‘We zullen waarschijnlijk een mix van online en fysiek houden’

Teamscholing in coronatijd

Afstand houden, geen groepen mensen bij elkaar en zo min mogelijk reizen. Nascholing van schoolteams in tijden van corona gebeurt (voor een deel) online. Vooral voor kennisoverdracht is e-learning een goede optie, maar samen – fysiek of online – over het geleerde praten en opdrachten maken blijft belangrijk. “We discussiëren in Teams in ieder geval niet over de kleur van de punaises.”

Bij de Conexus-scholen, 31 basisscholen in de regio Nijmegen, moest het roer om toen corona uitbrak. Conexus steekt de professionalisering bovenschools in met een eigen Academie. ‘Vanwege de coronamaatregelen vinden alle bijeenkomsten van de Conexus Academie tot nader order online plaats’, vermeldt de website. “Wij verzorgen het onderwijs nu digitaal, in Teams”, legt beleidsmedewerker Onderwijs & Kwaliteit Annemiek Elsing uit. “Zodra het kan, pakken we de fysieke scholing weer op, maar ik verwacht dat we een mix van online en fysiek zullen houden. Als je alleen een lezing wil volgen, dan is het natuurlijk handig als je daarvoor niet hoeft te reizen. Ook verwachten onze trainers dat ze Teams blijven gebruiken voor individuele feedback of persoonlijke leervragen. We zien nu ook dat mensen van verschillende scholen online contact met elkaar hebben. Maar mensen leren veel op de werkvloer, van het met elkaar meekijken. Dat kan nu allemaal niet.”

Snel modules volgen

Ook bij IKC De Ruimte (Sterrenschool in Almere) nam het online leren een vlucht. Deze school heeft vanuit het bestuur de beschikking over een e-learningomgeving, de Prisma Academie. Die wordt goed benut, vertelt directeur Frank Groot: “Toen de kinderen afgelopen voorjaar thuis kwamen te zitten, zag ik dat veel collega’s daar in hoog tempo modules gingen volgen – daar hadden ze tijd voor want ze waren natuurlijk niet de hele dag met de leerlingen online. E-learning is een goede manier voor probleemverkenning: je neemt makkelijk theorie tot je en filmpjes maken het aantrekkelijk.” Het is wel belangrijk dat je dat professionaliseren samen doet, vindt Groot. “Zo’n online academie is leuk, maar als slechts een enkeling een bepaalde module volgt, dan verdwijnt de kennis. Onze leerkrachten praten via Teams over wat ze leren en maken samen opdrachten.” Dat werken via Teams gaat goed vindt hij, mits niet te lang en alleen in kleinere groepen. “Dan is het efficiënt; nu met corona is het echt een uitkomst. We discussiëren in Teams ieder geval niet over de kleur van de punaises.”

Kosten besparen

Andere scholen professionaliseerden altijd al hoofdzakelijk via e-learning. Kosten kunnen daarbij een rol spelen. Jamal Mouhmouh, directeur van basisschool An Nasr (Alkmaar): “Idealiter is nascholing gekoppeld aan ons schoolplan en onze doelen: ‘Wat heb ik nodig om me zo te ontwikkelen dat ik daaraan kan bijdragen’. Maar we zijn een kleine school met een bescheiden nascholingsbudget. Daarvan kunnen jaarlijks maximaal twee mensen op cursus. Daarom zijn we in zee gegaan met een e-learningbedrijf, waarbij we per werknemer een bedrag betalen. Voor ons was dat een goede oplossing, nu heeft iedereen onbeperkt toegang tot de modules. Er is een breed aanbod in allerlei categorieën. Ik heb overzicht, ik zie wie wat heeft gedaan. Soms spreken we met het team af dat we allemaal een bepaalde module doen die past bij onze schoolontwikkeling.”

Precaire onderwerpen

Toch lenen niet alle onderwerpen zich voor online onderwijs, vindt Liesbeth Kester, hoogleraar Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht, met als expertise het instructieontwerp van e-learning, blended learning, game-based learning, multimedia leren, gepersonaliseerd leren en zelfregulerend leren. Kester ziet het bij haar eigen studenten gebeuren: “Kennisoverdracht en oefenen gaan online prima. Maar de sociale component is moeilijk. Vooral bij precaire onderwerpen heb je een groep nodig waarin je elkaar vertrouwt, en dat gaat lastiger als je elkaar niet live ontmoet.” Groepswerken is online meer een uitdaging dan in real life, want bij samenwerking spelen factoren als trust en accountability een rol, legt Kester uit. “Wij hebben goede ervaringen met blended leeromgevingen waarbij de groep soms bijeen komt, waarna de deelnemers als een inktvlek hun ontwikkeling delen in de school. Maar mijn ervaring is dat het lastiger praat als je elkaar niet kent. Een opleider moet daar dus veel aandacht aan besteden en binnen leernetwerken of Community’s of Practice een soort bubbel creëren, waarin mensen elkaar kunnen leren kennen. Het helpt hierbij om rollen te definiëren, bijvoorbeeld op basis van expertise. Dat praat makkelijker.” Ook Jamal Mouhmouh ziet dat niet alles online kan. “Bijvoorbeeld de incompany trainingen EHBO en BHV, die volgen wij fysiek. Een nadeel van e-learning is ook dat het minder makkelijk is om feedback te krijgen van je docent. Soms heb ik behoefte om verdiepende vragen te stellen, maar zo’n gesprek gaat online lastiger.”

Zakelijk

Beleidsmedewerker Annemiek Elsing: “Online cursussen zijn geschikt voor overdracht van feitelijke informatie. Dat is efficiënt, en het is handig dat je later dingen kunt terugkijken. Maar het is ook zakelijk, mensen missen het gevoel en hun concentratie is eerder op. Bovendien: alleen een digitale training volgen heeft geen impact, dan is de kennistransfer minimaal. Het is belangrijk dat de inhoud gekoppeld wordt aan coaching op de werkvloer. Scholing op maat in de school zelf is ook belangrijk.”

Professionele cultuur

Belangrijker dan de vorm van de professionalisering is misschien wel de cultuur in de school. “Professionalisering begint bij een gezamenlijke visie en een professionele cultuur in het team”, vindt schooldirecteur Frank Groot. “Die hadden we voordat corona uitbrak ook al. Bij zo’n cultuur hoort vertrouwen. Als je mensen hun eigen ding laat doen, ontstaat er ruimte voor experimenten en kruisbestuiving. Toen ik op IKC De Ruimte begon, lag er een ‘onvoldoende’-beoordeling van de inspectie. Er hing geen goede sfeer. Nu volgt de school de vier sleutels voor een effectieve les: een duidelijk Lesdoel, de Kortste weg naar Rome, Actieve betrokkenheid en Afstemming. Na mijn eerste ronde klassenbezoeken hebben we met het hele team een module Actieve betrokkenheid van kinderen gedaan. Iedereen werkte thuis de stof door en sloot die af met een toets. Leerkrachten praten er met elkaar over, iedereen weet waar het om draait nu.” Omdat De Ruimte unitonderwijs geeft, komen er veel vragen uit vakteams (zoals wereldoriëntatie, taal en rekenen). Die teams buigen zich tijdens studiewerkdagen over hun vragen. “Ze kiezen zelf wat ze willen leren, of ze doen dit samen binnen hun unit. Zo ontstaat er dus een professionele leergemeenschap. Iedereen zoekt dingen uit, ook via bronnen als LinkedIn, eventueel een e-learningmodule. Daarna bespreken ze het: wat doen we morgen in de klas concreet al anders? Uitwisseling, intervisie, ze doen het allemaal zelf. Dat soort blended learning maakt het leren in groepjes krachtig. Dankzij de professionele cultuur hoef ik niks op te leggen, ze doen het gewoon. Van corona hebben we weinig last, in kleine groepjes kunnen we nog gewoon bij elkaar komen en afstand houden.”

Enorme slag maken

Aanbieders van nascholing moeten zelf ook een enorme slag maken, naar veel online en blended learning. Elsing: “Ik zie dat onze trainers zichzelf aan het professionaliseren zijn. Ze maken het aanbod interactiever en de sessies korter, anders is het te vermoeiend zo achter een scherm. Ze bedenken opdrachten waarvoor de deelnemers in kleine groepjes online uiteen gaan. We zijn verbonden aan het iXperium Nijmegen, het expertisecentrum voor leren en lesgeven met ict, dat zich ook op onderwijsprofessionals richt. Hoe we zo goed mogelijk scholing op afstand kunnen geven, is door corona in een stroomversnelling gekomen. Ondertussen leren we al doende.” Onderwijswetenschapper Liesbeth Kester vindt het belangrijk dat je als aanbieder in ieder geval stappen zet vanuit een onderwijsontwerp. “Daarin moet aandacht zijn voor de leer- en ontwikkelingsdoelen, maar ook voor zaken als samenwerking en groepsprocessen.”

Onwennig

Daar komt bij: de een staat onwenniger tegenover online scholing dan de ander. Hoogleraar Kester: “Waar de een afwachtend is, is de ander meer vooruitstrevend. En waar de een verpietert als je hem veel achter de computer zet, floreert de ander. Sommige mensen vragen snel hulp, anderen pakken een trekkersrol. Er bestaan allerlei testen om te meten hoe mensen zich online gedragen, maar die zijn vaak niet zo valide. Toch zul je als je een leergemeenschap vormt, rekening moeten houden met je personeelsopbouw en verschillen tussen mensen.” Online professionalisering zou dus ook tot weerstand kunnen leiden, maar schoolleiders Mouhmouh en Groot hebben daar in hun team geen last van. “Heb je dat wel, dan heb je als directeur wat te doen qua communicatie”, vindt Groot. “Je zult dan samen terug naar de tekentafel moeten, want je bent als school een lerende organisatie.” Natuurlijk moet je wel accepteren dat er verschillen in je team zijn. “Net zoals onze leerlingen van elkaar verschillen. Maar als het echt niet past en een leraar wil niet mee, dan is het beter om een andere werkplek te gaan zoeken.”

Herregistratie vertraagd

En dan is er nog de impact van corona op de individuele professionalisering van schoolleiders. Jamal Mouhmouh is vanwege zijn herregistratie in het Schoolleidersregister bezig met een EVC-traject. “Daarvoor werk ik aan een portfolio. Niet alles kan online. Ik ben bijvoorbeeld ook Rots & Water-trainer, en dat moet je in een lokaal doen. Corona heeft mijn EVC-traject daardoor wel vertraagd.”

Interessant?
Dit artikel stond in KADER , het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden exclusief ontvangen. Wil jij KADER ook op de deurmat hebben? Word lid of abonnee, ontvang voortaan een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.