Op 12 oktober 2020 heeft minister Slob van Onderwijs de Tweede Kamer geïnformeerd over de besteding van de gelden van de Prestatiebox voor het primair en het voortgezet onderwijs.

In 2014 zijn het bestuursakkoord PO en het sectorakkoord VO (hierna: de sectorakkoorden) afgesloten. Deze sectorakkoorden hadden als doel om op scholen te werken aan een aantal grotere ambities om de kwaliteit van het onderwijs te versterken, zoals begeleiding van startende leraren, inzet van digitale leermiddelen en planmatige kwaliteitszorg. Hiervoor is respectievelijk € 306 miljoen en € 334 miljoen aan het po en aan het vo beschikbaar gesteld via de zogeheten prestatieboxregeling. Eind 2020 lopen de akkoorden af.

Uit het onderzoek dat door Regioplan is uitgevoerd, blijkt dat de middelen uit de prestatiebox po in veel gevallen zijn ingezet voor structurele uitgaven waar nog doorlopende verplichtingen aan vast zitten. Het gaat dan met name om salaris van (extra) personeel en ICT-afschrijvingen. Ten aanzien van de prestatieboxmiddelen vo is het beeld hetzelfde. Naar aanleiding van dit rapport heeft de minister besloten om een deel van de gelden toe te voegen aan de lumpsumbekostiging.

Schoolbesturen zijn en blijven wel verantwoordelijk dat blijvend op de eerdere doelen wordt ingezet. De afgelopen jaren hebben de besturen aangetoond voortgang te maken op thema’s als digitalisering en onderzoekend leren in het po en kwaliteitszorg en uitdagend onderwijs in het vo. De minister verwacht en vertrouwt erop dat besturen hier ook mee doorgaan.

Omdat deze thema’s, waarop voldoende voortgang is geboekt, onverminderd van belang blijven, hecht hij er wel aan dat de bestedingskeuzes van scholen op deze thema’s inzichtelijk blijven, met een heldere verantwoording als onderdeel van de reguliere verantwoordingscyclus.  

Voor doelen waarop de afgelopen jaren minder voortgang is gerealiseerd, wil hij andere instrumenten inzetten. Hiervoor gelden uitgangspunten die hij nader heeft uitgewerkt in een kader voor doelfinanciering. Hiermee geeft hij opvolging aan een toezegging aan de Kamer van begin dit jaar om meer helderheid te bieden over wanneer verschillende vormen van bekostiging aan de orde zijn. In dit document stelt hij vast dat lumpsumbekostiging het uitgangspunt moet zijn en blijven voor de bekostiging van het onderwijs, omdat dit het meest in lijn is met de inrichtingsvrijheid van scholen en de verdeling van verantwoordelijkheden voor de kwaliteit van het onderwijs. De bijgestelde inzet van de prestatieboxmiddelen geldt voor twee jaar. Voor po geldt de nieuwe invulling tot en met schooljaar 2022/2023 en voor vo tot en met kalenderjaar 2022. Met deze termijn wil hij scholen tijdig helderheid bieden om hun begrotingen op te kunnen stellen voor de aankomende schooljaren.

Het betreft de volgende onderwerpen:
primair onderwijs:
– de middelen bestemd voor cultuureducatie, € 16,37 per leerling en in totaal € 23,5 miljoen per jaar, worden specifiek inzichtelijk gemaakt voor scholen en culturele instellingen.
– professionalisering en begeleiding startende leraren en schoolleiders;
– bewegingsonderwijs.
voortgezet onderwijs:
– aandacht nodig voor zittenblijvers, strategisch personeelsbeleid en begeleiding startende leerkrachten en schoolleiders;
– onvoldoende voortgang thuiszitters – scherpere inzet noodzakelijk.

De brief van 12 oktober 2020 is hieronder te downloaden.

Neem contact op met de AVS Helpdesk
Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk.

Leden van de AVS kunnen de Helpdesk bellen met uiteenlopende vragen over vakgerelateerde zaken.

030-2361010 of helpdesk@avs.nl