Meer leerlingen naar technische opleidingen en uiteindelijk beroepen. Met dat doel sloten onderwijsinstellingen, werkgevers, regio’s en rijksoverheid alweer zes jaar geleden het Nationaal Techniekpact 2020. Thea Koster is sinds dit jaar voorzitter en staat voor de taak de vele regionale initiatieven te vertalen naar voorstellen voor de ministeries van EZ, OCW en SZW.

U bent lid van het College van Bestuur van Deltion, een groot ROC in Zwolle. Waarom belde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat u om het Techniekpact voor te zitten?

“Het Techniekpact is opgezet vanuit de regio’s. Als voormalig wethouder van Leeuwarden weet ik hoe het op dat niveau werkt. Daarnaast heb ik als bestuurder van Deltion, met zestig procent technische studenten, veel contacten met het technische bedrijfsleven. Ook weet ik de weg in Den Haag. Ik had trouwens zelf ook een bèta-pakket.”

Welke ambities van het pact zijn al verwezenlijkt?

“Het streven was om tot afspraken te komen tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Om meer mensen in de techniek te krijgen, moet de aansluiting met het onderwijs verbeteren. Het is gelukt kennis over hoe we dat kunnen doen regionaal aan te jagen, er is geen regio die géén experimenten heeft. In Gelderland geven ze techniek al een plek in het basisonderwijs, er zijn elders experimenten met technische leerlijnen voor vmbo-mbo. Zo zijn er nog honderden initiatieven. De komende periode is extra aandacht nodig voor leerkrachten-instroom, Leven lang ontwikkelen, techniekonderwijs en hybride docenten.”

Wat wilt u de komende tijd nog bereiken?

“Ik wil de rode lijnen van al deze experimenten ontdekken. Het idee was: laat duizend bloemen bloeien. Als Techniekpact weten wij wat er speelt, maar de regio’s hebben de regie op hun projecten. Wat werkt daar zó goed dat we het landelijk moeten overnemen? Dat gaan we nu ophalen. Met die kennis kunnen we voorstellen ontwikkelen, bijvoorbeeld rond het om- en bijscholen van mensen. Als mensen zich moeten scholen, is daar natuurlijk ook budget voor nodig. Dan hebben we het over systeemhervormingen.”

Welke taak ligt er voor het basisonderwijs? Moet techniek een basisvak worden?

“Het is vooral van belang dat kinderen een manier van denken ontwikkelen die nodig is voor technische beroepen: onderzoekend en ontwerpend leren. Dat zou tot de basisvaardigheden van leerlingen moeten behoren en speelt dus een rol in de discussie rond het nieuwe curriculum. Wetenschap en Techniek zou een vak kunnen vormen, maar dat is niet de enige mogelijke oplossing. W&T-vaardigheden kunnen tijdens de rekenles gestimuleerd worden, maar ook bij natuur-, taal- en geschiedenisonderwijs. Het speelt vakoverstijgend.”

De meeste leerkrachten hebben zelf geen bèta-achtergrond en staan niet te springen om ‘weer een taak erbij’.

“Natuurlijk weet ik van de druk in het onderwijs. We moeten kijken wat haalbaar is, zonder iets voor te schrijven. De eerste vraag is: zijn leerkrachten hier klaar voor, kunnen ze het? We moeten ook naar de lerarenopleidingen kijken: in hoeverre zit dit aspect al in het opleidingsprogramma? Of is W&T een thema waar leraren of scholen zich in zouden moeten kunnen specialiseren? Is het een idee om met vakdocenten te werken? Dit zijn allemaal vragen die het onderwijs zelf mag beantwoorden, zij hebben daar vrije keuze in.”

Hoe kunnen schoolbesturen dit financieren?

“Voorop staat dat we de doelstellingen niet moeten laten inperken door financiële beslommeringen. Dit speelt op systeemniveau. Kosten voor bij- en nascholing horen niet op het bordje van het onderwijs. Daarom is het ook goed dat Sociale Zaken is aangehaakt.”

Niet alleen bèta-talenten maar íedere leerling is te interesseren voor techniek en technologie, blijkt uit onderzoek van het Platform Talent voor Technologie. Hoe doen we dat?

“Het mooie is dat we niet alleen wiskundigen, systeembouwers of andere harde bèta’s nodig hebben, maar ook mensen die breder geïnteresseerd zijn in technologie. Het onderzoek benoemt vijf bètatypes die onderling sterk verschillen in hun houding en elk een eigen aanpak vergen. Daarom moeten we de cross-overs tussen techniek en technologie zichtbaar maken. Veel jongeren hebben belangstelling voor media, zie Instagram. Dat is ICT. Interesseer je je voor de zorg? Dan kom je ook in aanraking met zorgtechnologie. Of voor sport? Dat gaat ook over voeding en het meten van effecten op prestaties.”

We proberen al decennialang meer meiden voor techniek te interesseren. Waarom lukt het niet?

“In het VO kiezen steeds meer meiden voor een bètaprofiel, zeker op het havo en vwo. Maar als ze een beroep kiezen, dan komen ze vaak op het snijvlak van techniek en management en uiteindelijk kiezen ze dan toch vaak voor management.”

Hoe komt dat? Hoe krijgen we vrouwen wel in de echt technische beroepen?

“Meiden willen met meer zijn. Er zijn dus meer rolmodellen nodig, vooral in de bijzondere techniek. Denk aan Luchtvaart, Mechatronica. Een vrouwelijke André Kuipers, dát zou helpen. Naast meiden missen we ook jongeren met een niet-westerse achtergrond, die kiezen vaak een commercieel-administratief beroep. Ook daar ontbreekt het aan rolmodellen.”

Wat kunnen schoolleiders doen?

“Techniek en de bredere technologie zitten in alle werkgebieden, niet alleen in elektrotechniek of werktuigbouwkunde. Ieder kind moet zijn of haar talent voor technologie kunnen ontdekken en ontplooien. Ik hoop dat schoolleiders met dat besef hun leerlingen willen klaarstomen, zodat ze met gelijke kansen naar de wereld van morgen bewegen. Schoolleiders hoeven het uiteraard niet alleen te doen of het wiel opnieuw uit te vinden. Voor ondersteuning kunnen ze zich wenden tot een van de acht regionale W&T-netwerken die actief zijn in Nederland.”

 

Techniek-ambassadeur André Kuipers bepleit verbazing en ontdekmomenten

‘Het hoeft niet ingewik keld te zijn’

Als astronaut ging André Kuipers twee keer de ruimte in. Mede daardoor zag hij hoe kwetsbaar onze planeet is en zet hij zich nu in voor milieu en duurzaamheid. Wetenschap en techniek spelen belangrijke rollen bij het bedenken van oplossingen. Zijn missie: jongeren ervoor interesseren. Dat hoeft – ook voor leerkrachten – heus niet ingewikkeld te zijn, vindt hij.

“Kinderen zijn van nature al erg nieuwsgierig, willen kijken hoe dingen werken. Ze staan helemaal open voor nieuwe dingen. Dus als je techniek en wetenschap op een leuke manier kunt brengen, pakken ze dat snel op.”

“Ze maken al op jonge leeftijd onbewust de keuze welke kant zij op willen in hun toekomstige leer- en loopbaan. Het is cruciaal hen dan al in aanraking te brengen met techniek en wetenschap, zodat zij hun talenten kunnen ontdekken en zien dat het niet moeilijk is, maar juist boeiend.”

“Alles wat ik als kind zelf deed – experimentjes uitvoeren, met de handen werken, dingen uit elkaar halen – dát is mij het beste bijgebleven. Dat zal voor jullie leerlingen ook gelden. Laat ze proefjes doen die hen versteld doen staan, zorg voor verbazing! Die ontdekmomenten zorgen dat ze de leerstof makkelijker opnemen.”

“Dat kan heel laagdrempelig. Wrijving kun je bijvoorbeeld zelf voelen door in je handen te wrijven. Vloeistofverschuiving door gewichtloosheid kun je gewoon zelf voelen als je je hoofd naar beneden doet. Je kunt dus hun eigen belevingswereld gebruiken om moeilijke dingen te laten zien.”

“W&T-onderwijs hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn, echt iedere leerkracht kan het geven. Met wetenschap en techniek stimuleer je als leerkracht juist je leerlingen om vragen te stellen en op onderzoek uit te gaan. Je hoeft niet zelf alle antwoorden te hebben.”

“Leerkrachten spelen een belangrijke rol bij de talent­ontwikkeling van kinderen. Geef als schoolleider jouw leerkrachten de vrijheid en ruimte om met hun leerlingen aan de slag te gaan met techniek en wetenschap. Faciliteer dit voor hen. Ze zullen merken hoe leuk het is wanneer ze ervaren hoe enthousiast hun leerlingen raken.”

“Ik sta er helemaal achter dat basisscholen structureel wetenschap en techniek aanbieden in hun onderwijs. De hele wereld draait om wetenschap en techniek, het is overal om ons heen. Ik zie het als onze gedeelde verantwoordelijkheid om alle kinderen kennis te laten maken met de mogelijkheden, zodat iedereen gelijke kansen heeft.” _

Vanuit het Techniekpact verzorgde André Kuipers door heel Nederland tot nu toe zo’n 50 collegetours voor basisschoolleerlingen en leerkrachten om hen enthousiast maken voor ruimtevaart, wetenschap en technologie. Daarmee inspireerde hij ruim 16.000 leerlingen (en hun leraren en ouders).

Links

Gerelateerd nieuws