Vrijwillige ouderbijdrage voor veel ouders te hoog

Een op de drie ouders kan de vrijwillige ouderbijdrage op de school van hun kind niet betalen, zo blijkt uit onderzoek van de SP. Bijna de helft (48 procent) van de ouders betaalt meer dan 50 euro per jaar per kind, 27 procent betaalt zelfs meer dan 100 euro per jaar. Ook uit cijfers van Leergeld Nederland blijkt dat een groeiend aantal ouders de onderwijskosten voor hun kinderen niet kan opbrengen.
 
Het SP-onderzoek laat zien dat ongeveer de helft van de ouders de ouderbijdrage te hoog vindt. Een kwart (24 procent) van de ouders die de vrijwillige ouderbijdrage niet kunnen betalen, betaalt daarom niet. Bijna één op de vijf ouders (18 procent) leent geld bij de bank of bij vrienden en familie. SP-Kamerlid Tjitske Siderius is geschrokken van deze resultaten: “Het is mooi als scholen door het organiseren van extra activiteiten kleur kunnen geven aan het schoolleven. Maar als ouders zich moreel verplicht voelen en druk ervaren om te betalen verliest deze kleur snel zijn glans. Geen ouder wil zijn kind uitsluiten van een uitje of een reisje, dus zij zetten alles op alles op de ouderbijdrage te betalen.”
 
Het onderzoek meldt ook extreme voorbeelden van ouderbijdragen van meer dan 500 euro, scholen die incassobureaus inschakelen om ouders te dwingen om te betalen of voorstellen om een leerling als alternatief klusjes te laten doen. De SP wil dat de vrijwillige ouderbijdrage wordt gekoppeld aan een wettelijk maximum.
 
Onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs wees in november jl. uit dat de vrijwillige ouderbijdrage in het primair onderwijs gemiddeld 42 euro per jaar bedraagt. Het SP-onderzoek laat zien dat er ook veel scholen zijn die veel meer betalen.
 
Staatssecretaris Dekker van Onderwijs wees er tijdens een debat eind vorig jaar, over de kosten van schoolexcursies in het vo, op dat het aantal signalen over hoge schoolkosten dat bij de Inspectie van het Onderwijs binnenkomt de afgelopen jaren min of meer constant is gebleven (97 klachten in schooljaar 2013/2014). Ook wees hij er toen op dat de toelating van een leerling tot de school niet bepaald mag worden door het wel of niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage. De oudergeleding in de medezeggenschapsraad moet erop toezien dat de totale schoolkosten voor ouders beheersbaar blijven.
 
Leergeld Nederland
Recente cijfers van Leergeld Nederland, waar ouders met een krappe beurs kunnen aankloppen als ze bijvoorbeeld de vrijwillige ouderbijdrage niet kunnen betalen, laten zien dat veel ouders moeite hebben de ouderbijdrage op te brengen. Vorig jaar steeg het aantal aanvragen bij de stichting met 30 procent ten opzichte van 2013. Uit de enquête onder honderden ouders blijkt dat 41 procent aangeeft dat de school hen verplicht om het geld over te maken, terwijl 29 procent zegt het geld echt niet te kunnen missen.
 
Reactie AVS
AVS-voorzitter Petra van Haren: “Op vrijwel alle scholen is het vaststellen van de ouderbijdrage een zorgvuldig proces, waarbij goed nagedacht wordt over de hoogte en de wijze van besteding. De MR van een school, waar ouders ook zitting in hebben, heeft hierbij instemmingsrechten. Dit neemt niet weg dat het een menselijk beleving is dat je de vrijwillige bijdrage niet als vrijblijvend ervaart en als een impliciete verplichting voelt. Ook is het voor kinderen die met (wettelijk) volwaardige alternatieven formeel niets te kort komen een beleving van ongelijkheid wanneer je niet mee kan doen met de groep.  De AVS wil dat alle kinderen onbelemmerd toegang hebben tot kwalitatief goed onderwijs. Gelijke kansen voor ieder kind en daarmee de maximale ontwikkeling van  talenten. De AVS roept schoolleiders maar ook ouders op om vooral goed met elkaar in gesprek te blijven en duidelijk te communiceren over de ouderbijdrage en wat deze kan betekenen, zowel voor de school als voor ouders en leerlingen. Het is een maatschappelijke opdracht om al onze kinderen optimale toegang te geven tot kennis, schoolactiviteiten, ICT en in te zetten op digitale geletterdheid. Wij rusten immers de jeugd toe om straks volwaardig en kansrijk lid van de samenleving te worden. Investeren in de jeugd is investeren in de toekomst van ons land. Dit is een verantwoordelijkheid van de samenleving, waar niet individuele ouders of kinderen tussen wal en schip moeten vallen.”
 

Links

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.