De meeste kinderen zijn dagelijks online, digitale technologie is deel van hun leven. Maar van de mogelijkheden en gevaren zijn ze zich niet altijd bewust. Vanaf 2021 krijgt digitale geletterdheid mogelijk een plek in het nieuwe curriculum. Sommige scholen lopen daar al op vooruit, geïnspireerd door bibliotheken

Een school in Stockholm die haar leerlingen verhalen laat schrijven en in een online bibliotheek plaatsen als e-book en pdf. Waardoor ze digitaal vaardiger worden en tegelijkertijd extra gemotiveerd om met taal bezig te zijn: ze gaan immers een boek publiceren. Dat mooie voorbeeld van leerlingen die tegelijkertijd aan hun taalvaardigheid én hun digitale geletterdheid werken zag adviseur digitale geletterdheid Remco Pijpers van Kennisnet tijdens een studiereis naar Zweden. Steeds meer scholen integreren digitale geletterdheid in het taalonderwijs, zoals Kennisnet ook adviseert. “Als je goed kunt lezen, dan vind je ook digitaal beter je weg”, vertelt Pijpers. “We weten bijvoorbeeld uit onderzoek dat goede lezers vaker relevante hyperlinks selecteren dan zwakke lezers. En laaggeletterden zijn ook online vatbaarder voor manipulatie.”
Het Zweedse voorbeeld en inzichten uit wetenschappelijk onderzoek stimuleerden negen schoolbesturen in Noord-Holland, Friesland, Groningen, Brabant en Zuid-Holland om taalonderwijs en digitale geletterdheid stapsgewijs te integreren. Zo ontstond samenwerkingstraject App Noot Muis met Kennisnet, een aantal ­bibliotheekorganisaties, educatieve uitgeverijen, wetenschappers, pabo’s en experts om die koppeling te leggen. De PO-Raad heeft het project als Innovatievraag geaccepteerd.
 
Digitaal prentenboek
Een van de deelnemende besturen is de Friese Elan Onderwijsgroep. Nico Woudwijk, directeur van OBS op ‘e Trije in Ferwert, is blij dat zijn bestuur meedoet: “Onze school heeft jaren geleden al een versnellingsvraag ingediend, we zijn al wat verder met dit onderwerp. Nu onderzoeken we met die groep wat we willen ontwikkelen. De insteek is zoiets als die online bibliotheek uit Zweden te maken. Ook zijn we in gesprek met uitgevers. Informatievaardigheden komen bijvoorbeeld in de bestaande producten nog nauwelijks aan bod.” Woudwijk heeft in zijn school al wat ervaring met een vergelijkbare aanpak. “Je kunt al met kleuters over een boek praten: wie is de schrijver, wat is de rug van een boek? En wij maken met hen digitale prentenboeken.” Ook bij oudere kinderen ziet hij dat de koppeling van taal- met ict-vaardigheden motiverend werkt. “Als je een taallesje maakt in een boek, dan kijk je er nooit meer naar en beklijft het minder dan wanneer je zelf aan de slag gaat met een eigen digitaal product waarin de doelen vanuit het taalonderwijs worden geïntegreerd. Ook doen we het programma De Jonge Journalist, waarbij de klas een soort Jeugdjournaal maakt. Daarin verwerken we allerlei taalonderdelen.”
 
Kinderboekenschrijver
Al jaren blijkt uit onderzoek dat tussen kinderen onderling de verschillen in digitale vaardigheid groot zijn en dat die digitale kloof groeit. Woudwijk herkent dat beeld: “Ik zie dat laaggeletterde kinderen ook digitaal minder geletterd zijn. En waar het ene gezin iPads met educatieve apps in huis heeft, is dat in het andere gezin niet zo.” Een manier om die kloof te dichten is samenwerken met de bibliotheek. Zo ontwikkelt ProBiblio een proefles waarin digitale geletterdheid en taalonderwijs worden gecombineerd, met een kinderboekenschrijver in de hoofdrol. En in Brabant werken de adviseurs van Cubiss samen met scholen. Met de Koninklijke Bibliotheek en de stichting Lezen gaan de leden van het samenwerkingsproject binnenkort ook in gesprek.” Nico Woudwijk werkt al jaren naar tevredenheid samen met de bibliotheek. “Het is zaak om van tevoren verwachtingen en intenties uit te spreken. Beide partijen hebben veel expertise in huis, die kunnen we bundelen. Wij hebben medewerkers van de bibliotheek geschoold in de programma’s die wij op school gebruiken om de ict-geletterdheid te stimuleren. Leesconsulenten komen bij ons op school en nemen dingen over of geven er een eigen draai aan. Ook hebben we allebei een 3D-printer en een lasersnijder staan. We gaan samen om tafel om deze middelen effectief in te zetten, waarin een beroep wordt gedaan op de geletterdheid van de kinderen.”
 
Brainy-tool
Een ander voorbeeld van samenwerking vinden we in de regio Brainport, waar mediacoaches van de Bibliotheek Eindhoven sinds het verdwijnen van de wijkbibliotheken op 70 scholen in de buurt werken aan de ontwikkeling van het leesplezier, taal en digitale vaardigheden. De bibliotheek, leerkrachten, ict’ers en startup MOVED ontwikkelden samen via design thinking een webbased tool om de digitale informatievaardigheden van leerlingen te ontwikkelen: Brainy. ‘Hoe weet mijn telefoon waar ik ben?’, ‘Waarom heeft de maan een gezicht?’, of ‘Weet een kikker dat hij een kikker is?’ Op dit soort vragen kunnen leerlingen online een antwoord zoeken. De tool verbindt alle devices met het digibord, zodat de leerlingen in groepjes systematisch kunnen leren zoeken. Ze checken bronnen en bespreken het zoekproces en de uitkomsten. De samenwerkingsrelatie die aan de Brainy-tool ten grondslag ligt, bestond al, vertelt Marijke Joosten, manager Jeugd en Educatie bij Bibliotheek Eindhoven en zelf een onderwijskundige achtergrond in het po. “Onze mediacoaches komen zelf vaak ook uit het onderwijs. Zij bouwen een relatie op met de school, kennen de onderwijsvisie en weten welke behoeften er spelen. Bijvoorbeeld aan een doorgaande lijn bij de ontwikkeling van informatievaardigheden. Na sessies met leerkrachten, ondersteuners en ict’ers en een pilot met betrokken scholen werken inmiddels ook scholen buiten Eindhoven met Brainy. Ook het voortgezet onderwijs heeft interesse.”
 
Taalplezier
Marijke Joosten ziet hierbij een verschil tussen po en vo. “In het voorgezet onderwijs volgen leerlingen vaak vakken als Ontwerpen en Ontwikkelen en daarbij zijn ze vaak ook bezig met de toepassing van informatievaardigheden. Maar in het po moeten de informatievaardigheden geïntegreerd worden in de dagelijkse lessen. Hier in de regio denkt men bij digitale geletterdheid vaak aan robotica, programmeren en computational thinking. Maar wij leggen het accent op informatievaardigheden en mediawijsheid. We proberen de link te leggen met de ontwikkeling van taalplezier. Dat is voor scholen vaak al een logische insteek, waarbij onze mediacoaches proberen duidelijk te maken dat het gaat om meer dan alleen boeken lezen. Taalplezier gaat ook over straatkunst en poëzie. Wij verbinden taalplezier en digitale geletterdheid ook in projecten. Bij ‘BookTuber’ laten we leerlingen bijvoorbeeld in groepjes een filmpje maken over hun favoriete boek. Daarbij leren ze iets over de techniek, maar het gaat vanzelf ook over mediawijsheid. Want als je media gaat maken, moet je je afvragen wat je er wel en niet in stopt. Bibliotheken hebben veel expertise en innovatiekracht, het is jammer als scholen daar geen gebruik van maken. Tegelijkertijd worden wij ook gevoed door het onderwijs. De inspiratie gaat twee kanten op.”
 
Mediacoach
Moniek van Rooij, directeur van Basisschool Tweelingen in Eindhoven, is blij met de samenwerking met de bibliotheek. “Toen de wijkfilialen gesloten werden en wij een lokaal moesten vrijmaken voor een bibliotheek in school, waren we aanvankelijk niet zo enthousiast – we hebben al genoeg te doen. Maar ik realiseerde me ook hoe belangrijk de ontwikkeling van de Nederlandse taal is, ook voor de digitale vaardigheden. Door deze constructie hebben onze leerkrachten en leerlingen toegang tot een mooie collectie boeken en digitale producten. We werken fijn samen met de mediacoach van de bibliotheek, dat is echt een goede kracht die luistert naar onze behoefte. Ze geeft de leerkrachten tips en denkt mee.” BS Tweelingen doet mee aan de projecten rondom leesplezier en digitale geletterdheid vanuit de bibliotheek. “Er is een programma met activiteiten waaruit wij kunnen kiezen. Zo hebben wij onder andere gekozen voor Vindingwijs en Wegwijs in de bibliotheek en werken we samen aan de ontwikkelingen van vaardigheden als informatie zoeken, veilig internetten, presentaties maken enzovoorts. We hebben B-Bots voor de onderbouw en hebben met de bovenbouw meegedaan aan het project De Schoolschrijver. Ik vind het goed dat de mediacoaches een koppeling maken: meestal is een papieren boek het uitgangspunt, waar dan een activiteit rond digitale geletterdheid uit voortkomt. Op deze manier krijgen diverse vormen van media op onze school extra aandacht.”

Links

Gerelateerd nieuws

  • ‘Het vraagt moed om met je kop in de wind te staan’

  • ‘We inspireren elkaar’

  • Politici over de rol van schoolleiders

  • Lobbyen voor en door schoolleiders