Wat drijft schoolleiders ertoe te kiezen voor het onderwijs en vanuit welke motivatie zijn ze leidinggevende geworden? Paul Kupper (1977) en Margreeth Boeschoten (1942) vertellen vanuit twee generaties over hun drijfveren.

De drijfveren van twee generaties schoolleiders
Paul Kupper is locatieleider/adjunct-directeur van de Bloemcampschool in Wassenaar. Hij studeerde in 1999 af aan de Pabo in Haarlem. Het traditionele antwoord op de vraag wat hem bewoog om voor deze opleiding te kiezen – ik vond het leuk om iets met kinderen te doen – geeft hij niet. “Nee, ik hoef niet perse met jonge kinderen te werken. Wel merk ik dat ik het prettig vind om met en voor mensen te werken en daarin iets voor ze te betekenen. Het is de Pabo geworden omdat ik het ook leuk vind om mensen iets aan te leren en ze te begeleiden. En als je dan toch op die opleiding zit, dan merk je dat je gevormd wordt tot leerkracht. Maar dat was dus niet mijn eerste drijfveer.” Tijdens zijn opleiding was hij de enige man. “Ik vond dat geen bezwaar, het was een welbewuste keuze. Al vind ik het voor de ontwikkeling van de kinderen wel jammer dat het steeds meer een vrouwenberoep aan het worden is.” Na twee maanden invallen en een jaar een eigen groep, besluit Kupper toch iets anders te gaan doen. “Het ging kriebelen; er moet toch meer zijn dan dit. Ik ben toen intercedent geworden bij Randstad. De motivatie bleef hetzelfde: mensen beter laten werken. “Na twee maanden kreeg ik door dat dit niet iets voor mij was en ben ik snel naar het onderwijs teruggekeerd.” De `ik-wil-meer-drang´ blijft echter opspelen. Kupper: “Onderwijs is een heel mooi vak, maar ik wil me wel verder blijven ontwikkelen. Voor mij was wel duidelijk dat ik mijn eindpunt niet had bereikt. Ik had behoefte aan meer prikkels en meer uitdaging. Eén van de weinige stappen die je dan in het onderwijs kunt maken, is het management erbij te pakken. Ik ben dus de schoolleidersopleiding gaan doen. De combinatie van onderwijs en management trok mij aan; het lesgeven, wat ik twee dagen doe, zou ik nog niet willen missen. Nadat ik de opleiding had afgemaakt, was de volgende stap een baan te vinden in die functie.” Zijn motivatie daarbij ligt niet zozeer puur in het leiding willen geven. Kupper: “Het is toch meer de helikopterview die je als leerkracht veel minder hebt. Ik ben geïnteresseerd in beleidsmatige en zakelijke aspecten. Samen veranderingen teweeg brengen.” Het komt regelmatig voor dat Kupper wordt aangesproken op zijn jonge leeftijd. “Maar die doet niet ter zake”, vindt hij. “Het gaat om kwaliteit en om ideeën. Leeftijd speelt geen grote rol. Ook niet als het gaat om ervaring; ik zie geen schokkende verschillen.” Als hij dan toch iets moet zeggen over generatieverschillen: “Zelf heb ik het gevoel dat de jongere generatie meer behoefte heeft aan de zakelijke kant, meer gericht is op timemanagement. Dat het allemaal best wat strakker kan. Meer vanuit rechten en plichten, minder vanuit het hart.”

De lijnen bepalen
Margreeth Boeschoten wilde van kind af aan als iets doen met lesgeven, anderen iets leren. “Ik heb mij al heel jong voorgenomen in elk geval het onderwijs in te gaan”, vertelt zij. “Ik weet nog dat ik zelf les kreeg op de lagere school en van de leerkracht dacht dat hij iets niet handig uitlegde, en hoe het dan beter zou kunnen zodat kinderen het beter kunnen begrijpen. Ik wist eigenlijk meteen al dat ik juf wilde worden. En juf werd je op de kweekschool, waar ik toen heen gegaan ben. Op mijn eenentwintigste was ik al hoofdleidster.” Twee zaken inspireren haar in haar verdere onderwijsloopbaan. “De eerste is dat ik altijd al sturend wilde zijn en ervoer dat ik daar ook goed in ben. Ik heb iets in mijn karakter dat de lijnen wil bepalen. Het tweede is dat ik tijdens mijn opleiding in aanraking kwam met kinderen die extra zorg nodig hadden.” Ten tijde van de vorming van de basisschool doet Boeschoten de applicatiecursus om de algemene bevoegdheid te halen. Dit vorm de aanzet om verder te studeren: de opleiding speciaal onderwijs, remedial teaching, directeur primair onderwijs, en in Amerika haar master of science (management en special needs) en ten slotte de Hogere Kaderopleiding Pedagogiek (HKP). “Ik ben altijd actief gebleven omdat ik vond en vind dat je niet kunt zeggen: `Ik heb een opleiding en een functie en dat betekent dat ik goed zit.´ Je moet altijd blijven leren en bijblijven.” Boeschoten ziet deze eigenschap overigens bij weinig van haar generatiegenoten en de vijftigers terug. “Deze directeuren komen uit een heel andere tijd, zeker als je het hebt over het speciaal onderwijs. Binnen het management is heel veel veranderd. Je ziet vooral mannen het met elkaar hebben over de vraag hoe lang ze nog moeten. Bij elke verandering is het `het zal mijn tijd wel duren´, of `wat hangt me nu weer boven het hoofd´. Ik zie weinig enthousiasme om iets nieuws te ondernemen. Jongeren zijn daarin ambitieuzer.” Boeschoten wordt volgend jaar september vijfenzestig en zou daarna graag nog blijven werken. Momenteel is zij directeur van de Koningin Julianaschool in Culemborg, een school voor speciaal basisonderwijs. “Toen ik hier bijna vijf jaar geleden binnenkwam, waren er veel problemen. Het team was naar eigen zeggen zelfsturend, men had het idee dat het heel goed ging. Allerlei directeuren en interim managers waren na drie maanden alweer vertrokken. Mij leek het wel een uitdaging. Toch heb ik een aantal hele moeilijke zware jaren achter de rug. Mensen uit het team zagen mij als iemand van buiten: `Wat kom jij ons nu vertellen? Je hebt geen ervaring in het sbo.´ Maar we zijn nu op de goede weg. We zaten in een heel oud gebouw en moesten verhuizen. We hebben net een grote verbouwing achter de rug waarbij ik een binnenhuisarchitect heb ingeschakeld. Het gebouw is echt bijzonder sfeervol geworden, perfect. Ik vind het heel jammer al zo snel afscheid te moeten nemen van wat we nu opbouwen. Het wordt nu net tijd om te oogsten. Ik voel mij slachtoffer van het beleid van mijn bestuur om de ouderen te laten afvloeien. Ik heb nog helemaal geen zin om te stoppen. Dit is nog steeds een heel leuk en boeiend vak. Binnenkort hoop ik te horen of het bestuur mij dat volgende schooljaar wil laten afmaken. Het is doodzonde, verdrietig en jammer om geen gebruik meer te maken van mijn ervaring. Ik vind het nog heerlijk om mijn steentje te kunnen bijdragen, vooral voor de kinderen.”

Auteur Bert Nijveld
Thema: Drijfveer
Kader Primair 1 -September 2006

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws