Besturen en scholen in het speciaal voortgezet onderwijs (vso) ervaren sinds de invoering van Passend onderwijs een verzwaring van hun werk. Ze schrijven dat toe aan veranderingen in de leerlingpopulatie. Dat blijkt uit onderzoek van de inspectie van het onderwijs.

De omvang van de instroom is redelijk constant gebleven, maar de instroom is anders. Instromende leerlingen hebben vaker schoolwisselingen achter de rug en zijn meer afkomstig uit het reguliere voortgezet onderwijs en volgen vaker arbeidsmarktgericht of diplomagericht onderwijs. Besturen geven aan dat de problemen en complexiteit van de jongeren die in het voortgezet onderwijs instromen groter zijn geworden. De leerlingproblematiek is ook toegenomen doordat leerlingen nu later de hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben, waardoor de problemen en complexiteit die deze jongeren ervaren groter worden.

De inspectie adviseert besturen en scholen de achtergrond van de leerlingen goed in kaart te brengen, zodat het onderwijs en de zorg beter afgestemd kan worden. Hierbij is samenwerking met jeugdzorg in de klas een belangrijke factor waardoor leerlingen sneller leerbaar worden. Scholen hanteren diverse strategie├źn om (de kwaliteit van) het onderwijs af te stemmen op de veranderingen die zij ervaren. Zo investeren ze bijvoorbeeld in de professionalisering van de leraren en een andere inrichting van het onderwijs, zoals meer een-op-een begeleiding en maatwerk.

De inspectie heeft onderzocht hoe de leerlingpopulatie in het vso zich ontwikkeld heeft vanaf de invoering van het Passend onderwijs in 2014 tot en met 2019. Het is een vervolg op een soortgelijk onderzoek in het speciaal onderwijs. Naast analyse van landelijke data zijn interviews gehouden met vertegenwoordigers van 30 scholen en 15 besturen.

Link