Leerlingen optimaal voorbereiden voor de uitdagingen van de moderne tijd door hen 21e eeuwse vaardigheden aan te leren. Stiekem doen we al veel, maar hapsnap en niet gestructureerd. Leraren weten niet goed hoe er vorm aan te geven. “Integreer deze vaardigheden in de vakinhoudelijke onderdelen van het hele curriculum.”

Critici spreken over ‘oude wijn in nieuwe zakken’ en waarschuwen voor een te grote nadruk op economie bij de definiëring van 21e eeuwse vaardigheden. René Kneyber, wiskundedocent, onderwijsvernieuwer en sinds kort lid van de Onderwijsraad: “Onderwijs is ook opvoedkundig en vormend. Bovendien weten we niet hoe de wereld er over twintig jaar uitziet. Met het centraal stellen van 21e eeuwse vaardigheden doe je een uitspraak over wat een mens moet zijn. Kinderen die niet creatief zijn of moeite hebben met problemen oplossen vallen erbuiten. Je krijgt een grote toevloed van kinderen waar iets mis mee is. Je gaat kinderen passend maken in een systeem, terwijl je het systeem passend moet maken voor kinderen.” SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling, heeft de 21e eeuwse vaardigheden na veel discussiëren en het raadplegen van deskundigen – waaronder het soortelijke rijtje van Trilling en Fadel uit 2009 – gecategoriseerd in communiceren, samenwerken, creatief denken, kritisch denken, probleemoplossend denken en handelen, digitale geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden en zelfregulering (doelgericht en passend gedrag realiseren). Echt nieuw zijn de vaardigheden inderdaad niet, erkent Petra Fisser, medeopsteller van het SLO-rapport ‘21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs’ (2014): “Het zit ‘m meer in hoe goed we de vaardigheden kunnen toepassen. Je ziet dat het belang ervan toeneemt. Het is niet meer voldoende om veel kennis over bepaalde inhouden te hebben, we moeten sneller in kunnen spelen op nieuwe situaties. Vaardigheden als samenwerken en kritisch denken doen we er in het onderwijs nu vaak bij. Alsof het iets extra is. Die verhouding komt anders te liggen: het is noodzakelijk dat alle leerlingen ze gaan verwerven. Daarbij heb je uiteraard gradaties: de een is beter in creativiteit dan de ander, net als dat de een beter is in geschiedenis dan de ander.”

Lastig
Scholen vinden het lastig invulling geven aan 21e eeuwse vaardigheden. Uit onderzoek van SLO komt een beeld naar voren van leraren die wel willen en het belangrijk vinden, maar volgens eigen zeggen niet toekomen aan het aanbieden ervan. Twee derde vindt zichzelf niet voldoende bekwaam om leerlingen te trainen in deze vaardigheden. Fisser: “Dat ligt ook aan het beeld dat leraren ervan hebben. Het lijkt groot en moeilijk, maar intussen besteden ze al vaker aandacht aan deelaspecten dan ze zelf denken.” De meeste aandacht is er voor samenwerken, sociale en culturele vaardigheden en kritisch denken. Creativiteit en probleemoplossend vermogen komen er minder goed vanaf. Mediawijsheid en informatievaardigheden (onderdelen van digitale geletterdheid) komen het minst aan bod. In de bovenbouw van het primair onderwijs wordt meer aandacht besteedt aan 21e eeuwse vaardigheden dan in de onderbouw van het funderend onderwijs (po en vo). Fisser: “Mogelijk houdt het verband met meer projectmatig werken in het po, het vo is meer vakgericht. In het algemeen kun je zeggen dat de aandacht voor 21e eeuwse vaardigheden versnipperd is. Alle vaardigheden krijgen soms tot regelmatig wel een plek, maar weinig expliciet en doelgericht. De aandacht in de leermiddelen is niet substantieel, structureel en systematisch. Af en toe is er een opdracht waarbij je iets moet verzinnen, dat valt onder creativiteit, en zoiets als samen een presentatie maken kun je onder samenwerken verstaan. Het is allemaal hapsnap, eerder toevallig en niet voldoende doordacht.”

Vakoverstijgend
De Onderwijsraad adviseert in het advies ‘Een eigentijds curriculum’ (2014) om 21e eeuwse vaardigheden toe te voegen aan het schoolse curriculum. SLO pleit voor een geïntegreerde aanpak. Fisser: “Wij stellen voor om deze vaardigheden te integreren in de vakinhoudelijke onderdelen van het hele curriculum.” Scholen die er al relatief veel aandacht aan besteden doen dat allemaal vanuit een vakoverstijgende benadering. Ronald Goosen, directeur Daltonbasisschool Pieterskerkhof in Utrecht: “Het is een illusie te denken dat 21e eeuwse vaardigheden iets aparts zijn, maar we besteden er wel veel meer aandacht aan. Eigenlijk zonder te hoeven kiezen wat ervoor moet wijken in het curriculum. ‘s Morgens richten we ons op de basisvaardigheden. ‘s Middags werken we thematisch vanuit de lesmethode VierKeerWijzer, waarin talentontwikkeling, wereldoriëntatie in brede zin en sociaal-emotionele ontwikkeling – zoals hoe gaan we met elkaar om – overal doorheen lopen. Kinderen leren veel verbanden leggen, kritisch denken en feedback geven en ontvangen.”

Wereldburgers
Ook middelbare scholengemeenschap Stad&Esch in Meppel heeft naar eigen zeggen de 21e eeuwse vaardigheden verwerkt in projectonderwijs, waarvoor naast het traditionele vakgerichte onderwijs vier uur per week is ingeruimd. Directeur Jasmijn Kester: “Er is vier uur afgesnoept van de ‘gewone’ vakken, maar dat betekent niet dat die vakken inleveren. In het projectonderwijs zitten naast de 21e eeuwse vaardigheden ook – afhankelijk van het thema – de kerndoelen van de verschillende vakken verstopt.” In het vocabulaire van de schoolleiders buitelen de termen beleving, eigenaarschap en betekenisvol leren over elkaar heen. “Zonder 21e eeuwse vaardigheden kun je kennis niet tot uitdrukking laten komen”, zegt Kester nuchter. Openbare basisschool De Voorsprong in Den Haag werkt met ‘Learning circles’, gebaseerd op de ideeën van Michael Fullan en zijn zes c’s (critical thinking, creativity, reflection skills, collaboration, communication, citizenship). Elk schooljaar werken leerlingen uit diverse landen een periode van veertien weken via internet en sociale media met elkaar samen rond het thema kinderrechten. Directeur Bianca Heijsteeg: “Kinderen worden als wereldburgers uitgedaagd tot verwonderen, vragen stellen, onderzoeken en delen met elkaar. Je kunt het een niet los van het ander zien. In een rijke leeromgeving neemt de leergierigheid toe. Als je inzet op vaardigheden die bijdragen aan betere kennisontwikkeling kom je uit op een vakoverstijgende benadering. Door deze methode gaan kinderen met al die vaardigheden aan de slag.”

Leerlijnen
De 21e eeuwse vaardigheden hebben in de huidige lesmethodes nog nauwelijks een plek en leraren hebben vooral behoefte aan concrete voorbeelden om handen en voeten te geven aan deze vaardigheden, zegt Fisser. “SLO werkt aan richtinggevende leerlijnen zonder kant-en-klare recepten voor hoe het te doen, maar met veel voorbeelden waar leraren uit kunnen putten.” Intussen ontwikkelen groepen leraren op de scholen Pieterskerkhof en Stad&Esch al pionierend hun eigen leerlijnen. Kester van Stad&Esch: “Docenten ontwikkelen een overstijgend aanbod op basis van de kerndoelen en eindtermen waarin de 21e eeuwse vaardigheden zijn verankerd.” Goosen van Pieterskerkhof: “We zijn teruggegaan naar de vraag: wat willen we dat onze kinderen leren? Leraren moeten de ruimte krijgen om fouten te maken, te experimenteren. Kinderen gaan met digitale geletterdheid bijvoorbeeld zo snel, dat kun je als volwassene vaak niet bijhouden. Maar moeten we ze dan afremmen? We begeleiden hen, geven feedback en leren ondertussen veel van ze.” Stad&Esch kwam in 2012 met een gezamenlijk manifest waarin de 21e eeuwse vaardigheden staan beschreven, als sluitstuk van een schoolbrede discussie met onderwijsmensen van buiten (‘als inspirators’), leraren, leerlingen en ouders. De docent heeft daardoor een andere rol gekregen. Kester: “Er is een andere mindset ontstaan. Voorheen gaf je les vanuit je vak en het lokaal. Nu werk je vanuit een thema, dat betekent meer loslaten en meer begeleiden.”

Meten
Hoe 21e eeuwse vaardigheden zijn te meten laat zich moeilijk beantwoorden. TNO heeft wel een meetinstrument ontwikkeld om competenties als samenwerken, zelfreflectie en zelfvertrouwen van leerlingen in kaart te brengen. Aan de hand van een zelfevaluatie door leerlingen kan de begeleider gericht aan de slag kan met de ondersteuning van zelfsturend leren. Een meetinstrument voor de vaardigheid creatief vermogen verschijnt dit jaar bij TNO. Schoolleider Goosen werkt naast rapporten met portfoliogesprekken – “cijfers geven is het domste wat je kunt doen” – tussen leerling, ouders en leraren. Fisser van SLO: “Ik hoop dat de vaardigheden straks zo vanzelfsprekend en geïntegreerd zullen zijn in het onderwijs dat toetsen overbodig is.”

onderzoek De Universiteit Utrecht wil dit najaar starten met een onderzoek naar de 21e eeuwse vaardigheden bij docenten in het voortgezet onderwijs. Prof. dr. Paul Boselie: “De indruk is dat docenten onvoldoende toegerust zijn. We willen onderzoeken wat ze zelf al meebrengen om handen en voeten te geven aan 21e eeuwse vaardigheden bij leerlingen, maar ook bekijken wat dit vraagt van het team, de schoolleiding en de onderwijsorganisatie.” Momenteel loopt een aanvraag bij NWO. Of het onderzoek ook gehonoreerd wordt is nog niet bekend. De animo onder voscholen is groot.
Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws