Minister Van der Hoeven zou de 2de Kamer begin april een beleidsreactie sturen, samen met het eindrapport van het ‘breed overleg’ over de medezeggenschap in het PO en VO. Dat is inmiddels gebeurd.

Deze beleidsreactie gaat ook over de onderwerpen waarover de onderwijsorganisaties niet op één lijn zitten.

De belangrijkste onderwerpen zijn:

  • Het uitgangspunt blijft dat elke school een eigen MR heeft, waarbij de verdeling 50% personeel en 50% ouders/leerlingen is.
  • Elk bestuur dat meer dan één school beheert, wordt met de invoering van de lumpsum verplicht een GMR in te stellen. Het lidmaatschap van de GMR zal straks niet langer gekoppeld zijn aan dat van de MR. Er wordt slechts bepaald dat GMR-leden een band moeten hebben met één van de scholen van het bestuur.
  • De bevoegdheden van de (G)MR zijn grotendeels gelijk aan die van de huidige WMO. Nieuw is dat de geledingen zelfstandige instemmingsbevoegdheden krijgen. Dat betekent dat het automatisme dat als de ene geleding instemmingsrecht heeft de andere adviesrecht heeft wordt afgeschaft. Er komen straks exclusieve instemmingsbevoegdheden voor een bepaalde geleding. Overigens merkt de minister daarover op dat het bestuur uiteraard verantwoord moet omgaan met de positie en belangen van de geleding die bij de betreffende aangelegenheid geen bevoegdheid (meer) heeft.
  • Het blijft mogelijk adviesbevoegdheden om te zetten in instemmingsbevoegdheden en omgekeerd. Daarnaast wordt het mogelijk, op voorstel van onder andere de AVS, om op initiatief van en de (G)MR en tweederde instemming bevoegdheden van de ene geleding naar de andere over te dragen. De minister gaat helaas niet zo ver om, zoals de AVS en de besturenorganisaties vroegen, het mogelijk te maken om geheel af te zien van een bevoegdheid.
  • Straks zullen er niet alleen MR’en per school en GMR’en per bestuur zijn. Ook kan er een volwaardige MR dislocatie, nevenvestiging of organisatieonderdeel komen als tweederde van de oorspronkelijke MR daarmee instemt. Een zelfde insteek wordt gekozen voor de GMR voor een groep van scholen. Als laatste nieuwe organisatievorm wordt de themaraad geïntroduceerd. Het gaat dan om een tijdelijke structuur die zich bezighoudt met een onderwerp dat de (G)MR of het bestuur van wezenlijk belang acht.
  • Er komt een voorziening waarmee schoolbesturen een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad kunnen inrichten. 1 www.avs.nl
  • De minister is er, samen met de AVS en VOS/ABB, voorstander van te komen tot één commissie voor geschillen (in plaats van de verschillende commissies die er nu, langs denominatieve lijnen ingesteld, zijn.) Zij wil daarvoor de basis leggen in de nieuwe WMS.
  • De huidige medezeggenschapswet bevat een bepaling waarmee om redenen van godsdienstige overtuiging ontheffing kan worden gevraagd van de verplichting een (G)MR te installeren. De minister is van mening dat deze ontheffingsmogelijkheid moet vervallen. Juist de grotere flexibiliteit die de WMS straks biedt, bijvoorbeeld op het gebied van overdracht van bevoegdheden, maakt een generieke ontheffingsbepaling niet langer nodig. Het waarborgen dat de leerlingen, ouders en personeel op adequate wijze bij het beleid van het schoolbestuur worden betrokken weegt voor de minister zwaarder.
  • De minister komt niet tegemoet aan het verzoek van de vakbonden en de ouderorganisaties om een minimumbepaling voor de (G)MR-faciliteiten op te nemen. De AVS ondersteunt de minister hierin en deelt haar opvatting dat voor personeelsleden de CAO-PO voldoende houvast biedt.

De inhoud van de beleidsreactie van de minister biedt hoop op een wet die straks inderdaad voldoende ruimte en flexibiliteit biedt. Hiermee lijkt een werkbaar alternatief voor de WOR voorhanden te zijn.

De onderwijsorganisaties hebben de Tweede Kamer in een gezamenlijke brief gevraagd prudent met het eindrapport en de beleidsreactie van de minister om te gaan. Zij wezen de parlementariërs daarbij op het proces waarmee de opvattingen van het onderwijsveld voor een groot deel unaniem zijn geworden.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws