Wetsvoorstel SHRM in prullenbak?

shrm

In haar advies Wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid adviseert de Onderwijsraad de minister van Onderwijs de indiening van het wetsvoorstel te heroverwegen. De raad onderschrijft het belang van strategisch personeelsbeleid voor de kwaliteit van het onderwijs en de aantrekkelijkheid van het beroep, maar ziet dit wetsvoorstel niet als een passend middel om de beoogde doelen te bereiken. Ook AVS zet diverse kanttekeningen bij dit wetsvoorstel en heeft eerder bij de internetconsultatie en online ledenraadpleging een kritische inbreng geleverd op dit wetsvoorstel. 

AVS ziet strategisch personeelsbeleid als een speerpunt om de aantrekkelijkheid van werken in het onderwijs, de ervaren werkdruk en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. In het wetsvoorstel wordt echter onvoldoende onderbouwd dat de gestelde maatregelen hieraan bijdragen. Daarbij vreest AVS dat door nieuwe wetgeving de administratieve lasten voor de schoolleider toenemen. Dat zal leiden tot meer frustratie en dat maakt het vak van directeur niet aantrekkelijker. Bovendien zijn schoolorganisaties uitstekend in staat om zelf vorm en inhoud te geven aan het strategisch personeelsbeleid. Medezeggenschap speelt daarin een belangrijke rol. AVS-voorzitter Karin Straus: “De directeur weet heel goed wat de school nodig heeft. Geef hem dan ook ruimte om te kunnen handelen in plaats van dit via regelgeving verder in te kaderen.”  

Reactie op internetconsultatie 

De taak van de Onderwijsraad is te adviseren over wetsvoorstellen. Dit advies vindt plaats na internetconsultatie en vóór advisering door de Raad van State. Vervolgens wordt het wetsvoorstel, al dan niet in aangepaste vorm, aangeboden aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel SHRM ging vorig jaar mei in internetconsultatie. AVS kwam destijds met een reactie en sprak met leden online door over het voorstel. Een van de conclusies was dat het wetsvoorstel meer rekening moet houden met de wensen en behoeftes van medewerkers op scholen en ook meer moet inspelen op de diversiteit van scholen. 

Vrijheid van inrichting

Met de komst van het wetsvoorstel zijn schoolbesturen verplicht om strategisch personeelsbeleid te voeren. Het wetsvoorstel stelt eisen aan de manier waarop besturen dat beleid moeten invullen. De Onderwijsraad constateert dat hiermee de vrijheid van inrichting (artikel 23 van de Grondwet) voor schoolbesturen wordt beperkt. De noodzaak hiervan wordt volgens de raad onvoldoende aangetoond. Schoolbesturen zijn al wettelijk verplicht om personeelsbeleid te voeren. Zij mogen, binnen de kaders van de wet, zelf beslissen hoe zij hun organisatie en het onderwijs vormgeven. Personeelsbeleid is onderdeel van de kern van de vrijheid van inrichting. Straus: “Scholen in Nederland zijn allemaal anders. Anders qua populatie leerlingen, anders qua grootte, anders qua geografisch verzorgingsgebied, anders qua denominatie et cetera. Dit heeft allemaal effect op de kwaliteit en kwantiteit van het personeelsvraagstuk van een school. Dat vraagt ruimte in regelgeving voor schoolbesturen en -directeuren om hierop in te kunnen spelen.” 

Inspiratiebundel 

Uit monitoringsonderzoeken blijkt dat de meeste besturen in het po, vo en mbo al een strategisch personeelsbeleid voeren. Sommige besturen moeten hun beleid wel verbeteren, bijvoorbeeld als het gaat om doorwerking en evaluatie van het (strategisch) personeelsbeleid. Bestaande wettelijke verplichtingen bieden echter voldoende handvatten voor de Inspectie van het Onderwijs om hierop toe te zien. Daarvoor is aldus de raad geen nieuwe wetgeving nodig. AVS sluit zich hierbij aan en werkte daarom mee aan de totstandkoming van de onlangs verschenen inspiratiebundel Strategisch personeelsbeleid. De bundel is bedoeld voor school- en teamleiders, bestuurders, leidinggevenden en HR-medewerkers die zich binnen po, vo of mbo bezighouden of aan de slag willen met strategisch personeelsbeleid. 

Arbeidsrechtelijke maatregelen 

Ook de noodzaak van de arbeidsrechtelijke maatregelen in het wetsvoorstel wordt onvoldoende onderbouwd. De maatregelen beogen meer vaste contracten, meer voltijdbanen en minder externe inhuur. De raad wijst erop dat haalbaarheid van deze doelen in de praktijk sterk beïnvloed wordt door de vergrijzing, het lerarentekort, de deeltijdcultuur en de toegenomen incidentele bekostiging. AVS is het daar helemaal mee eens.  Daarnaast hebben de sociale partners, waaronder AVS, op onderdelen al afspraken gemaakt in de collectieve arbeidsovereenkomsten van de betrokken sectoren. De raad constateert verder dat de voorgestelde maatregelen strategisch personeelsbeleid zelfs kunnen belemmeren, zeker bij kleine onderwijsorganisaties en kleine vakken. “Met te strakke regelgeving kan een schooldirecteur onvoldoende uit de voeten”, aldus Straus. 

Link