Wat doen we met de coronamiljarden

Het onderwijs krijgt 8,5 miljard om corona-achterstanden te bestrijden. Schoolleiders zijn blij met het vele geld, maar ook sceptisch over dit Nationaal Programma Onderwijs. “Er wordt een plan gedropt waarbij het afgelopen jaar als oorzaak wordt aangemerkt voor problemen die al zijn ontstaan in de jaren vóór corona.” Toch kan het een startpunt zijn voor herstel.

Gemiddeld €180.000 per basisschool en €1,3 miljoen per middelbare school voor komend schooljaar: het leeuwendeel van de miljarden van het Nationaal Programma Onderwijs gaat naar het funderend onderwijs. Iedere school moest in april met een scan de problemen en behoeftes in kaart brengen in aanloop naar de menukaart met interventies waaruit gekozen kan worden. Marion van de Kamer, directeur van IKC De Tragellijn (Lobith), heeft geen menukaart nodig om een goede bestemming voor het geld te vinden. “We streven continu naar verbetering. Lang geleden waren we een zwakke school. We weten daardoor al wat er nodig is om achterstanden te bestrijden: kleinere groepen met excellente leerkrachten.” De Tragellijn heeft de leerlingen al goed in beeld, stelt zij. “Ik wil het coronageld gebruiken om de huidige groep 7 op te splitsen. Dat is nu een relatief zwakke groep die in het laatste basisschooljaar nog veel meters moet maken. Ook wil ik de kleutergroepen kleiner maken, daar leg je de basis.”

Gezwabber

Van de Kamer is blij met de coronasubsidie (“het is veel geld”), maar zou liever een structurele budgetverhoging zien. “Dit is nu de derde ronde van hapsnap-geld. Ik wil de kwaliteitsverbetering gedegen aanpakken. Het gaat om continue verbetering.” Daarvoor is structureel geld nodig: meer handen in de klas, om de leerkracht meer tijd te geven voor de leerling en professionalisering. Van de Kamer: “Voor goed onderwijs moeten leerkrachten goed en direct feedback kunnen geven en dat kan alleen met kleinere klassen.” Kleinere groepen zouden het onderwijs meer robuust maken en dat is ook nog eens goed voor de luchtkwaliteit in de lokalen, denkt ze. “Nu krijgen er weer twee klassen online les omdat de kinderen thuiszitten vanwege corona, dat gezwabber geeft onrust.”

Renoveren

De Onderwijsinspectie wijst in De Staat van het Onderwijs 2021 in dezelfde richting: het onderwijsniveau moet structureel omhoog; geen reparatie maar renovatie. Met de coronamiljarden kunnen de teruglopende basisvaardigheden en kansenongelijkheid wel vast aangepakt worden, vindt de inspectie. Ook Bert Scheper, schoolleider van CB de Oliebron in Schoonebeek, vindt dat het onderwijs meer nodig heeft dan een eenmalige injectie. “Er wordt een plan gedropt waarbij het afgelopen jaar als oorzaak wordt aangemerkt voor problemen die al zijn ontstaan in de jaren vóór corona.” Het nu steeds benoemen van vertraging en achterstanden doet het onderwijs geen goed, vindt hij. “We willen kinderen langs een meetlat leggen van de oude normen, maar dat heeft geen zin want de hele wereld is veranderd. Belangrijker is om te kijken hoe leerlingen ten opzichte van zichzelf gegroeid zijn. We gaan in deze discussie vaak uit van gemiddelden. Maar als je in een klas de gegevens analyseert, zie je dat er meer maatwerk nodig is. Ontwikkeling gebeurt niet in een rechte lijn. Kijk naar wat nodig is en daag kinderen uit.”

Geen externe bureaus

Het Nationaal Programma Onderwijs zorgt voor veel commotie, ziet Scheper. “Het kan een mooie impuls voor het onderwijs zijn, maar dan moeten we tijd en ruimte krijgen om goed na te denken over de besteding van het geld.” Hij beschouwt het Nationaal Programma Onderwijs als startpunt, om een door het team zelf gedragen visie vorm te geven. Die visie kan per school verschillen. “Geef het vertrouwen, het beroep en verantwoordelijkheid weer terug aan de leerkracht”, aldus Scheper. “Geef ons ruimte om structureel te werken aan de knelpunten in ons onderwijssysteem. Voorkom dat de energie gaat naar verantwoording van de subsidie, en dat we daarvoor dan weer externe bureaus moeten inhuren. Het geld moet in de groep terechtkomen: leerkrachten stimuleren Bert Scheper, schoolleider van CB de Oliebron in Schoonebeek: “Geef ons ruimte om structureel te werken aan de knelpunten in ons onderwijssysteem. Voorkom dat de energie gaat naar verantwoording van de subsidie en inhuur van externe bureaus” en het beroep aantrekkelijker maken. Een goede oplossing is niet standaard ‘extra handen in de klas.’ Wel is er meer expertise nodig. Dus maak het mogelijk dat leerkrachten bijleren, bij elkaar kunnen kijken, van elkaar leren en samen lessen voorbereiden. Als we daarin investeren, kan het onderwijs duurzaam verbeteren.”

Oor aannaaien

Daar komt het lerarentekort om de hoek kijken. “Die extra leerkrachten en trainers die nodig zijn om mijn teamleden ruimte te geven om zich verder te ontwikkelen: die vlieg ik niet zomaar in”, zegt Scheper. “We hebben wel een pool binnen onze stichting en we zoeken via de pabo in Emmen. Sommige leerkrachten springen voor elkaar in, maar dat is geen structurele oplossing.” Ook de Fluvium-scholen (zie kader) zouden hun € 1,5 miljoen grotendeels aan personeel willen uitgeven. Bestuurder Jeroen Goes: “Dat moeten we dan wel zien te vinden! Dure en commerciële tussenbureaus springen in dat gat, terwijl ik mijn eigen mensen niet méér mag betalen. Het gevaar dreigt dat wij ons een oor laten aannaaien.” Dat het om tijdelijk extra geld gaat, maakt het niet makkelijk. “De minst risicovolle oplossing is parttimers te vragen tijdelijk meer te werken, of om zzp’ers in te huren – mits daar geen duur bureau tussen zit.”

Studenteninzet

De problemen zijn niet overal even groot. Marion van de Kamer verwacht geen problemen bij het vinden van extra handen. “Hier in de Liemers hebben we minder last van het lerarentekort. Bovendien zijn onderwijsondersteuners en specialisten nu veel buiten de groep met leerlingen aan het werk. Zet hen in voor het primaire proces in de groep.” In de regio Amersfoort zijn de tekorten wel fors, maar rector Egbert Boerma van het Corderius College verwacht geen grote problemen en hoopt de leerachterstanden met eigen medewerkers te kunnen aanpakken. “We zijn een opleidingsschool, dus kunnen ook studenten inzetten. Bij specifieke vragen, zoals huiswerkbegeleiding, kan ik me voorstellen dat we daar een gespecialiseerd bedrijf voor inhuren.”

Maatwerkprogramma’s

Het Corderius College is druk bezig de achterstanden in kaart te brengen, vertelt Boerma. “Al onze aandacht ging de afgelopen tijd naar het ‘erbij houden’ van de leerlingen. “Hoe krijgen we ze naar het volgend jaar, waar mist er echt te veel kennis?” In deelteams kijken we nu op detailniveau wat er nodig is. We gaan per leerling of misschien per groepje maatwerkprogramma’s schrijven. Extra individuele lessen, naast de klassikale momenten.” Het aantal zittenblijvers zal lager liggen dan in normale tijden, verwacht Boerma. “We hanteren niet de gebruikelijke normen, daarvoor hebben we niet genoeg gegevens. We zullen dus anders determineren en de leerlingen meenemen van wie we verwachten dat ze het redden met ons maatwerkplan. Alleen als de leerling zelf zegt dat hij geen kans ziet om alles bij te spijkeren, doubleert hij of zij.”

Werken vanuit vertrouwen

Boerma hoopt dat de menukaart helpt de plannen goed in te zetten en de verschillende niveaus goed te meten. “Ik hoop dat het echt een toevoeging is en niet alleen een inperking of verantwoordingsinstrument. We werken zelf vanuit vertrouwen met onze leerlingen en we hopen dat vertrouwen als professionals ook van het ministerie te krijgen. We moeten ons verantwoorden, dat is terecht, maar ik hoop niet dat we om de maand moeten rapporteren. Als je maar blijft focussen op die achterstanden, dan ontstaan ze vanzelf. Ik heb liever dat we aan het werk gaan, met gerichte interventies en maatwerk.”

Jongerenwerkers

De sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen vraagt in deze tijd extra aandacht. Scheper ziet dat de normale gang van zaken de kinderen goed doet: “Ze komen weer gezellig babbelend de school binnen.” Rector Boerma wil een flink deel van zijn budget, misschien wel tot 20 procent, inzetten om achterstanden op sociaal-emotioneel terrein te lijf te gaan. “We zullen meer aandacht besteden aan groepsvorming. Dat betekent meer mentoruren en daarnaast gaan we er waarschijnlijk mankracht voor inhuren: jongerenwerkers en dergelijke.”

Interessant?
Dit artikel stond in KADER , het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden exclusief ontvangen. Wil jij KADER ook op de deurmat hebben? Word lid of abonnee, ontvang voortaan een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.