De Inspectie van het Onderwijs heeft in samenwerking met de universiteit Maastricht op een rijtje gezet wat de kansen en bedreigingen van afstandsonderwijs zijn. De handreiking ‘Effectief afstandsonderwijs’ beschrijft hoe effectief afstandsonderwijs kan worden vormgegeven in alle sectoren, van basisonderwijs tot hoger onderwijs.

De handreiking beschrijft eerst de zes risico’s van afstandsonderwijs, drie voor leerlingen en drie op schoolniveau. Daarna wordt ingegaan op effectieve afstandslessen en effectieve aanpakken op schoolniveau. Ook wordt beschreven hoe ouders betrokken kunnen worden in het afstandsonderwijs.

Risico’s

Voor leerlingen zijn er drie risico’s van afstandsonderwijs: 1) leerachterstanden, 2) lager welbevinden en motivatie en 3) beperkte deelname.

Op schoolniveau zijn er ook drie risico’s van afstandsonderwijs: 1) gebrekkige continuïteit, 2) hoge werkdruk en onveiligheid onder leraren en 3) een suboptimale uitvoering van de vakken met een sterke praktijkcomponent.

Kenmerken effectieve afstandslessen

Met goede afstandslessen en aanvullende maatregelen op schoolniveau is het mogelijk effectief afstandsonderwijs te geven. Er zijn vier zaken belangrijk bij afstandslessen: (1) de kwaliteit van het didactisch handelen, (2) interactie tussen leerlingen, (3) zelfstandig werken en (4) extra aandacht voor kwetsbare leerlingen.

Strategisch inspecteur Inge de Wolf, tevens hoogleraar in Maastricht:Een belangrijk kenmerk is bijvoorbeeld interactie tussen leerlingen onderling of tussen leraar en leerling.  In het fysieke onderwijs zit de interactie er automatisch in, maar bij afstandsonderwijs niet. Dus die moet je dan organiseren.”

De organisatie van afstandsonderwijs is voor veel scholen een uitdaging. Onderzoek laat zien dat er vijf zaken effectief zijn: (1) toegang realiseren tot afstandsonderwijs, (2) professionalisering van leraren, 3) het bewaken van welbevinden, 4) het organiseren van inhaalprogramma’s en 5) het betrekken van ouders (in ‘t funderend onderwijs).

De Wolf:De werkdruk is al heel hoog is, mede door het lerarentekort, waardoor er weinig tijd is om uit te zoeken hoe je dat effectief inricht. Vaak zijn ze vooral bezig met het in de lucht brengen van het onderwijs op afstand en is er geen tijd om wetenschappelijke onderzoeken door te spitten. In onze onderzoeken merken we dat er wel veel behoefte is aan kennis uit de wetenschap over wanneer lessen aantoonbaar werken of juist helemaal niet effectief zijn. Onze studie helpt hen daarbij. Ook al is veel van de wetenschappelijke inzichten wel bekend, een helder overzicht helpt bij het maken van de goede keuzes.”

Kansen

Volgens De Wolf biedt het kansen om in fysiek onderwijs elementen van afstandsonderwijs op te nemen, ter verrijking. “Nederland liep internationaal altijd wat achter als het gaat om het benutten van de kansen in het afstandsonderwijs, ondanks onze geweldige infrastructuur die we over het algemeen hebben als het om ICT gaat. Het zou goed zijn als het een meer structurele plek in het onderwijs gaat krijgen, zoals in andere landen het geval is. In de meeste sectoren zien we nu al terug dat de hybride vorm als meerwaarde wordt gezien. Maar: alles staat of valt met de kwaliteit van de implementatie. Deze handreiking kan daarbij als een soort checklist werken: dit kun je doen om het afstandsonderwijs te verbeteren.”

De Wolf raadt scholen aan de kansen die afstandsonderwijs biedt nu te benutten, zodat scholen daar ook profijt van hebben als de scholen weer opengaan. “Het loont dus erg om te investeren in de professionalisering en ondersteuning van leraren bij het geven van onderwijs op afstand. Met name in het primair en speciaal onderwijs zien we dat ze afstandsonderwijs regelmatig als iets tijdelijks beschouwen, een noodzakelijk kwaad. Maar ook voor hen geldt dat er kansen liggen om deze ervaringen om te zetten in beter onderwijs in de toekomst.”

Links

Gerelateerd nieuws