OCW-ministers reageren op Staat van het Onderwijs

“Tijdens de coronacrisis zijn de kwetsbaarheden in ons onderwijssysteem nog scherper zichtbaar geworden. De kwaliteit van het onderwijs is niet vanzelfsprekend. Kansengelijkheid staat onder druk.” Dit staat in de beleidsreactie van OCW op de Staat van het Onderwijs van de Onderwijsinspectie die in april was uitgekomen, maar waar nu pas op wordt gereageerd (zoals eerder aangekondigd) vanwege de coronapandemie. De Onderwijsministers stellen een aantal onderwerpen aan de orde, maar laten ook aspecten onbelicht.

In de brief gaan de ministers Slob en Van Engelshoven in op de gevolgen van de pandemie voor het onderwijs, hoewel het jaarlijkse rapport is gebaseerd op gegevens van vóór de coronacrisis. Zij spreken hun waardering uit voor de veerkracht en creativiteit waarmee iedereen in het onderwijs de start van het nieuwe jaar heeft opgepakt.

De inspectie wijst in de Staat op verbeterpunten in het onderwijsstelsel. “Tijdens de coronacrisis zijn de kwetsbaarheden in ons onderwijssysteem nog scherper zichtbaar geworden. De kwaliteit van het onderwijs is niet vanzelfsprekend. Kansengelijkheid staat onder druk…”, aldus de onderwijsministers. De reactie richt zich met name op de kwaliteit van het onderwijs, kansengelijkheid en samenwerking. Daarbij is nog verbetering mogelijk.

Onderwijskwaliteit

Bij ongeveer 80 procent van de besturen is de kwaliteitszorg op orde, dat is al een goede stap voorwaarts. “Maar er is nog veel verbetering mogelijk bij besturen in het po, vo, (s)vo en mbo.” De inspectie geeft in de Staat praktische handvatten voor wat een leraren, schoolleiders en bestuurders kunnen doen om de kwaliteit van het onderwijs duurzaam te verbeteren. Er zijn al veel kwantitatieve en kwalitatieve data beschikbaar van effectieve en bewezen onderwijsmethodes. Die gegevens worden echter niet altijd effectief benut, vinden de ministers. Zij laten nu onderzoeken hoe de kennisinfrastructuur binnen het onderwijs beter vormgegeven kan worden. De uitkomsten hiervan worden begin volgend jaar verwacht.

In hun beleidsreactie benoemen de ministers ook hun reactie op het McKinsey rapport ‘een verstevigd fundament voor iedereen’, dat de Tweede Kamer gelijktijdig ontvangt. Dit rapport heeft ook de Staat van het Onderwijs als bron gebruikt. In de beleidsreactie over het McKinsey rapport geven de onderwijsministers aan hoe op korte en lange termijn wordt gewerkt aan kwaliteitsverbetering op scholen en kwaliteitsversterking van onder andere schoolleiders in het funderend onderwijs. De AVS constateert dat hierbij wel structurele investeringen ontbreken (zie: Slob schuift investeringen door naar volgend kabinet).

Ook gaan de ministers in op de noodzaak van de herijking van het curriculum, wat ook bijdraagt aan beter taalonderwijs en bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs. Daarbij geven ze aan dat het onderwijs niet tot 2023 mag wachten voor de verbetering van de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen. In vergelijking met andere landen daalt de leesvaardigheid van hen. “Op de OESO-ranglijst daalt Nederland van de 15e naar de 26e plek op gebied van leesvaardigheid.” Om dit te keren, werkt OCW aan een Leesoffensief.

Kansengelijkheid

De ministers geven aan dat de coronapandemie hun zorgen hebben versterkt, vanwege de mogelijk gegroeide achterstanden en de gevolgen voor de kansengelijkheid van leerlingen. De achterstand van bepaalde groepen leerlingen – en daardoor de kansenongelijkheid – is toegenomen. “Dit vinden wij niet acceptabel”, schrijven Slob en van Engelshoven. Daarom is er 244 miljoen euro extra uitgetrokken om scholen (en vve) in het funderend onderwijs en het mbo te ondersteunen bij het organiseren van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor kwetsbare leerlingen. Daarnaast zijn er subsidies (uit Actieplan Gelijke Kansen) voor scholen om kansengelijkheid te bevorderen, zoals de doorstroomprogramma’s po-vo en het vrijroosteren van leraren. Ook kaarten de ministers het probleem van laagopgeleide schoolverlaters aan en de rol van de (dit schooljaar niet afgenomen) eindtoets voor het creëren van gelijke kansen.

Samenwerking essentieel

De saamhorigheid die tijdens de pandemie ontstond binnen het buiten het onderwijs willen de ministers vasthouden en verder uitbreiden. Ook kwesties als het schoolleiders- en lerarentekort vragen om een gezamenlijke regionale aanpak.

Ontbrekende onderwerpen

In de Staat van het Onderwerp komen diverse onderwerpen aan bod op gebied van onderwijs. Vergeleken met vorig jaar belichtte deze Staat meer de cruciale rol van de schoolleider voor de kwaliteit van de school. Dit wordt niet expliciet genoemd in deze beleidsreactie. Ook de ‘burgerschapsopdracht’, de kwaliteitsverschillen tussen scholen, de verschillen in schooladviezen vanwege de opleidingsniveau van ouders en de Toekomstagenda schoolleiders worden niet aangekaart. Passend onderwijs ook niet, maar hierover informeren de onderwijsministers de Tweede kamer in het najaar, in de beleidsreactie op de evaluatie passend onderwijs.

Links

Gerelateerd nieuws