Wachtlijst speciaal basisonderwijs iets langer

inspectie van het onderwijsDe onderwijsinspectie heeft de wachtlijsten voor het speciaal basisonderwijs (sbo) onderzocht en de bevindingen afgelopen januari gepubliceerd. Het betreft twee wachtlijsten, namelijk onderzoekslijsten en plaatsingslijsten. De omvang van de onderzoekslijsten op peildatum 1 oktober 2008 (666 leerlingen) is licht toegenomen ten opzichte van 2007, toen het 599 leerlingen betrof. De plaatsingslijsten (65 leerlingen) hebben vrijwel dezelfde omvang behouden.Leerlingen op een onderzoekslijst wachten op een besluit van de permanente commissie leerlingenzorg (PCL) voor toelating tot het sbo. Leerlingen op een plaatsingslijst hebben al een PCL-beschikking voor het sbo en zijn aangemeld bij een school, maar wachten nog op een plaats. Op de peildatum in 2008 hebben 128 samenwerkingsverbanden een onderzoekslijst. Dat zijn tien samenwerkingsverbanden minder dan in 2007. Leerlingen wachten gemiddeld 3,1 weken voordat hun dossier in behandeling wordt genomen door de PCL. Als reden hiervoor wordt onder andere genoemd dat het dossier nog niet compleet is. Vervolgens wachten de leerlingen gemiddeld vier weken op een PCL-besluit. Dat houdt in dat de totale wachttijd tussen de aanvraag en het PCL-besluit gemiddeld 7,1 weken is. Op de peildatum in 2008 hebben 27 samenwerkingsverbanden een plaatsingslijst. Dat is een toename ten opzichte van 2006 en 2007, toen het om circa twintig samenwerkingsverbanden ging. De meeste van de 65 leerlingen op de plaatsingslijsten (92 procent) wachten op de eerstvolgende wettelijke plaatsingsdatum. 15 procent van de leerlingen wacht op de peildatum al te lang (7 procent) of wordt vermoedelijk te laat geplaatst (8 procent). Tijdens het gehele schooljaar 2007/2008 zijn 80 leerlingen te laat in het sbo geplaatst. Ongeveer een derde van de leerlingen ontvangt ambulante begeleiding tijdens de wachttijd vanaf 1 oktober 2008. Hoewel dit een lichte stijging is ten opzichte van voorgaande jaren, ontvangt meer dan de helft van de leerlingen nog geen ambulante begeleiding. De meest genoemde oorzaak op samenwerkingsverbandniveau is de instroom van jonge risicoleerlingen (28 procent) en op schoolniveau het bereiken van de maximale groepsgrootte (36 procent). Evenals de voorgaande jaren is de meest genoemde maatregel voor het reduceren of voorkomen van plaatsingslijsten ‘de verbetering van de zorg op de basisscholen’ (93 procent). Opvallend is dat een vijfde van de samenwerkingsverbanden met een plaatsingslijst als oorzaak noemt dat de zorg op de basisscholen nog onvoldoende toereikend is. Kennelijk hebben de maatregelen voor het verbeteren van de zorg in de betreffende samenwerkingsverbanden, er nog niet toe geleid dat de zorg toereikend is. Op 1 oktober 2008 zitten 21 sbo-leerlingen thuis volgens de opgave van de coördinatoren. Het merendeel van deze leerlingen staat niet op een wachtlijst. Ongeveer een derde van de thuiszitters volgt één tot drie maanden geen enkele vorm van onderwijs. Ten opzichte van de voorgaande jaren, zitten in 2008 meer leerlingen langer dan drie maanden thuis (ongeveer 40 procent). Ook het aantal leerlingen waarvan de duur van het thuiszitten onbekend is, is toegenomen.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.