Verlenging subsidie voor samenwerkingen regulier en speciaal onderwijs

In aanloop naar meer inclusief onderwijs, is er enkele jaren geleden een subsidie in het leven geroepen om experimenten te ondersteunen op plekken waar regulier en speciaal onderwijs veel intenser willen gaan samenwerken. De subsidieregeling (Beleidsregel experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs 2020) wordt met twee schooljaren verlengd. Aanvragen voor 2022-2023 moeten vóór 1 juli a.s. ingediend worden, voor 2023-2024 is de deadline 1 mei 2023.

Dit experiment regelt dat een (v)so-school of -instelling, een sbo-school en een reguliere school voor basis- of voortgezet onderwijs die intensief willen samenwerken, zes jaar als één school kunnen functioneren. Dat wil zeggen dat de groepen leerlingen van de deelnemende scholen onderling kunnen worden gemengd terwijl alle deelnemende scholen nog blijven bestaan. Zo wil men de samenwerking tussen (en op de langere termijn misschien wel de integratie van) de verschillende schooltypen stimuleren. Tevens wordt onderzocht of het samengaan van scholen bijdraagt aan 1) het verbeteren van de kwaliteit van de onderwijsondersteuning in het reguliere onderwijs en 2) een grotere toegankelijkheid van het reguliere onderwijs voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte binnen de eigen regio (thuisnabij onderwijs). Door de experimenten wordt in kaart gebracht welke knelpunten er worden ervaren, waarvoor aanpassing van bestaande wet- en regelgeving nodig is.

Het Steunpunt Passend Onderwijs begeleidt de experimenten, de Rijksuniversiteit Groningen voert de evaluatie uit.

De scholen en instellingen houden gedurende het experiment hun BRIN-nummers. De leerlingen moeten in BRON geregistreerd blijven op de oorspronkelijke school van herkomst. Een experiment wordt aangegaan voor de periode van maximaal zes jaar.

Aanvragen?

De aanvraag dien je in bij het Ministerie van OCW, onder vermelding van ‘Experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs’, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag. 

Een aanvraag moet bestaan uit de volgende onderdelen:

  • Een bewijs van instemming van de MR’en van alle betrokken instellingen.
  • Instemming van het (of de betrokken) samenwerkingsverband(en) (deze bepaling geldt niet voor instellingen).
  • Instemming van de gemeente(n) van de deelnemende scholen of instellingen i.v.m. hun verantwoordelijkheid voor leerlingenvervoer, onderwijshuisvesting en leerplicht.
  • Erkenning van de verplichting tot deelname aan het wetenschappelijke onderzoek dat wordt uitgevoerd.

Een plan van aanpak (visie, doelen, huisvesting, de wijze waarop de deelnemende scholen verwachten de doelen te gaan behalen, planning, voorstel voor het onderwijs- en ondersteuningsaanbod van de geïntegreerde voorziening, begroting, inbedding in kwaliteitszorg).

Links