. In de beleving van AVS is dat altijd een directeur (D-functie).
Bovendien heeft dit rechtspositionele consequenties. Indeling in een numerieke schaal betekent dat er noch recht bestaat op de voor jou als directeur geldende toelagen, noch op het scholingsbudget voor (adjunct-)directeuren! Een OOP-functie is geen directiefunctie, omdat het een onderwijsondersteunende functie is. Weet ook dat registratie in schoolleidersregister niet mogelijk is als je niet werkt in een A- of D-functie.
1 oktober 2024
Let op: deze informatie hoort bij de CAO PO 2022!
| Toename jaarinkomen (gewogen gemiddelde) | % (gewogen gemiddelde) | Variatie in toename | Perspectief stijging | Laatste trede te be-halen in jaren t.o.v. nu | |
| A10 | 5924 | 10,3 | 8,9-14,9 | 160 | 2 jaar eerder |
| A11 | 6516 | 10,5 | 8,1-15,2 | 553 | 1 jaar later |
| A12 | 7618 | 10,8 | 8,4-15,2 | 600 | 3 jaar eerder |
| D11 | 6860 | 10,6 | 5,7-17,9 | 116 | 3 jaar later |
| D12* | 8046 | 11,0 | 8,5-18,1 | 133 | 3 jaar eerder |
| D13* | 5227 | 6,6 | 5,1-21,4 | 145 | 3 jaar eerder |
| D14 | 5568 | 6,9 | 5,3-19,1 | 531 | 7 jaar eerder |
* Voor schoolleiders met een salarisperspectiefgarantie wijken genoemde bedragen en percentages af
Dus het inkomen van een schoolleider in A12 neemt op jaarbasis tussen 8,4% en 15,3% toe, het perspectief (bedrag van de laatste trede van de nieuwe schaal – bedrag van de laatste treden van de huidige schaal) neemt met 600 euro per maand toe en het aantal treden in de schaal neemt met 3 af (dus de schoolleider groeit 3 jaar sneller toe naar een eindtrede die 600 euro hoger is dan hij/zij nu zou krijgen).
Het inkomen van een schoolleider in D11 neemt op jaarbasis tussen 5,7% en 17,9% toe, het perspectief stijgt met 116 euro per maand en het aantal treden in de schaal neemt met 3 toe (dus de schoolleider doet er 3 jaar langer over om op het eindbedrag te komen dat 116 euro hoger is dan hij/zij nu zou krijgen).
Het inkomen van een schoolleider in D13 neemt op jaarbasis tussen 5,1% en 21,5 % toe, het perspectief stijgt met 145 euro per maand en het aantal treden in de schaal neemt met 3 af (dus de schoolleider groeit 3 jaar sneller toe naar een eindtrede die 145 euro hoger ligt dan hij/zij nu zou krijgen).
29 april 2022
Artikel 6.14 en bijlage VI van de CAO PO bevatten de voorschriften voor jubileumgratificaties met betrekking tot je diensttijd.
– Heb je 25 jaar in het onderwijs gewerkt, dan heb je recht op een extra half maandsalaris.
– Werk je 40 jaar in het onderwijs, dan heb je recht op een extra maandsalaris.
– Zo vaak zal het (nog) niet voorkomen, maar er zijn ook medewerkers die kunnen terugblikken op een 50-jarige carrière in het onderwijs – ook zij ontvangen een extra maandsalaris.
Je diensttijdoverzicht vind je in mijnABP. Via deze link kom je bij de veelgestelde vragen op de website van het ABP.
Wat er onder diensttijd wordt verstaan, lees je in bijlage VI van de CAO PO.
De tijd waarin je geen inkomsten uit een dienstbetrekking hebt genoten, telt niet mee voor je diensttijd. Denk daarbij met name aan lang buitengewoon verlof
– in het persoonlijk belang, waaronder langdurend zorgverlof zonder behoud van salaris (artikel 8.9 CAO PO)
– voor politieke functies (artikel 8.13 CAO PO),
– voor onbetaald ouderschapsverlof (artikel 8.18 CAO PO)
N.B. Hierbij geldt dat je het genoemde langdurig verlof 100% opneemt en dat je dus gedurende een bepaalde periode niet werkt en dus geen inkomsten hebt. Neem je het verlof gedeeltelijk op, en ontvang je gedurende die periode een deel van je salaris, dan loopt je diensttijd wél gewoon door.
Neem je lang buitengewoon verlof op dat mede (artikel 8.10 CAO PO) dan wel overwegend (artikel 8.11 CAO PO) in het algemeen belang is verleend, dan telt het verlof wél mee voor je totale diensttijd.
De CAO PO gaat er van uit dat je hierover zelf met je werkgever onderhandelt. In artikel 6.2 lid 3 is hierover het volgende bepaald (letterlijke tekst):
“Als de werknemer bereid is tot (tijdelijke) waarneming of vervanging van (een gedeelte van) de
werkzaamheden behorende bij een hogere functie, voeren werkgever en werknemer daarover
voorafgaand aan de bedoelde werkzaamheden een gesprek en leggen de uitkomst daarvan
schriftelijk vast. Daarin maken zij een afspraak over een extra beloning en eventuele extra
faciliteiten.”
Lid 4 geeft aan dat “als waarneming of vervanging zoals bedoeld in lid 3 in de organisatie voorkomt, de werkgever met instemming van de PGMR hierover beleid opstelt”.
Als er beleid is opgesteld, dan is dat leidend.
Voor basisscholen geldt de volgende regeling:
– indien het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober kleiner is dan 97 leerlingen, krijgt de school een aanvullende bekostiging van EUR 19.711,49 voor het schooljaar daaropvolgend;
– indien het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober 97 leerlingen of meer is, krijgt de school een aanvullende bekostiging van EUR 36.677,98 (zie regeling bekostiging PO 2017-2018 van 20 maart 2018) voor het schooljaar daaropvolgend.
De directeur heeft bij een benoeming/aanstelling per 1 oktober 2018 direct recht op een inschaling in de DB-schaal.
Voor speciale scholen voor basisonderwijs geldt de volgende regeling:
– indien het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober kleiner is dan 99 leerlingen, krijgt de school een aanvullende bekostiging van EUR 20.271,49 voor het schooljaar daaropvolgend;
– indien het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober 99 leerlingen of meer is, krijgt de school een aanvullende bekostiging van EUR 36.677,98 (zie regeling bekostiging PO 2017-2018 van 20 maart 2018) voor het schooljaar daaropvolgend.
Voor scholen speciaal onderwijs/voortgezet speciaal onderwijs geldt de volgende regeling:
| Aantal leerlingen | SO of VSO | SOVSO | MGSO of VSO | MG SOVSO |
| 1 tot en met 49 | € 22.597,34 | € 22.597,34 | € 42.534,68 | € 42.534,68 |
| 50 of meer | € 42.534,68 | € 62.472,02 | € 42.534,68 | € 62.472,02 |