Dalende leesprestaties

Nederlandse leerlingen behoren in Europa tot de minst vaardige en minst gemotiveerde lezers. Vooral op het gebied van leesplezier bungelen we helemaal onderaan de rang­lijsten. Waar gaat het mis? En: wat kun je als schoolleider doen om het tij te keren?

Om maar met het goede nieuws te beginnen: gemiddeld scoren Nederlandse basisschoolleerlingen weliswaar niet erg hoog op leesvaardigheid, maar de slechtste leerlingen scoren ook niet extreem laag. Oftewel: geheel in lijn met onze egalitaire samenleving, zijn ook de verschillen tussen onze excellente en meest zwakke lezers in de basisschoolleeftijd minder groot dan in andere landen.

In Nederland verlaat nog altijd 98 procent van de leerlingen de basisschool met een fundamenteel leesniveau. Onderzoeker Joyce Gubbels van het Expertisecentrum Nederlands, die vijftien jaar de nationale leesprestaties van groep 6-leerlingen vergeleek met die in andere landen: “Het is mooi dat de meeste leerlingen die basis halen. Al doen we leerlingen die meer in hun mars hebben tekort. Het aantal excellente lezers daalt. Naar goede lezers zou evenveel aandacht moeten als naar leerlingen die moeite hebben met lezen. Je zou ze bijvoorbeeld veel meer kunnen prikkelen met uitdagende boeken en door ze te laten reflecteren en evalueren.”

Reflecteren en evalueren

Het PISA-onderzoek dat alle alarmbellen deed rinkelen richt zich nu juist op die twee vaardigheden. Maar liefst 24 procent van de Nederlandse 15-jarigen loopt volgens de OESO het risico laaggeletterd te worden, omdat zij niet de hoofdgedachte uit een tekst kunnen halen of een verbinding kunnen leggen met alledaagse kennis. Op reflecteren en evalueren scoren onze kinderen dus opvallend veel lager dan die uit andere Europese landen. Niet zo gek, vinden Gubbels en de andere geraadpleegde bronnen voor dit artikel: in het curriculum is daarvoor immers geen aandacht, en op het examen evenmin.

Klassikaal of in groepjes napraten of discussiëren over boeken of teksten is in ons onderwijs niet gebruikelijk. Begrijpend lezen betekent in Nederland vooral: in stilte een tekst lezen en daarna een vragenlijst maken, wederom in stilte. Terwijl interactie bewezen bijdraagt aan een grotere betrokkenheid bij lezen. Adriaan Langendonk, programmamanager leesbevorderingsprogramma’s bij Stichting Lezen: “Veel scholen hebben tijd ingeruimd op het rooster voor vrij lezen, maar het blijkt niet voldoende. Leerlingen die moeite hebben met of weerstand hebben tegen lezen, kunnen doen alsof ze lezen. Daarom is er structureel actieve begeleiding rondom lezen nodig.”

Rijke teksten

Ook het aanbieden van rijke, authentieke teksten met onbekende woorden is van belang voor de taalontwikkeling. Teksten worden nu vaak versimpeld aangeboden om aan te sluiten bij het (veronderstelde) niveau van leerlingen, met name in het vmbo.

Onderzoeker Gubbels: “Alle moeilijke woorden worden eruit gelaten en zinnen worden ingekort. Dat maakt teksten saai en zelfs ondoorgrondelijk. Terwijl je juist over die moeilijke woorden prima een gesprek met elkaar kunt voeren. Zeker wanneer leerlingen zelf een tekst mogen kiezen. Een leerling gaat beter lezen als hij een tekst wíl lezen, niet omdat hij er vragen over moet beantwoorden.”

Motivatie

Misschien wel het meest opvallend is dat Nederlandse kinderen in Europese vergelijkingen helemaal onderaan bungelen als het gaat om leesmotivatie: 60 procent van de 15-jarige leerlingen leest alleen als het moet of om informatie op te zoeken wanneer dat nodig is. Verontrustend, omdat meer leesplezier leidt tot meer en beter lezen.

Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor die lage motivatie. Je zou het kunnen wijten aan de digitalisering, maar in landen als Duitsland, Finland en Polen gamen en Instagrammen kinderen evengoed en daar dalen de leesprestaties niet (al bezitten Nederlandse huishoudens wel een bovengemiddeld aantal devices en goede wifi). Je kunt ook de schuld geven aan onze gebrekkige lees­cultuur, misschien wel aan een lagere status van cultuur in ons land in brede zin (de expliciete waardering die Angela Merkel onlangs uitsprak voor de cultuursector in Duitsland was daar een goed voorbeeld van). Of simpelweg aan de eerlijkheid van Nederlandse kinderen, die mogelijk eerder op vragenlijsten durven in te vullen dat ze lezen saai of stom vinden dan autoriteitsgevoelige ­kinderen uit andere landen.

Zowel Gubbels als Langendonk geven aan dat er geen onderzoek is gedaan naar de oorzaak van die lage lees­motivatie: “We kunnen er dus alleen naar gissen.”

Ander leesonderwijs

De manier waarop we in Nederland ons leesonderwijs hebben ingericht draagt in elk geval niet bij aan de leesmotivatie. Sinds in 1970 de eindtoets in het basisonderwijs werd ingevoerd en aparte taalmethodes ontstonden, is ons taalonderwijs opgesplitst in verschillende deelvakken als begrijpend lezen, technisch lezen, taal, grammatica en spelling. Voor kinderen is dat niet logisch, zij maken zelf geen onderscheid. Langendonk van Stichting Lezen: “Vanaf groep 6 verschuift de benadering van leren om te lezen bovendien naar lezen om te leren. Lezen wordt dan iets wat je nodig hebt voor de zaakvakken of tekstbegrip, en is veel minder gericht op het narratief. Maar kinderen van die leeftijd hebben nog heel creatieve hoofden, die willen gewoon mooie verhalen lezen.”

De eindeloze vragenlijsten die we leerlingen vanaf groep 6 laten maken over teksten dragen onbedoeld bij aan minder leesplezier. En beter lezen gaan kinderen er ook niet van – ze leren vooral strategieën aan om de gewenste antwoorden te geven. Waarom we het dan toch zo blijven doen? Langendonk: “Het past bij het idee: alles wat toetsbaar is heeft waarde, de rest is voor de leuk.”

Digitaal lezen

Overigens lezen kinderen wel degelijk, de hele dag zelfs: in timelines en appgroepen op hun mobiel, in handleidingen van computergames en op gameconsoles. Gubbels: “De meeste onderzoeken richten zich op het diepe lezen. Terwijl kinderen van nu eerder scannend lezen, gericht informatie opzoeken en dan weer doorgaan naar het volgende. Net als wij.” Nederlandse kinderen blijken goed in het zoeken en vinden van informatie. Maar hoe ze die informatie vervolgens op betrouwbaarheid moeten beoordelen, of hoe ze bronnen moeten vergelijken of parafraseren, dat weten ze vaak niet. Volgens Gubbels is er op school dan ook extra aandacht nodig voor digitaal lezen, voor het ontwikkelen van een vorm van tweetaligheid: zowel leren omgaan met kortere online teksten die meer afleiding creëren, als met langere teksten die diepe concentratie vergen. “Ja, de leesprestaties zijn ten opzichte van 2001 gedaald en dat we minder diep lezen is een van de oorzaken. Maar we moeten ook erkennen dat we in een heel andere tijd leven dan in 2001.”

Rolmodel

Wat in elk geval bewezen bijdraagt aan leesmotivatie is een duidelijk zichtbare leescultuur. Zo wijst Langendonk erop dat ouders een belangrijke rol spelen in de taalontwikkeling en dat je die als schoolleider dus zo vroeg en zo veel mogelijk moet betrekken bij je lees­beleid. Gubbels wijst daarnaast op het belang van de leraar als rolmodel. Een belangrijk punt als je weet dat 30 procent van de pabostudenten zegt lezen niet leuk te vinden. “Pak als leraar een keer een boek als de klas zelfstandig aan het werk is, in plaats van achter je computer te gaan zitten”, zegt Gubbels. “Leerlingen moeten zien en ervaren dat een boek lezen óók een optie is.”

‘Een leescultuur moet door de hele school doorvoeld worden’

Henk van der Weide is directeur van openbare daltonbasisschool de Wetelaar in Doesburg. Hij zag hoe in zijn regio bibliotheken sloten en leerlingen steeds minder geneigd waren een boek te pakken door al het online aanbod. Van der Weide besloot van het vergroten van leesplezier een speerpunt te maken.

“Lezen helpt leerlingen contexten beter te begrijpen. Ik vind dat onderwijs tegenwicht moet bieden, niet puur de feiten moet geven maar vooral de duiding en waarde van die feiten. Zo onderscheiden we ons van machines.”

Zijn basisschool de Wetelaar zette samen met medewerkers van de bibliotheek West-Gelderland een Bibliotheek op school op. De school schafte een nieuwe boekencollectie aan – deels met geld uit de oud papierpot – en schreef een interne vacature uit voor een taal-leescoördinator. Twee leerkrachten nemen die taak op zich. “Zij doen in hun opleiding specialistische kennis op over het kiezen van verschillende soorten teksten, het aanleren van leesstrategieën, het gezamenlijk nadenken en vragen stellen over teksten, voorspellen en samenvatten en het leggen van verbanden.” Die kennis dragen ze weer over aan hun collega’s, want Van der Weide vindt dat elke leerkracht een leesspecialist zou moeten zijn. “Als je een leescultuur wilt aanzwengelen, moet dat door de hele school doorvoeld worden. Het is mijn taak als schoolleider om dat te faciliteren, aan te sturen en controleren.”

‘Elke docent zou met een taalbril naar zijn eigen vak moeten kijken’

Nellianne van Schaik is sinds 19 jaar docent Nederlands, werkt op het Calvijn College in Goes en is Teamlid Nederlands voor Curriculum.nu. Volgens haar zouden alle vakken moeten meewerken aan de taalvaardigheden van leerlingen.

“Het zou helpen als taal- en leesvaardigheid niet het unieke domein van het vak Nederlands is, maar als er een breed gevoelde verantwoordelijkheid zou zijn. Het zou veel schelen wanneer elke docent af en toe met een taalbril naar zijn lesboeken kijkt, aandacht besteedt aan vaktaal, aan opgaven met veel tekst en leerlingen bijvoorbeeld een essay laat schrijven – eventueel in samenwerking met de docent Nederlands.”

Van Schaik realiseert zich dat het geen makkelijke vraag is. “Het curriculum zit overvol, maar het zit hem in kleine dingen. Vraag een leerling eens in zijn eigen woorden uit te leggen wat een bepaald begrip uit jouw vakgebied betekent. Zo stimuleer je de taal en check je meteen of kennis echt is geland.” Ook voor schoolleiders is hier een taak weggelegd, zegt Van Schaik: “Het zou mooi zijn wanneer zij hun best doen de ontwikkeltijd van docenten te vergroten, zodat we met elkaar kunnen werken aan samenhang en bijscholing, bijvoorbeeld op het gebied van leesdidactiek.”

Want de sleutelrol is uiteindelijk toch weggelegd voor de leraar, zegt Van Schaik: “Taal is ook emotie, niet iets wat slechts een praktisch doel dient. Het is jouw taak als docent die emotie en liefde over te brengen.”

Bibliotheek op school, ook voor het vmbo

Met het programma de Bibliotheek op school wil Stichting Lezen in samenwerking met lokale bibliotheken lezen de school in krijgen. Inmiddels biedt 90 procent van de bibliotheken deze aanpak aan en doet de helft van de reguliere basisscholen mee. Bibliotheek op school richt zich ook op pabo’s en het vmbo. Nog slechts 20 procent van de vmbo-scholen heeft een mediatheek. Adriaan Langendonk van Stichting Lezen: “Een groot deel van die kinderen groeit op zonder boeken om zich heen. En er is geen verplichte leeslijst. Niet dat dat laatste zaligmakend is, maar het lezen van boeken is in hun wereld vrijwel verdwenen.”

Een gemiddelde Bibliotheek op school kost zo’n 10.000 euro per jaar, wat voor 20 procent door de school wordt gedragen en voor 80 procent door de bibliotheek en gemeente. Stichting Lezen pleit voor een structurele financiële impuls vanuit Den Haag voor scholen en bibliotheken. Langendonk: “Dit is een educatieve en economische opdracht van ons allemaal.” www.debibliotheekopschool.nl

Tweede Kamerbeleid

De Tweede Kamer wil dat de regering bij de curriculum­herziening de ‘eerste en hoogste prioriteit’ geeft aan onder andere de basiskennis- en vaardigheden Nederlands. Bij de aanpassingen in het curriculum moet er ruime aandacht zijn voor lees- en schrijfvaardigheid. Daarnaast wil de Kamer dat de Onderwijsraad onderzoek doet naar de afgenomen leesvaardigheid in het funderend onderwijs en dat deze adviseert over de noodzakelijke interventies om de leesvaardigheid weer op peil te brengen.

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Gerelateerd nieuws