Zonder eindtoets naar de middelbare school

Basisschoolleerlingen hebben dit jaar geen eindtoets gedaan en leerlingen in het voortgezet onderwijs geen centraal schriftelijk eindexamen. Gun leerlingen het voordeel van de twijfel en wees ruimhartig, luidde de oproep van onderwijsminister Slob. Basisscholen konden hierdoor hun initiële schooladvies bijstellen. “Dat is wel wat vreemd als je ervan uitgaat dat dat advies weloverwogen tot stand is gekomen.”

Iedereen kan door naar het volgende schooljaar als het aan Jacob Uijl ligt, directeur van basisschool De Rank in Sprang-Capelle. Hij gelooft niet in grote leerachterstanden na twee maanden ‘coronaonderwijs’. “Na een zomervakantie is ook kennis weggezakt, nu hebben de meeste kinderen nog elke dag schoolwerk gedaan. In enkele gevallen zijn we extra alert, omdat we gezien hebben dat deze kinderen minder hard werken. De tussentijdse toetsen van het leerlingvolgsysteem in juni geven een goed beeld van het niveau van de leerlingen. Als er sprake is van veel achterstand, passen we maatwerk toe. Een achterstand is geen reden om leerlingen niet over te laten gaan, eventueel passen we bevorderingsnormen aan. Neem bijvoorbeeld een leerling in groep 3 bij wie het leesproces traag verloopt en die thuis niet heeft geoefend. Dan kun je overwegen om zo’n leerling bewust naar de combinatiegroep 3/4 te laten gaan, zodat het ook nog het nodige kan oppikken van de lesstof van groep 3.” Ook middelbare scholen stellen zich coulant op voor leerlingen van wie de leerprestaties zijn achtergebleven, blijkt uit een enquête van de Volkskrant (eind mei). Een meerderheid (53 procent) zegt dat de normale ‘overgangsnormen’ niet gelden. Ruim een derde (38 procent) heeft zittenblijven dit jaar helemaal afgeschaft en 15 procent laat ouders en leerlingen samen bepalen of ze dit jaar overgaan. Het ministerie van OCW is bang dat dit laatste leidt tot kansenongelijkheid.

De eerste weken weer op school in het basisonderwijs stond echter het welbevinden van de kinderen voorop. Directeur Uijl: “Onze primaire zorg was hun sociaal-emotionele ontwikkeling. We wilden zien hoe zij twee maanden niet naar school gaan hebben ervaren. Voor sommige kinderen is het best spannend geweest. Soms was het thuis niet altijd veilig.”

 

Voordeel van de twijfel
De overstap van basisschoolleerlingen naar het voortgezet onderwijs verloopt dit jaar zonder eindtoets. Wat Uijl betreft een goed moment om de discussie over het nut van de eindtoets weer te voeren. “Een basisschool kan zelf het beste een schooladvies formuleren op basis van acht jaar ervaring. De eindtoets is meer een check dan een instrument om het schooladvies aan te passen.”

Op zijn eigen school heeft het ontbreken van de eindtoets dit jaar als objectief tweede gegeven niet geleid tot bijstelling van het schooladvies. Ook heeft geen ouder gevraagd om aanpassing ervan. In het POVO-samenwerkingsverband, waarvan hij voorzitter is, is het onderwerp wel voorbij gekomen. “Verschillende ouders in onze regio vroegen naar een vervangende toets. Zij hebben hogere verwachtingen van hun kind en willen een bijstelling. Dat hebben we aan de scholen zelf overgelaten. Eerst was onze richtlijn om het voorliggende schooladvies tot het definitieve advies te maken. Dat is het meest logisch bij het ontbreken van een eindtoets die boven verwachting is gemaakt. Later kwam de minister met de versoepeling om leerlingen het voordeel van de twijfel te gunnen. Scholen konden hun initiële advies dus wijzigen. Ik vind dat zelf wel wat vreemd, omdat we ervan uitgaan dat dat schooladvies weloverwogen tot stand is gekomen.”

Heradvies Uijl weet van één aangepast advies waarbij een vmbo kader is gewijzigd in vmbo g/t. Bij brugklascoördinator Bart van Rhijn van RSG Enkhuizen, een scholengemeenschap met een brede brugklas, zijn twee leerlingen met een heradvies vmbo k/t binnengekomen. “Dan kun je aannemen dat deze leerlingen eerst een ander advies hadden, waarschijnlijk de kaderberoepsgerichte leerweg, een niveau dat wij niet aanbieden op onze school. Binnenkomen met een heradvies maakt ons niets uit. Als een advies na het schooladvies nog wijzigt, dan lag dat waarschijnlijk al in de lijn der verwachting. De leerlingen zijn op een leeftijd waarop ze zich enorm ontwikkelen. Het kan nog alle kanten op. Voor ons zijn motivatie en drive erg belangrijk. Het belang van een brede brugklas waarbij kinderen pas later een schoolniveau kiezen is nu misschien wel groter dan ooit, omdat het leerlingen de kans geeft te laten zien wat zij in huis hebben.”

Expliciet evaluatiemoment 
Vanwege het wegvallen van de eindtoets stelt minister Slob een extra, expliciet evaluatiemoment in de brugklas voor, ‘om te bezien of leerlingen daadwerkelijk op het voor hen passende niveau zitten’. Onnodig, zeggen brugklascoördinator Van Rhijn en Carla Faassen, rector gymnasium Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Faassen: “We evalueren doorlopend hoe de relatie schooladvies, eindtoets en vordering van de leerling is. Ik verwacht niet dat de uitkomst nu anders is. Wij zijn een categorale school met toch een redelijk brede brugklas. Vijftien procent van onze instroom heeft een havo/vwo advies, een enkele keer zelfs vmbo-t. Deze leerlingen bespreken we altijd voor we hen toelaten. Soms halen deze leerlingen het niet, maar bij een zuiver vwo-advies gebeurt dat net zo goed.”

Een eindtoets is ook wat haar betreft niet strikt noodzakelijk. Omdat de school openstaat voor kinderen met een niet specifiek gymnasiumadvies, zijn er grote niveauverschillen. “Bij ons zijn het advies van de basisschoolleerkracht en de gegevens uit het leerlingvolgsysteem leidend. Zo geef je ook goed presterende leerlingen met een lager advies en ouders die minder mondig kunnen formuleren waarom ze hun kind naar een vwo-school willen een kans”, zegt Faasen. “Kinderen die dat nodig hebben krijgen extra begeleiding en diegenen die het aankunnen worden extra uitgedaagd. Om die reden zijn we onder andere een excellente school. Het voordeel van een redelijk brede brugklas is ook dat met name jongens niet te snel afstromen naar een lager niveau.”

Sjoelbak 
Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, ziet het belang van een brede brugklas eveneens bevestigd. “Maar om te zeggen dat het nu het momentum is om brede brugklassen breed in te voeren, gaat wat ver. Daarvoor hebben wij geen coronacrisis nodig. Het voortgezet onderwijs is al enorm in ontwikkeling. Waar we vandaan komen is dat het vo als het ware een sjoelbak is waarbij de leerling het schijfje is dat in een hokje terechtkomt waaruit het niet meer weg kan. We willen naar een flexibel systeem met een later selectiemoment en betere differentiatie. Wat er nu gebeurt, geeft zonder meer stimulans aan deze discussie.”

Taboe eraf 
Het pleidooi van de minister om groep 8-leerlingen het voordeel van de twijfel te gunnen en ruimhartig toe te laten, steunt Rosenmöller. “Denken in leerlingen kansen willen bieden, hoort bij het voortgezet onderwijs.” Dat geldt ook voor de examens die vanwege de coronacrisis zonder centraal schriftelijk eindexamen plaatsvinden. “Ook bij het vervolgonderwijs zie ik geen reserves bij het aannemen van vo-leerlingen. Er is al langer ongemak over de onevenredige nadruk op het centraal examen. De wens leeft om er op een andere manier naar te kijken en misschien de schoolexamens iets zwaarder te laten meetellen. Nu we een jaar geen centraal eindexamen hebben zal het taboe eraf gaan en kunnen we misschien iets genuanceerder over het onderwerp praten.”

Gezonde spanning 
Nadelen zijn er wel, signaleert zowel Rosenmöller als Faassen. Rosenmöller: “De gezonde spanning van een prestatie leveren in korte tijd onder grote druk, te vergelijken met topsport, is een ervaring die deze jongeren nu niet hebben.” Faassen: “Onze leerlingen halen voor wiskunde vaak hun eindcijfer omhoog, omdat zij bij het centrale eindexamen gemiddeld een punt hoger scoren. Daarvan hebben ze nu geen profijt. En jongens zijn meer gericht op het maken van een laatste sprint, zo eigen aan de centrale examens. Voor sommigen was het dus heel spannend. Maar ik denk niet dat er veel leerlingen zijn die niet aan het gemiddelde komen. Bovendien kunnen leerlingen meer vakken herkansen dan normaal.” Ook voor de moderne vreemde talen lijkt het wegvallen van het centraal schriftelijk eindexamen gunstiger uit te pakken voor sommige leerlingen dan voor anderen. Faassen: “Het centrale examen is vooral gericht op leesvaardigheid. Degenen die hier heel goed in zijn, halen hun cijfer hiermee omhoog, maar anderen halen opgelucht adem. Die eerste groep leerlingen heeft dit jaar geen kans om hun cijfer ermee te verbeteren. Stel dat er in de toekomst geen centraal eindexamen meer is, dan moeten scholen standaard leesvaardigheid in hun schoolexamens voor moderne vreemde talen opnemen. Dan is de verhouding tussen de verschillende vaardigheden beter in balans.”

1014 onderwijs doet niet aan eindtoets
Camyre de Adelhart Toorop is directeur van Spring High, een school voor leerlingen vanaf 10 jaar met een geïntegreerd po en vo. “Toetsen doen we al nauwelijks. Wij gebruiken de zogenoemde eindtoets als een tussentoets om te laten zien waar je op dat moment staat. We noemen het ook geen eindtoets, maar een meting. Taal maakt werkelijkheid.” Ze vervolgt: “We werken met een leerplan en doorlopende leerlijn op basis waarvan leerlingen zich ontwikkelen. Wij hebben een brede onderbouw, leerlingen gaan niet over en blijven niet zitten, en dat geeft veel rust bij kinderen en team. Het werkt demotiverend om kinderen op 12-jarige leeftijd al in te delen.