Scholen voor funderend onderwijs lopen vaak tegen dezelfde uitdagingen aan. De aanpak kan bijzonder zijn en voor meerdere scholen nuttig. Deze maand in Zo kan het ook!: Om (toekomstige) leerlingen en ouders verschillende mogelijkheden te bieden om met de school te communiceren, heeft het Amstelveense Hermann Wesselink College een rubriek ‘Vragen stellen aan de rector’ op haar website.

Wat zo’n tien jaar geleden precies de aanleiding was om met de vragenrubriek te beginnen weet rector Bert Kozijn niet. Afgelopen september volgde hij na 26 jaar Ton Liefaard op als rector van het Hermann Wesselink College in Amstelveen. “We vinden het als school belangrijk om open met leerlingen en ouders te communiceren. De rubriek is een van de kanalen hiervoor.” Daarnaast is de school onder andere ook actief op Twitter, zijn de lijnen met mentoren kort, bestaan er klankbordgroepen voor ouders en is er een leerlingenparlement, somt Kozijn op. “Het is kortom een van de schakels in een grote ketting.”
Kozijn denkt dat de vragenrubriek destijds zelf door de school is bedacht en vormgegeven. “Zo creatief zijn ze hier wel en het zit ook niet heel ingewikkeld in elkaar.” Op de beginpagina van de schoolsite staat direct een link naar de rubriek. Wie hierop klikt, krijgt vervolgens de laatste vraag van leerlingen en de laatste vraag van ouders in beeld. Wie dat wil kan onderaan doorklikken naar alle vragen. Daarnaast kan er geklikt worden op ‘Stel je vraag’, waarna een formulier in beeld komt om in te vullen.
Er is bewust gekozen voor het werken met een vast format, stelt Kozijn. “Zo voorkom je dat er lukraak meningen worden verstuurd.” Verder zijn er volgens hem geen regels opgesteld voor het stellen van een vraag. “We gaan ervan uit dat iedereen zijn gezonde verstand gebruikt.” Vragen mogen gaan over de school in de breedste zin van het woord. Over bij hoeveel onvoldoendes je blijft zitten bijvoorbeeld, of over een onduidelijk cijfer in Magister, zo blijkt uit de laatst gestelde vragen. Wat het taalgebruik betreft is het de bedoeling dat het fatsoenlijk blijft, zegt Kozijn.
De vragen die ingestuurd worden, komen niet direct op de site. Een vraag wordt pas gepubliceerd als er antwoord is gegeven, stelt Kozijn. “Zodat als er toch iets onbetamelijks tussen zit, we dit eruit kunnen filteren.” Zo gauw hij tijd heeft, maar in ieder geval één keer in de twee weken, logt hij in op de site en kijkt dan of er vragen zijn. “Verder zijn er slechts twee, drie anderen die er ook bij kunnen, waaronder de ict-coördinator.”
Inmiddels heeft Kozijn zelf de eerste vragen van zowel leerlingen als ouders in behandeling. Dat de vragen even op zich lieten wachten, komt volgens hem niet omdat hij nu achter de knoppen zit. “Bij de oud-rector fluctueerde het aantal vragen dat gesteld werd ook.” Het beantwoorden kost wat tijd. “Ik ben natuurlijk nieuw en moet voor zaken te rade gaan bij collega’s. Maar ik leer er daarom zelf ook van.” Daarnaast verwacht Kozijn gaandeweg uit de vragen die gesteld worden bijvoorbeeld ook te kunnen afleiden dat over bepaalde onderwerpen wellicht anders gecommuniceerd moet worden.
Over hoe hij gaat antwoorden, denkt Kozijn nog na. “In ieder geval kort. Soms zal ik denk ik een ouder ook even opbellen of een leerling persoonlijk aanspreken. Maar het antwoord komt altijd online, zodat anderen er ook wat aan hebben.” Of dit ook zo zal zijn als er een klacht binnenkomt, weet Kozijn nog niet. “Dat hangt ervan af of het iets individueels is of niet. Het nuttig is om het te delen.”

Ook een creatieve aanpak op uw school? Mail naar communicatie@avs.nl o.v.v. ‘Zo kan het ook’.

Gerelateerd nieuws