Relevante onderwerpen

Lees ook

  • Behoud je medewerkers

    Inspiratiesessie duurzame inzetbaarheid en strategische personeelsplanning Hoe zet je duurzame inzetbaarheid (DI) en strategische personeelsplanning in om je schoolteam toekomstbestendig te maken? Waarom is DI zo belangrijk voor jou, je team en je school? Als schoolleider wil je ervoor zorgen dat je medewerkers zich optimaal kunnen ontplooien, gelukkig zijn in hun werk en een passende plek hebben die aansluit bij de schoolvisie. Maar hoe doe je dat? De AVS en VfPf inspireren je graag om...

  • Sectoranalyse primair onderwijs geeft handvatten voor beleid over duurzame inzetbaarheid

    Vitaal en met plezier aan het werk blijven tot je pensioen: dat is ook in de onderwijssector belangrijk. Hoe is het gesteld met de duurzame inzetbaarheid van medewerkers in het primair onderwijs? Het Arbeidsmarktplatform PO en Vervangingsfonds/Participatiefonds (VfPf) onderzochten dit in het kader van de Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU). De resultaten van dit onderzoek staan in de recent gepubliceerde Sectoranalyse primair onderwijs. De belangrijkste...

  • ‘Soms gaan mensen zelfs meer werken’

    De een werkt nog vol energie door na zijn pensioen, terwijl de ander de dagen tot dat pensioen aftelt. Ard Nieuwenbroek weet hoe leraren én schoolleiders in plaats van te verzuren hun kennis en ervaring kunnen verzilveren. “Het is angstaanjagend dat hoe je je carrière afsluit, een voorspellende waarde lijkt te hebben op de tijd erna”, begint Ard Nieuwenbroek, zelf net 69 en nog met veel plezier aan het werk als psychotherapeut, coach en trainer in het onderwijs. “Het valt mij op dat...

Al het nieuws over duurzame inzetbaarheid

Veelgestelde vragen: Vragen

  • Hoe om te gaan met duurzame inzetbaarheid?

    Het Arbeidsmarktplatform PO en Vervangingsfonds/Participatiefonds (VfPf) onderzochten dit in het kader van de Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU). De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de factsheet sectoranalyse duurzame inzetbaarheid primair onderwijs van december 2021.

    Factsheet-Sectoranalyse-Duurzame-inzetbaarheid-primair-onderwijs-Arbeidsmarktplatform-PO

  • Wat gebeurt er met de uren ‘duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers’ als iemand ziek wordt?

    De AVS Helpdesk krijgt herhaaldelijk vragen over de gevolgen voor de uren ‘duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers’ als een werknemer ziek wordt.

    Elke werknemer heeft een budget van 40 uur voor duurzame inzetbaarheid in de jaartaak. Voor deze uren geldt geen eigen bijdrage.

    De werknemer van 57 jaar en ouder heeft naast deze 40 uur jaarlijks recht op een bijzonder budget voor oudere werknemers van 130 uur. Voor dit budget geldt een eigen bijdrage van 40 procent als de werknemer, OOP’er, met een salarisschaal 8 of lager dan wel 50 procent als de uren worden ingezet voor verlof.
    In artikel 8.A.6 lid 7 van de CAO PO 2019 – 2020 is beschreven dat bij ziekte van werknemers de uren van dit verlof niet opgeschort worden. Tijdens ziekte in het eerste jaar blijft de eigen bijdrage berekend.
    Is de werknemer langer dan een jaar ziek, dan vervalt na het eerste ziektejaar de eigen bijdrage.

  • Mag ik zelf bepalen waar ik mijn uren duurzame inzetbaarheid aan besteed, zowel binnen als buiten de school?

    De werknemer bespreekt vóór de zomervakantie met zijn werkgever de inzet van de uren duurzame inzetbaarheid voor het komende schooljaar. In de CAO PO 2019-2020 zijn onderwerpen genoemd, maar dat is geen limitatieve opsomming. Zo kunnen er afspraken gemaakt worden over niet plaats- en/of tijdgebonden werkzaamheden of een ander gekozen doel.

    Het is aan de werkgever om aan te geven of het gekozen doel past binnen het curriculum van de school of dat het bijdraagt aan de persoonlijke en/of schoolontwikkeling. Het advies is hierover vroegtijdig beleid te formuleren en vast te stellen. Als een werknemer aangeeft dat hij of zij een cursus macrameeën wil volgen, maar dat hij/zij binnen de school niets met het vak handenarbeid doet, dan zal hiervoor in het kader van de duurzame inzetbaarheid geen medewerking worden verleend. Een ander voorbeeld is om een uur later te beginnen om vooraf te kunnen sporten. Past dit binnen het rooster, dan kan de werkgever ermee instemmen. Wel moet er gewaakt worden voor precedentwerking of handelen naar willekeur. Zich inzetten voor bijvoorbeeld vrijwilligerswerk buiten de school hoort in principe niet te vallen onder duurzame inzetbaarheid, tenzij het bijdraagt aan de maatschappelijke betrokkenheid of burgerschap, dat binnen de school wordt uitgedragen. Het is aan de werkgever om wel of niet in te stemmen met de plannen. Er kan ook gekozen worden voor het sparen van de uren, maximaal drie jaar, om een bepaald onderwerp of doel te kunnen uitvoeren. Als gekozen wordt voor verlof, dan dienen de volledige uren hiervoor ingezet te worden. Dit geldt vanaf de leeftijd van 57 jaar. Sparen voor verlof kan maximaal vijf jaar plaatsvinden op basis van een vooraf ingediend plan.

  • Waar mag de regeling duurzame inzetbaarheid voor alle werknemers aan worden besteed?

    Het budget van 40 uur mag worden ingezet om de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Het gaat dan om bijvoorbeeld scholing, studieverlof, mobiliteitsbevorderende maatregelen (zoals stages), coaching, peer review of intervisie. De opsomming is niet limitatief, maar het budget moet wel worden gebruikt om de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Het gaat niet om vrij opneembaar verlof.

  • Hoe hoog is de eigen bijdrage voor de regeling duurzame inzetbaarheid?

    Voor de 40 uur duurzame inzetbaarheid, deeltijders naar rato, geldt geen eigen bijdrage.

    Worden deze uren gekoppeld aan het bijzondere budget voor oudere werknemers, 130 uur, deeltijders naar rato, en opgenomen als verlof, dan geldt voor deze uren een eigen bijdrage:

    40% voor werknemers van salarisschaal 8 en lager;

    50% voor de overige werknemers.

  • Mogen de uren voor duurzame inzetbaarheid worden gesplitst, bijvoorbeeld 20 uur voor scholing en 20 uur voor mobiliteit?

    Over de wijze waarop het verlof wordt ingezet zullen met de werknemers individuele afspraken worden gemaakt. In dit gesprek kan vrij worden bepaald hoe de uren zullen worden ingezet.

  • Mogen de 40 uur voor duurzame inzetbaarheid worden gespaard?

    In overleg kan worden afgesproken dat de uren gedurende maximaal drie jaar op grond van artikel 8A.4 CAO PO 2019 – 2020 worden gespaard voor een vooraf vastgesteld doel. Als de uren na drie jaar niet zijn gebruikt, overleggen werkgever en werknemer over hoe de uren alsnog kunnen worden ingezet.
    Indien de uren worden gespaard ten behoeve van studieverlof maar het dienstverband wordt op initiatief van de werkgever beëindigd voordat deze studieverlof uren kunnen worden genoten, dan worden deze uren uitbetaald.

  • Hoe pas je de afspraken over duurzame inzetbaarheid uit de CAO PO toe?
    De afgelopen periode kreeg de AVS Helpdesk veel vragen over de toepassing van de afspraken over duurzame inzetbaarheid uit de CAO PO. Hoe kun je die 40 uur bijvoorbeeld inzetten en invullen? Werknemers weten dat niet altijd precies.
     
    Iedere werknemer heeft recht op 40 uur duurzame inzetbaarheid bij werktijdfactor 1. In artikel 8A.4 staat een opsomming waaraan deze uren besteed kunnen worden. Het initiatief voor het invullen van deze uren ligt bij de werknemer. Die bespreekt de inzet met de werkgever. De uitvoering wordt meegenomen in de jaarplanning. De uren duurzame inzetbaarheid maken onderdeel uit van de jaartaak van 1.659 uur. Dat betekent dat de invulling ervan ook binnen de jaartaak plaatsvindt.
     
    Er is een aanvullende regeling (bijzonder budget) voor werknemers van 57 jaar en ouder. Zij hebben recht op 130 uur extra (artikel 8A.7). Deze uren kunnen ook ingezet worden voor de onderwerpen genoemd in artikel 8A.4. Ze maken eveneens onderdeel uit van de jaartaak. Een werknemer kan de uren ook inzetten als verlof of opsparen (zie 8A.8).
     
    De uren duurzame inzetbaarheid die een werknemer niet aan verlof besteedt, worden in overleg met de schoolleider ingezet. Bijvoorbeeld als een leerkracht coaching wil, op andere scholen wil kijken of zich wil oriënteren op mobiliteit of overplaatsing, dan moet daar in de werktijd van die leraar ruimte voor worden gemaakt.
     
    Een andere overweging is de overige taken te verminderen met de uren duurzame inzetbaarheid. Een en ander is afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de werknemer.
     
    De uren voor duurzame inzetbaarheid moeten passen in het schoolbeleid, de inzet van het personeel en de taakverdeling binnen de school. De vastgestelde jaarplanning van de school is hierbij van belang. In goed overleg moet je er samen uit kunnen komen.
     
    De AVS Helpdesk adviseert om iedere nieuwe werknemer in deeltijd een werktijdfactor te geven die recht doet aan tijd voor de groep (lestijd) en tijd voor overige taken waaronder duurzame inzetbaarheid. Dus 0,225, 0,425, 0,625 of 0,825. Iedere individu kan de invulling regelen naar eigen inzicht en er hoeft alleen verantwoording achteraf plaats te vinden. Er is dan ook tijd voor bijvoorbeeld individuele professionalisering.
  • Hoe kan het ‘bijzonder budget’ voor oudere werknemers ingevuld worden?

    De regeling duurzame inzetbaarheid is vanaf 1 oktober 2015 van kracht. In hoofdstuk 8A worden diverse mogelijkheden beschreven over hoe het verlof kan worden ingevuld. Eén van de regelingen heeft betrekking op het verlof voor personeelsleden van 57 jaar en ouder. Deze personeelsleden kunnen het bijzonder budget – naast het basisbudget duurzame inzetbaarheid voor iedere werknemer (40 uur op jaarbasis bij werktijdfactor 1) – inzetten voor peerreview, studieverlof, coaching, oriëntatie op mobiliteit en niet plaats- en/of tijdgebonden werkzaamheden. Ook kunnen er met de werkgever andere afspraken worden gemaakt. Verder is het mogelijk om de uren als verlof in te zetten voor een sabbatical, extra zorgverlof of recuperatieverlof. Het is een misverstand dat de uren bijzonder budget voor oudere werknemers ingevuld moeten worden. Het is aan de medewerker zelf of hij hiervan gebruik maakt. Randvoorwaarde is dat er binnen de school ruimte is om bepaalde werkzaamheden, zoals eerder genoemd, te kunnen uitvoeren. Zo kan een personeelslid aangeven dat hij graag de uren wil gebruiken om te coachen, maar dan moet er ook behoefte zijn aan coachingswerkzaamheden. Voor de eigen bijdrage van 50 procent geldt het volgende. Als het personeelslid maar een gedeelte van de uren wil gebruiken voor verlof, dan betaalt hij over alle uren van het verlof 50 procent. In de toelichting staat namelijk vermeld dat alleen bij opname van de volledige uren, de ‘40 uren basisbudget 0 procent eigen bijdrage’ kan worden toegepast. Bij de overgangsregeling BAPO gelden andere regels.