Vragen over herindicatie rugzakleerlingen

Voor veel rugzakleerlingen loopt de indicatietermijn aan het eind van dit schooljaar af. Om recht te houden op de rugzakmiddelen moet een herindicatie worden aangevraagd. De AVS krijgt veel vragen over deze herindicatieprocedure. Een beschrijving van hoe een en ander in zijn werk gaat en wat de school daarvoor moet doen.Een rugzakleerling is een leerling met een indicatie voor het speciaal onderwijs. Deze indicatie wordt afgegeven door een Commissie voor Indicatiestelling CvI van een regionaal expertisecentrum. De indicatie heeft een beperkte geldigheidsduur. In de meeste gevallen is dat drie jaar, voor dove en meervoudig gehandicapte kinderen is dat vier jaar. Voor kinderen met het syndroom van Down blijft de indicatie onbeperkt geldig. De geldigheidsduur is terug te vinden in de indicatiebeschikking die bij aanname van het kind is verkregen.Welke stappen zijn te onderscheiden in de herindicatieprocedure?- Stap 1: ga voor de rugzakleerlingen op school na wanneer de geldigheidsduur van de indicatiebeschikking eindigt. Zorg ervoor dat de procedure voor herindicatie drie maanden voor de afloopdatum start.- Stap 2: vraag de ouders van de rugzakleerlingen waarvoor de geldigheidsduur van de indicatiebeschikking ten einde loopt om een aanvraagformulier voor herindicatie in te vullen en in te dienen.- Stap 3: de ouders vragen een herindicatie aan bij de CvI van het regionaal expertisecentrum. Op de indicatiebeschikking is te zien voor welk cluster en voor welke schoolsoort de indicatie is afgegeven en dus waar de herindicatie moet worden aangevraagd. De ouders vullen daartoe een aanvraagformulier in.- Stap 4: de ouders moeten zorgen voor het aanleveren van een compleet dossier bij de CvI. De CvI kan hen daarbij helpen. Het dossier moet uitsluitsel geven over:•de ernst van de stoornis, ziekte of problemen;•de invloed van de problemen op de leerresultaten, de redzaamheid of het gedrag; •de hulp die de school geboden heeft om de problemen op te lossen;•de noodzaak van voortzetting van speciale hulp.- Stap 5: zorg voor een onderwijskundig rapport OKR over de betreffende leerling. In sommige gevallen is geen OKR nodig. De kern van het OKR moet zijn dat aangetoond wordt dat er nog steeds sprake is van een structurele belemmering in de onderwijsparticipatie voor de leerling. Dus ondanks de gegeven hulp en ondersteuning:•blijven er te grote achterstanden en functioneert de leerling erg zwak;•blijft extra ondersteuning en hulp noodzakelijk.Indien deze belemmeringen en de noodzaak voor extra hulp en ondersteuning niet of onvoldoende aannemelijk gemaakt wordt, zal geen nieuwe indicatie afgegeven worden en vervalt de rugzak.De CvI heeft een aangescherpte opdracht om goed te kijken naar de onderbouwing van de onderwijsbelemmering en het aantonen van de noodzaak tot extra hulp en ondersteuning!Hieronder is een schema opgenomen over de gevallen waarin geen OKR nodig is en waaruit dit voor de verschillende rugzakleerlingen moet bestaan.- Stap 6: de CvI beslist binnen acht weken of opnieuw een indicatie wordt afgegeven.Als deze indicatie is afgegeven, krijgt de school van de ouders de indicatiebeschikking. Daarmee geeft de school aan Cfi door dat er een rugzakleerling op school is en welke school ondersteunend (ambulante begeleiding) voor speciaal onderwijs zorgt.Voor extra informatie kunt u terecht bij de AVS adviseurs voor onderwijs en leerlingenzorg, Heike Sieber (h.sieber@avs.nl) en Jos Hagens (j.hagens@avs.nl).Schema OKR DoofGeen OKR nodigSlechthorendLeerachterstand: behoort tot de 10% zwakst presterende leerlingen op begrijpend lezen, technisch lezen of spellen, en rekenen.Er is te weinig vooruitgang ondanks extra hulp en ondersteuning.Alternatief: zeer geringe communicatieve redzaamheid, blijkend uit logopedisch onderzoek.Ernstige spraak-taalmoeilijkheden ESMLeerachterstand: behoort tot de 10% zwakst presterende leerlingen op begrijpend lezen, technisch lezen of spellen, en rekenen.Er is te weinig vooruitgang ondanks extra hulp en ondersteuning.Alternatief: zeer geringe communicatieve redzaamheid, blijkend uit logopedisch onderzoek.Zeer moeilijk lerend ZMLBij IQ < 60Zeer geringe vooruitgang gedurende een jaar in werkhouding, taakgerichtheid, aandacht en motivatie bij kinderen tot en met 7 jaar.Zeer geringe vooruitgang gedurende een jaar bij aanvankelijk lezen, spellen en rekenen bij kinderen van 8 tot en met 11 jaar.Extra bij IQ 60-70Er is te weinig vooruitgang ondanks extra hulp en ondersteuning.Lichamelijke handicap LGLeerachterstand: behoort tot de 10% zwakst presterende leerlingen op begrijpend lezen, technisch lezen of spellen, en rekenen.Er is te weinig vooruitgang ondanks extra hulp en ondersteuning.Alternatief structureel verzuim: vermindering van de leertijd met minstens 25% door noodzakelijke zorg of aan de stoornisgerelateerd verzuim.Langdurig ziek LZEen zeer geringe zelfredzaamheid: Afhankelijkheid van derden voor algemene, dagelijkse levensverrichtingen of voor deonderwijsvoorwaardelijke fijn-motorische activiteiten en handelingen.Of leerachterstand: behorend tot de 10%zwakst presterende leerlingen bij begrijpend lezen, technisch lezen of spellen, en rekenen voor groep 1 en 2: voorbereidend lezen, spellen en rekenen.Alternatief structureel verzuim: vermindering van de leertijd met minstens 25% door noodzakelijke zorg of aan de stoornisgerelateerd verzuim.Cluster 4Ontbrekende algemene leervoorwaarden: ernstige tekortkomingen op gebied van leer-/taakgedrag en/of gedrag in relatie tot de leerkracht of medeleerlingen, die al een jaar bestaan, niet situationeel zijn en niet beïnvloedbaar door gerichte aanpak of afspraken.Of extreem gedrag: gedrag waardoor de leerling een gevaar voor zichzelf of anderen vormt.Er is te weinig vooruitgang ondanks extra hulp en ondersteuning. 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.