Sinds de invoering van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS, 2007) zijn medezeggenschapsraden in het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs zich verder aan het ontwikkelen.


Lees ook

  • Vernieuwde WMS-website voor sterke medezeggenschap

    De website van Versterking Medezeggenschap is vernieuwd. De vertrouwde plek voor alles rondom de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) heeft een frisse uitstraling gekregen én is uitgebreid met nieuwe praktische hulpmiddelen. Voor schoolleiders, medezeggenschapsraden, schoolbesturen, interne toezichthouders, ouders, leerlingen en personeel is www.InfoWMS.nl dé plek voor actuele kennis, praktische handreikingen, modeldocumenten, trainingen en andere hulpmiddelen rondom medezeggenschap....

  • Online in gesprek met OCW

    Hoe goed is jullie medezeggenschap?

    Hoe goed werkt de medezeggenschap op jouw school? Waar loopt het goed, en waar wringt het? Met de vragenlijst voor de Staat van de Medezeggenschap kan iedereen die lid is van een (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad of schoolleiders die daar gesprekspartners van zijn, daar invloed op uitoefenen. De vragenlijst is inmiddels gesloten. De uitkomsten van dit tweejaarlijkse onderzoek brengen de ontwikkelingen binnen de medezeggenschap in het funderend onderwijs in kaart en geven inzicht in...

  • Onderwijsraad: maak werk van zeggenschap leraren

    Zeggenschap van leraren komt tot stand in samenspel met overheid, schoolleiding en schoolbestuur. De Onderwijsraad adviseert alle betrokkenen in haar rapport ‘Een stevige stem’ om daar meer werk van te maken. AVS onderschrijft  dat meer zeggenschap van leraren de kwaliteit van het onderwijsbeleid en de positie van de beroepsgroep versterkt. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de Onderwijsraad zich gebogen over zeggenschap van leraren in het primair en voortgezet onderwijs en docenten...

Al het nieuws over medezeggenschap

Veelgestelde vragen: Vragen

  • Wat is er in de CAO PO geregeld over medezeggenschap?

    De CAO PO geldt voor alle werkgevers en werknemers die onder deze cao vallen. Bij medezeggenschap denk je in de eerste plaats aan de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Echter ook in de CAO PO zijn afspraken opgenomen die raken aan de medezeggenschap! We zetten ze hieronder voor je op een rij.

    CAO en medezeggenschap

    In een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) worden de arbeidsvoorwaarden afgesproken die gelden voor een specifieke bedrijfstak, sector of onderneming. Deze afspraken zijn een aanvulling op de wet en op de individuele arbeidsovereenkomst, en gelden voor alle werknemers die onder de werkingssfeer van de betreffende cao vallen. 

    In de cao voor het primair onderwijs (CAO PO) staat echter ook een groot aantal afspraken over de verhouding tussen de werkgever en het personeelsdeel van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad: de P(G)MR. Zo kun je in de CAO PO lezen wat de minimale faciliteiten moeten zijn voor het personeelsdeel van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad (P(G)MR), zoals het aantal beschikbare uren voor overleg en scholing. Ook staat in de CAO PO dat een werkgever bepaalde keuzes mag maken die voor alle personeelsleden gelden, nadat hij eerst instemming heeft verkregen van de P(G)MR. De P(G)MR in het primair onderwijs heeft op basis van de CAO PO op meer dan dertig onderwerpen instemmingsbevoegdheid!

    Nieuw in CAO 2025-2027

    In de CAO PO 2025-2027 zijn twee nieuwe opties voor regelingen opgenomen

    • werkgevers kunnen in overleg met de PGMR een regeling vaststellen voor werknemers die een studieschuld hebben met als doel voordeliger af te lossen op hun studieschuld.
    • werkgevers kunnen een vergoedingsregeling woon-werkverkeer vaststellen voor werknemers die deelnemen aan de leasefietsregeling.

    De PGMR heeft instemmingsbevoegdheid voor beide regelingen.

    Bevoegdheden P(G)MR die in de CAO PO zijn opgenomen

    Onderwerp  Bevoegdheid MRArtikel CAO 
    Afwijkingen standaardbepalingen voor zover de CAO PO dit toestaat instemming PGMR 1.7 lid 3 
    Meerjarenformatiebeleid instemming P(G)MR 2.1 lid 1 
    Bestuursformatieplan instemming P(G)MR 2.1 lid 1 
    Regeling introductie en begeleiding van startende werknemers instemming P(G)MR 2.1 lid 4 
    Kaders vervangingsbeleid instemming P(G)MR 2.1 lid 4 
    Werkverdelingsplan instemming PMR 2.2 lid 11 
    Functiegebouw instemming PGMR 5.1 lid 2 
    Invulling functiegebouw schoolniveau instemming PMR 5.1 lid 3 
    Bovenschoolse functies instemming PGMR 5.1 lid 4 
    Inrichting, samenstelling en reglement interne bezwarenprocedure functiewaardering instemming PGMR 5.4 lid 1 en 2 
    Beloningsbeleid (o.a. periodieke verhogingen) instemming P(G)MR 6.1 lid 9 
    Toekenning arbeidsmarkttoelage aan andere scholen instemming PGMR 6.10 lid 3 
    Bedragen/percentages arbeidsmarkttoelageinstemming PGMR 6.10 lid 5 
    Gratificaties en toelagen instemming PGMR 6.15 lid 2 
    Vergoedingsregeling verhuiskosten instemming PGMR 7.1 lid 1 
    Keuze voor andere routeplanner dan die zijn opgenomen in CAO instemming PGMR 7.2 lid 4 
    Vergoedingsregeling woon-werkverkeer beter dan CAO instemming PGMR 7.2 lid 13 
    Reis- en verblijfkostenregeling instemming PGMR 7.3 lid 1 
    Vergoedingsregeling woon-werkverkeer voor werknemers die gebruik maken van leasefietsregeling instemming PGMR 7.6 lid 3 
    Regeling aflossen eigen studieschuld instemming PGMR 7.8 lid 1 
    Andere opbouw vakantieverlof dan 1 oktober – 1 oktober instemming PGMR 8.1 lid 2 sub a 
    Andere opbouw vakantieverlof dan 1 januari – 1 januari (alleen voor OOP zonder lesgebonden en/of behandeltaken)instemming PGMR 8.3 lid 5 
    Andere wijze opnemen vakantieverlof justitiële inrichting en pilotscholen instemming PGMR 8.4 lid 1 
    Regeling volgorde honoraria ingediende verzoeken spaarverlof instemming PGMR 8.20 
    Meerjarig professionaliseringsbeleid (MJPB) instemming PGMR 9.1 lid 2 
    Verantwoording MJPB schoolniveau, inclusief resultaten en besteding budget ter informatie PMR 8.1 lid 3 
    Regeling gesprekkencyclus instemming PGMR 9.2 
    Begeleiding starters (leraren en schoolleiders) instemming PGMR 9.5 lid 2 
    Gezonde en veilige werkomgeving instemming PGMR 11.5 lid 1 
    Benoeming preventiemedewerker(s) instemming PGMR 11.6 
    Plan van aanpak voortvloeiend uit RI&E instemming PMR 
    instemming P(G)MR 
    11.6 
    11.7 
    Regeling facilitering personeelsleden P(G)MR instemming P(G)MR 13.3 lid 5 
    Lager aantal uren spaarverlof instemming PGMR Bijlage IX
    artikel 1 lid 2 
    Benoeming lid bezwarencommissie FUWA PO Recht op bindende voordracht PGMR Bijlage V
    artikel 2 lid 2 
    Taken P(G)MR conform CAO PO 
    Vóór 1 mei voorafgaand aan volgend schooljaar de werkgever op de hoogte stellen over het besluit inzet uren facilitering medezeggenschap  
    Verantwoording besteding faciliteiten na afloop schooljaar   

  • ​Waar moet ik aan denken bij de wet Passend onderwijs en de rol van de MR?

    Voor informatie over dit onderwerp kun je terecht op de website van het Steunpunt Passend onderwijs en op de website van Sterk Medezeggenschap.

  • Welke faciliteiten worden toegekend aan de medezeggenschapsraad en de ondersteuningsplanraad?

    Artikel 13.3 CAO PO geeft aan hoe de faciliteiten van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) zijn geregeld. Voor de faciliteiten van de ondersteuningsplanraad geldt artikel 13.3a.

    Ondersteuningsplanraad

    Dat is heel eenvoudig: een werknemer die in de ondersteuningsplanraad zit, heeft 60 uren per schooljaar ter beschikking. Meer staat er niet in dat artikel.

    Medezeggenschapsraad

    Kosten

    Lid 1 van artikel 13.3 geeft aan dat de kosten die de (G)MR redelijkerwijs maakt, worden betaald door het bevoegd gezag. Hieronder vallen de kosten voor scholing, advies en juridische bijstand, en ook alle andere kosten die het functioneren van de MR en het contact met de achterban bevorderen (denk aan kopieerkosten, het faciliteren van een vergaderlocatie inclusief koffie/thee enzovoort).

    Sommige kosten moet de (G)MR wel van tevoren kenbaar maken aan het bevoegd gezag: het gaat dan om het raadplegen van een deskundige en het voeren van rechtsgedingen door de medezeggenschapsraad. Heeft de (G)MR het bevoegd gezag niet van tevoren geïnformeerd, dan kan het bevoegd gezag besluiten om die kosten niet te willen dragen.

    Tijd

    Een medewerker die in de (G)MR zit, heeft binnen taakbeleid recht op 60 uur. Zit hij of zij in de GMR én in de MR, dan wordt dat 100 uur. Wie voorzitter of secretaris is, krijgt 20 uur extra.

    Bijlage A11 van de CAO PO

    In bijlage A11 vind je bedragen die gelden als bevoegd gezag en (G)MR op basis van artikel 28 lid 2 WMS een budget overeenkomen. Het betreft dan steeds de personeelsgeleding (dus de eventuele kosten voor de oudergeleding komen daar bovenop).

    Scholing

    In het medezeggenschapsstatuut neem je een regeling (op grond van artikel 28 lid 3 WMS) op over de facilitering in tijd van de P(G)MR-leden voor overleg, scholing en andere medezeggenschapsactiviteiten. Daarbij wordt ten minste uitgegaan van de faciliteiten die door de CAO PO worden voorgeschreven.

    Sowieso heeft een P(G)MR-lid recht op drie dagen scholing per twee jaar (zo nodig onder lestijd).

    Verantwoording

    Na afloop van een schooljaar moet de P(G)MR zijn uitgaven verantwoorden richting het bevoegd gezag.

  • Welke rol speelt de (G)MR bij besluiten en beleid in een crisissituatie?

    Cisissituaties vragen veel van alle betrokken.  De Wet medezeggenschap scholen (WMS) voorziet niet in voorschriften voor crisissituaties. Het bestuur, de directie en de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) hebben zich dus in eerste instantie te houden aan de bepalingen, zoals die door de wet worden voorgeschreven. In de praktijk echter mag je in een crisissituatie wel enige flexibiliteit verwachten van je (G)MR. Als de (G)MR hierin niet wil meegaan, dan is dat – kort door de bocht gesteld – heel vervelend maar dan is het helaas zo. Je zult achteraf hierover het gesprek met elkaar moeten voeren.

    Neem je (G)MR mee!

    Feitelijk kan het overleg met je medezeggenschapsraad tijdens een crisissituatie niet stilvallen! Integendeel, het is juist verstandig dat je je (G)MR blijft betrekken bij besluiten. Zo bundel je de krachten en kom je tot oplossingen die op voldoende draagvlak kunnen rekenen. Is er tempo nodig, neem dan je medezeggenschapsraad goed mee zodat zij de besluitvorming begrijpen én kritisch kunnen volgen. Dat is van belang, zeker als het lastige besluiten betreft.

    Tussen overheid en medezeggenschap

    Het begint allemaal met infomeren en communiceren. We hebben tijdens de coronapandemie gezien dat er vanuit de overheid soms vaak en veel wordt gecommuniceerd… Overheidsmaatregelen vereisen wel eens zodanige spoed dat het niet altijd haalbaar is om eerst met de (G)MR te overleggen. Maatregelen vanuit het RIVM en/of de regering moeten simpelweg uitgevoerd worden. Soms gaat een maatregel meteen in, en is het zaak om de (G)MR zo gauw mogelijk te informeren over de vertaling van de maatregel naar schoolniveau, én over de gevolgen voor eventueel beleid. Een belangrijke vraag is dan altijd: is dit een noodmaatregel of moeten/kunnen we hier beleid op maken?

    Repareer het dak als de zon schijnt

    Spreek af om soepel om te gaan met termijnen. Bewaak daarbij de balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. Spreek af hoe de (G)MR bij de besluitvorming betrokken wordt. Betrek (de voorzitter van) de (G)MR zoveel mogelijk bij de interne discussies die worden gevoerd en bij beslissingen die genomen worden. Het is wellicht handig om als de zon schijnt, het dak te repareren: leg afspraken over hoe te communiceren en te handelen in een crisissituatie, vast in een kleine handleiding. In zo’n protocol kun je eventueel verschillende (algemene) scenario’s uitwerken.

    WMS

    In de WMS staan verschillende artikelen waarop de (G)MR zich kan beroepen.

    Als er sprake is van een pandemie, dat is artikel 10.1 sub e belangrijk: instemmingsbevoegdheid van de hele (G)MR op de regelingen voor veiligheid, gezondheid en welzijn. Ook artikel 11.1 sub f, dat adviesbevoegdheid toekent aan de hele MR over de organisatie van de school, kan hier een rol spelen.

    Als thuisonderwijs aan de orde is, komt het beleid rondom de voorzieningen voor leerlingen in beeld. In het primair onderwijs is dat een instemmingsbevoegdheid van de oudergeleding (artikel 13.1 sub d).

    Soms kan om organisatorische redenen een afwijking van het vastgestelde vakantierooster nodig zijn. Hiervoor geldt de adviesbevoegdheid van de (G)MR (artikel 11.1 sub l, regeling van de vakantie).

  • Hoe kunnen besluiten genomen worden zonder (voltallige) medezeggenschapsraad?

    In onze wet- en regelgeving (onder andere onderwijswetgeving en cao’s) zijn de bevoegdheden voor instemming en advies neergelegd bij de medezeggenschapsraad. Als er geen medezeggenschapsraad is, dan kan het bestuur niet besturen en kun je dus ook op schoolniveau geen beleid maken en besluiten nemen.

    Verplicht

    Elke school moet een medezeggenschapsraad hebben (artikel 3 lid 1 WMS). Strikt genomen betekent dit dat per instellingscode (voorheen BRIN-nummer) een medezeggenschapsraad verplicht is. Deze verplichting geldt niet voor een nevenvestiging of dislocatie. Overigens kan voor een nevenvestiging dan wel een dislocatie een zogenaamde deelraad ingesteld worden (artikel 20 lid 1 WMS).

    Het kan zijn dat door omstandigheden of onenigheid een geleding van de medezeggenschapsraad onvolledig is of zelfs ontbreekt. Het is dan in eerste instantie aan de geleding zelf (personeel, ouders en in het VO ook leerlingen) om aan de wettelijke verplichting te voldoen. Dat kan door middel van het uitschrijven van nieuwe verkiezingen.

    Is er helemaal geen vertegenwoordiging in de medezeggenschapsraad, dan dient het bestuur alles in het werk te stellen om zo snel mogelijk weer een medezeggenschapsraad te hebben. Het bestuur dient dan zowel personeelsleden als ouders (en in het VO leerlingen) op te roepen en te stimuleren om zitting te nemen in de medezeggenschapsraad.

  • Arbeidsmarkttoelage NPO: met welk medezeggenschapsorgaan in het primair onderwijs wordt overleg over een arbeidsmarkttoelage gevoerd?

    De arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO PO als Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO PO artikel 6.10a.

    In het primair onderwijs voert het schoolbestuur dit overleg met het personeelsdeel van de gemeenschappelijke medezeggenschap (PGMR). Dit is zo geregeld in de CAO PO, artikel 6.10 lid 5.

  • Arbeidsmarkttoelage NPO: met welk medezeggenschapsorgaan in het voortgezet onderwijs wordt overleg gevoerd over de arbeidsmarkttoelage?

    De arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO VO als Arbeidsmarkttoelage scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO VO artikel 3.11.

    In het voortgezet onderwijs voert het bestuur overleg met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (PMR), op grond van artikel 12, eerste lid, onderdeel g, van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Als binnen je schoolbestuur meerdere vestigingen voor voortgezet onderwijs in aanmerking komen voor de toelage, kan het zijn dat de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (PGMR) bevoegd is. Het bestuur betrekt de PGMR als er sprake is van een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang voor alle scholen of een meerderheid van de scholen (artikel 16, eerste lid WMS). Wanneer dat in het voortgezet onderwijs het geval is, hangt af van de specifieke situatie binnen het schoolbestuur.

  • Mag een directeur zitting nemen in de medezeggenschapsraad of gemeenschappelijke medezeggenschapsraad?

    Het antwoord op deze vraag luidt: “Ja, maar…” Lees dus verder!

    Wetgeving

    Geregeld krijgt de helpdesk van de AVS vragen over de medezeggenschap en de rol van schooldirecteuren hierin. In artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) wordt duidelijk gemaakt welke personeelsleden uitgesloten zijn voor lidmaatschap van de medezeggenschapsraad.

    Lid 7: “Geen lid van de medezeggenschapsraad kunnen zijn degenen die deel uitmaken van het bevoegd gezag.” Dit houdt in dat een bestuurder noch een directeur-bestuurder in de medezeggenschapsraad kan zitten.

    Lid 8: “Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de medezeggenschapsraad kan niet tevens lid zijn van de medezeggenschapsraad.” Duidelijk is dat je als directeur van een school, die gemandateerd is door het bestuur om overleg te voeren met de medezeggenschapsraad, zelf geen lid kunt zijn van de medezeggenschapsraad. Je vervult dan namelijk een bestuurlijke rol.

    Echter, jij bent directeur én je bent ook een werknemer… In die hoedanigheid kan jij formeel dus wel zitting nemen in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR).

    Lastig

    Dit kan je echter wel in een lastige positie brengen en het wordt helemaal ingewikkeld als het directeurenoverleg als geheel of de schoolleiders zelf, vanuit het managementstatuut, bepaalde taken en bevoegdheden hebben die niet verenigbaar zijn met lidmaatschap van de GMR. Immers, wanneer de schoolleiding qua taken en bevoegdheden deels tot het bestuur behoort, is zitting in de GMR niet echt passend. Ook wanneer een vraagstuk over een bepaalde school of scholen in de GMR wordt besproken, is de positie van een schoolleider ten aanzien van die school/scholen, toch weer een andere dan die van de ouders of de medewerkers.

    Managementstatuut

    Er wordt al een tijdje nagedacht over de zeggenschap en de medezeggenschap van de schoolleider. AVS vindt dat de schoolleider een stevige positie moet hebben om goed te kunnen acteren in de steeds complexer wordende context van de school. Het managementstatuut is momenteel het instrument bij uitstek om de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van (adjunct-)directeuren te verankeren: zie artikel 30a en artikel 31 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) en van de Wet op de expertisecentra (WEC). Het managementstatuut wordt vastgesteld na overleg met de directeuren (artikel 31 lid 1 WPO en WEC).

    Overleg GMR en directeuren

    Belangrijk is dat de GMR het gesprek aangaat met de directeuren – of omgekeerd – als er zaken spelen die specifiek het werknemerschap van de schoolleider raken. Op die manier kan de GMR de werknemersbelangen van leidinggevenden behartigen.

    De GMR heeft adviesrecht met betrekking tot de vaststelling of wijziging van het managementstatuut (artikel 11 lid 1 sub i WMS). Dit is typisch een onderwerp waarover de GMR het gesprek met de directeuren moet voeren alvorens een advies uit te brengen!

  • Waar kan ik informatie vinden over medezeggenschap, de (G)MR en de Wet medezeggenschap scholen (WMS)?

    Medezeggenschap op scholen is vastgelegd in de Wet medezeggenschap scholen (WMS). Op https://wetten.overheid.nl/zoeken kun je de meest actuele versie van de WMS terugvinden.

    Verder is https://www.infowms.nl/ een goede website waar allerlei informatie staat met betrekking tot de WMS. Op deze website vind je o.a. modelreglementen. De website https://www.sterkmedezeggenschap.nl/ geeft eveneens veel informatie. Op deze website vind je veel handreikingen.

    Bij de Stichting Onderwijsgeschillen kun je terecht als je een geschil hebt over medezeggenschap. Ook vind je daar veel jurisprudentie. Ga naar https://www.onderwijsgeschillen.nl/commissie/landelijke-commissie-voor-geschillen-wms/

  • Wat betekent het van kracht worden van de Wet versterking bestuurskracht voor de medezeggenschap?

    Op 14 juli 2016 werd de Wet van 15 juni 2016 tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen gepubliceerd, kortweg de Wet versterking bestuurskracht (Wvb) genoemd. De nieuwe wet bracht in alle onderwijssectoren veranderingen voor de medezeggenschap met zich mee.

    Alle onderwijssectoren

    – Benoemingen van bestuurders moeten plaatsvinden op basis van vooraf kenbare profielen. Het medezeggenschapsorgaan krijgt adviesrecht op de vaststelling van die profielen.
    – Op voorgenomen besluiten tot benoeming of ontslag van een bestuurder, heeft het medezeggenschapsorgaan adviesrecht.
    – Voor het benoemen van een bestuurder of nieuw lid van het College van Bestuur wordt een sollicitatiecommissie ingesteld, waarin een vertegenwoordiging namens de personeelsgeleding en de ouder- respectievelijk leerling- of studentgeleding van de medezeggenschap zitting neemt.
    – Ten minste twee keer per jaar vindt overleg plaats tussen het medezeggenschapsorgaan en de interne toezichthouder.

    Primair en voortgezet onderwijs

    In de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS) is als gevolg van deze wet de positie van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad (G)MR versterkt:

    – De (G)MR krijgt rechtstreeks de noodzakelijke kosten vergoed van het bevoegd gezag, zonder dat daarvoor nog een faciliteitenregeling vereist is. De (G)MR moet het bevoegd gezag wel vooraf in kennis stellen van de te maken kosten voor het raadplegen van deskundigen en het voeren van rechtsgedingen; doet de MR dat niet, dan komen die kosten niet ten laste van het bevoegd gezag.
    – In het VO en het VSO krijgt de leerlingengeleding van de (G)MR instemmingsrecht op de vaststelling en wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid. Daarin legt elke V(S)O-school vast hoe de inspraak en betrokkenheid van leerlingen wordt geregeld.

    De geschillenregeling wordt aangepast:

    – Als het bevoegd gezag een besluit neemt waarmee de (G)MR niet heeft ingestemd of waarvoor niet de vereiste instemming van de (G)MR gevraagd is, kan de (G)MR tegenover het bevoegd gezag binnen zes weken de nietigheid van het besluit inroepen.
    – De (G)MR kan de geschillencommissie vragen om het bevoegd gezag te verplichten zich te onthouden van uitvoering of toepassing van een nietig besluit.
    – De (G)MR kan ook een adviesgeschil aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS voorleggen als het bevoegd gezag ten onrechte geen advies aan de MR heeft gevraagd.
    – De (G)MR kan in een kort geding vragen om de uitspraak van de geschillencommissie te mogen doen uitvoeren.

    Geschillen over de WMS kunnen worden voorgelegd aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS. De bevoegdheid van dit orgaan wordt uitgebreid en de rol van de Ondernemingskamer verandert.

  • Welke rol speelt de medezeggenschap in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs?

    Op 17 mei 2021 werd een webinar gehouden door Sterk Medezeggenschap, met medewerking van de sociale partners, waaronder de AVS. De webinar ging in op de (mogelijk) opgelopen achterstanden en de rol van de medezeggenschap bij het Nationaal Programma Onderwijs.

    Klik op deze link om het webinar terug te kijken.

    Over de Dialoogkaart
    De Dialoogkaart