Investeren in het wegwerken van achterstanden moet vroeg beginnen en is vooral op jonge leeftijd effectief. De kans op effectieve interventies is het grootst wanneer schoolleiders, bestuurders en docenten goed zijn onderlegd in wat onderwijsachterstanden inhouden, wat de oorzaken zijn en wat effectieve interventies zijn. Dat zijn enkele conclusies uit het rapport ‘Onderwijsachterstandenbeleid: Een duwtje in de rug? (april 2017) van het Ministerie van Financien.
 
Het onderwijsachterstandenbudget is de afgelopen jaren afgenomen, zonder dat het aantal kinderen met achterstanden op school kleiner lijkt te worden, stellen de onderzoekers. Uit het rapport blijkt ook dat het huidige budget onvoldoende is om alle achterstanden weg te werken. Ook zijn de middelen voor de OAB versnipperd over de verschillende regelingen en actoren. Hierdoor is het moeilijk om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de afzonderlijke interventies uit het beleid. De voorschool ontvangt de meeste middelen en vo de minste.
 
Verdelingssystematiek
De onderzoekers concluderen dat de verdelingssystematiek niet aansluit bij het risico op onderwijsachterstanden. Niet alleen het opleidingsniveau van de ouders is relevant, maar ook andere kenmerken van de gezinssituatie. Ook verschillen de doelgroepdefinities voor de OAB per gemeente en sector. Hierdoor is het bereik en de ondersteuning van leerlingen met een risico op relatieve achterstand geen doorlopende lijn gedurende de leerloopbaan.

Overgangen kwetsbaar
Leerlingen ontvangen niet doorlopend ondersteuning op het gebied van onderwijsachterstanden. Een van de oorzaken is volgens de onderzoekers de beperkte afstemming tussen betrokken partners bij de verschillende fases en bij de overgangen van leerlingen naar een volgende fase. Voor po en vo zijn er geen aanwijzingen dat de Lokale Educatieve Agenda (LEA) werkt. “Bij het eindadvies in het po zijn achtergrondkenmerken een grotere rol gaan spelen, vanwege het vroege tijdstip van de selectie pleit dit voor een grotere invloed van een objectieve eindtoets. In de beoordelingssystematiek van de Inspectie zitten prikkels, waardoor scholen geneigd zijn om leerlingen op een lager niveau in te laten stromen en behouden.” Een deel hiervan is weggenomen, maar dit is bij veel scholen niet bekend.
 
Bekostiging
“Schoolbesturen en gemeenten moeten bekostigd blijven op basis van het aantal kinderen met een risico op onderwijsachterstanden”, schrijven de onderzoekers. Volgens wetenschappers loopt zeker twintig procent van de kinderen in Nederland risico op een achterstand als gevolg van de omgeving waarin ze opgroeien. Bij een herziening van het OAB raden de onderzoekers wel aan om de huidige bekostigingssystematiek te behouden. De onderzoekers stellen ook meer verantwoording voor, om de besteding van onderwijsachterstandsmiddelen beter te kunnen monitoren.
 
Professionalisering
Een van de conclusies luidt dat de kans op effectieve interventies het grootst is wanneer schoolleiders, bestuurders en docenten goed zijn onderlegd in wat onderwijsachterstanden in houden, wat de oorzaken zijn en wat effectieve interventies op onderwijsachterstanden zijn. Op de website van het Nederlands Jeugd Instituut is deze kennis te vinden.
 
Grote gemeenten
Grote gemeenten slaagden er de afgelopen jaren wel in, vanwege extra subsidie, om het lot voor veel kansarme kinderen te keren. Dat liet het onderzoek van de Onderwijsinspectie ook onlangs zien. Scholen en gemeenten van grotere gemeenten konden wel investeren in voor- en vroegschoolse educatie, extra personeel en weekend- en zomerscholen.
 
Staatssecretaris Dekker stuurde onlangs het rapport aan de Tweede Kamer. Hij schrijft in zijn brief dat het volgende kabinet een inhoudelijke reactie zal opstellen.

Links

Gerelateerd nieuws