Het overgrote deel van de leerlingen en docenten voelt zich veilig op en rond de school. Op het voortgezet onderwijs gaat het om 89 procent van het onderwijspersoneel  en 94 procent van de leerlingen. Voor het primair onderwijs is dit respectievelijk 94 procent en 97 procent. Toch is er reden tot zorg. Zo is bijvoorbeeld het pesten van homoseksuele leerlingen en leraren toegenomen, net als het wapenbezit op school. Dit blijkt uit de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor die staatssecretaris Dekker van Onderwijs naar de Kamer heeft gestuurd.
 
Dekker: “Gelukkig voelen de meeste kinderen en leraren zich veilig. Maar de afgelopen tijd zie je op sommige vlakken een toename van incidenten. In procenten is dat misschien minimaal, maar voor iedereen die bijvoorbeeld slachtoffer wordt van pesten is dat natuurlijk verschrikkelijk.”

Volgens de staatssecretaris is een veilige school essentieel voor kinderen, want als dat niet zo is, richt dat grote schade aan op persoonlijk vlak en voor de schoolprestaties. De staatssecretaris is al met meerdere partijen bezig om het pesten terug te dringen.
 
Religieus extremisme
De Veiligheidsmonitor 2014 geeft ook een beeld van het religieus extremisme op school. Vier procent van de schoolleiders zegt dat deze vorm van extremisme voorkomt. Gemiddeld over alle locaties gaat het om 0,1 incident per locatie. Staatssecretaris Dekker vindt het belangrijk dat radicalisering op school moet worden aangepakt: “Dit thema is natuurlijk heel actueel geworden na de aanslagen in Parijs. Geradicaliseerde jongeren vormen een bedreiging voor de veiligheid op en buiten de school.”
In het kader van het kabinetsplan om jihadisme aan te pakken, worden scholen ondersteund in het omgaan met radicaliserende jongeren. Verder krijgen alle instellingen actuele informatie over dit onderwerp en moet er op school meer aandacht worden besteed aan burgerschap en vrije waarden.

“We moeten met elkaar erkennen dat we iets moeten gaan doen aan herkennen van radicalisering”, zegt AVS-voorzitter Petra van Haren op 15 januari bij BNR n.a.v. de Veiligheidsmonitor. “We zijn er nu heel beperkt mee bezig. Veel leerkrachten en leerlingen geven aan zich veilig te voelen op school, dat kan betekenen dat we minder alert zijn.”  Structureel gedrag herkennen in het vo is lastig, legt ze uit, omdat er per vak een andere leerkracht is. “In de basisschool zijn andere kansen. Het zijn vaak kwetsbare kinderen uit een kwetsbaar milieu. Die omstandigheden zijn hetzelfde als in het vo.” Er ligt volgens Van Haren een grote kans in het nader samenwerken van onderwijs en jeugdzorg. “Dan kunnen we het herkennen van radicalisering expliciet een plek geven.”
 

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws