Als een werknemer tussen zijn 60e en vijf jaar vóór zijn AOW-gerechtigde leeftijd zijn ouderdomspensioen laat ingaan, dan gelden er vanaf 1 juli 2016 nieuwe regels van de Belastingdienst.

In gesprekken met werknemers over ingang van het pensioen meer dan vijf jaar vóór de AOW-leeftijd, moet u rekening houden met het gewijzigde beleid van de Belastingdienst.
De werknemer kan alleen zijn ouderdomspensioen laten ingaan als hij voor hetzelfde percentage dat hij pensioen opneemt (minimaal) minder gaat werken. Hij moet dit bevestigen in een zogenoemde ‘intentieverklaring’. Deze intentieverklaring is opgenomen in het aanvraagformulier ‘Met pensioen gaan’.
De nieuwe regels gelden voor iedereen die eerder dan vijf jaar dan de AOW-leeftijd gedeeltelijk of geheel met pensioen gaat.

Als de werknemer bij het ABP pensioen aanvraagt, ontvangt hij de intentieverklaring bij de aanvraag. Hij verklaart daarmee dat hij niet meer pensioen aanvraagt dan waarvoor hij minder gaat werken. En dat hij niet van plan is om die uren in toekomst weer te gaan werken. De intentieverklaring is opgenomen in het aanvraagformulier dat hij moet ondertekenen om het pensioen te kunnen laten ingaan.

De Belastingdienst kan controle uitoefenen op het niet ondertekenen van de verklaring en een boete opleggen aan de werknemer.

Gerelateerd nieuws