Eerste resultaten Monitor hybride onderwijs

Het merendeel van de scholen is het gelukt om afgelopen voorjaar in korte tijd om te schakelen naar onderwijs op afstand. Dat blijkt uit de eerste resultaten van de ‘Monitor hybride onderwijs in het po’ van de PO-Raad en Kennisnet. De verschillen in aanpak waren echter groot. Zo was een gestructureerd lesaanbod en contact met de leraar niet voor ieder kind vanzelfsprekend. Ook de beschikbaarheid van een laptop met internetverbinding was een knelpunt.

Dankzij inspanningen van schoolleiders, leraren, ouders en leerlingen is het onderwijs voor een grote groep leerlingen dit voorjaar met de beschikbare middelen doorgegaan. Hybride onderwijs – een mix van online en offline hulpmiddelen – zorgde ervoor dat lessen plaatsonafhankelijk gegeven konden worden. De Monitor hybride onderwijs brengt in kaart hoe dit onderwijs is ingericht en hoe onderwijsprofessionals, ouders en leerlingen dit hebben ervaren.

Contact tussen leraar, ouder en leerling

Uit de Monitor hybride onderwijs in het po blijkt dat het overgrote deel van de scholen de omschakeling naar onderwijs op afstand snel heeft opgepakt. Bijna alle deelnemende schoolleiders en ict-coördinatoren geven aan dat er binnen een week een protocol of draaiboek beschikbaar was voor onderwijs op afstand. Het merendeel van de ouders is positief over de ondersteuning die de school bood bij het schoolwerk thuis. Twee derde van de ouders geeft aan (bijna) elke schooldag een gestructureerd lesprogramma te hebben ontvangen. De andere ouders ontvingen dit niet of slechts één of twee keer per week. Het contact tussen leraar, ouder en leerling werd wisselend georganiseerd. Een kwart van de ouders vond het contact met de school onvoldoende. De helft van de ouders zegt zelfs dat er nauwelijks individueel contact is geweest tussen de leraar en hun kind.

Ict-randvoorwaarden

Ondanks de investering in goede ict-randvoorwaarden en de ondersteuning van leraren, ouders en leraren waren er nog steeds leraren en leerlingen waarbij de omstandigheden voor onderwijs op afstand niet goed waren. Bijvoorbeeld omdat er gewerkt moest worden op een verouderde computer of omdat de internetverbinding slecht was. Over de beschikbaarheid van educatieve software zijn zowel leraren als schoolleiders en ict-coördinatoren niet onverdeeld positief. Bijna twee vijfde vindt dat er niet of slechts enigszins voldoende keuze is op dat gebied.

Schoolleiders en ict-coördinatoren verwachten dat er in de toekomst meer gebruik wordt gemaakt van ICT om vorderingen van leerlingen te volgen, zoals via digitale analyses van toetsresultaten, resultaten uit digitale leermiddelen en analyse van informatie van (andere) digitale dashboards. Bijna een kwart van de leerlingen wil sommige leeractiviteiten liever thuis blijven uitvoeren, ook als de school gewoon elke dag open is. Zij noemen vooral het maken van oefeningen op de computer, het maken van opdrachten waarbij je informatie moet zoeken op internet en werken aan een eigen weektaak.

Schoolleiders en ict-coördinatoren zijn over de gehele linie positief over de vaardigheden van hun team in het gebruik van ICT.

Opbrengsten

  • De belangrijkste opbrengst van het onderwijs op afstand is volgens leraren dat leerlingen hierdoor zelfstandiger zijn geworden, zelfstandiger hebben kunnen werken of beter hebben leren plannen. De belangrijkste opbrengst die leraren voor zichzelf zien, is dat zij vaardiger zijn geworden in het werken met ICT.
  • De schoolleiders en ict-coördinatoren zien bij de meeste leerlingen geen positieve invloed van het thuisonderwijs op welbevinden, motivatie en leerprestaties. Negatieve invloeden zien zij vooral bij het welbevinden en niet zozeer bij de leerprestaties.
  • Ruim de helft van de ouders heeft er vertrouwen in dat hun kind met thuisonderwijs genoeg geleerd heeft. Bijna een vijfde heeft daar geen vertrouwen in.
  • Een substantieel deel van de leerlingen vindt dat zij thuis beter zelfstandig kunnen werken dan op school. Een deel vindt thuis leren fijner dan op school leren, terwijl een ander deel dat dit niet zo vindt. De meeste leerlingen vinden niet dat zij thuis meer leerden dan op school.
  • De helft van de leraren geeft aan dat niet is getoetst of bij hun leerlingen achterstanden in de cognitieve ontwikkeling zijn ontstaan in de periode waarin zij niet naar school konden. Waar een dergelijke toetsing wel heeft plaatsgevonden, melden leraren meestal dat er geen achterstand op cognitief gebied is ontstaan, of dat deze beperkt is gebleven tot maximaal 10 procent van de leerlingen.
  • Over de opbrengsten die leraren hebben ervaren van de periode van thuisonderwijs, zijn zij niet onverdeeld positief. Ze vinden niet dat hun leerlingen sneller leerden of dat het onderwijs beter was afgestemd op hun individuele talenten. Over hun eigen opbrengsten denken de leraren overwegend negatief. Velen zijn van mening dat zij in een reguliere onderwijssituatie beter zicht hebben op de vorderingen van de leerlingen en dat zij dan efficiënter werken.

Ontwikkelinstrument

De monitor is een ontwikkelinstrument en biedt input voor het gesprek op scholen, binnen besturen en op sectorniveau. De vraag blijft centraal staan wat we leren van deze uitzonderlijke periode en wat betekent dit voor toekomstgericht onderwijs en de rol van ict hierin. Scholen die hebben deelgenomen aan de monitor ontvangen een eigen schoolrapportage, waarmee ze kunnen blijven werken aan ‘blijvende’ veranderingen.

Eerste rapportage po nu beschikbaar

Aan de Monitor hybride onderwijs in het po namen tot nu toe 162 scholen in het primair onderwijs deel: 166 schoolleiders, 829 leraren, 3797 ouders en 2603 leerlingen deelden hun ervaringen met onderwijs op afstand.

In januari verschijnt een vervolgrapportage met verdiepende analyses rondom hybride onderwijs. Onderzoeksbureau KBA Nijmegen voert de monitor uit.

Meedoen met de Monitor hybride onderwijs is nog mogelijk tot het eind van dit jaar. Er is een monitor voor primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo).

Links

Gerelateerd nieuws