Veel leerlingen ‘gewoon’ op school, maar geen invallers te vinden

Zo’n 95 procent van alle leerlingen en 94 procent van de leraren zijn momenteel op school, dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder 500 basisschooldirecteuren. Door het oplopende personeelstekort kunnen veel scholen geen invallers meer vinden en moeten bij het minste of geringste klassen naar huis sturen, klassen samenvoegen of zelfs een vierdaagse schoolweek overwegen. Ook lukt het daardoor vaak niet om het maximale te halen uit het NPOnderwijs.

Op 40 procent van de scholen zijn in de eerste weken na de herfstvakantie alle kinderen op school. Op de overige scholen (60 procent) ontbreken er leerlingen, gemiddeld 8 procent en waarvan twee derde wegens corona. Op de helft van de basisscholen stuurde klassen naar huis, waarvan gemiddeld 2 klassen per school. Slechts 2 procent moest zijn of haar school in de afgelopen weken, voor gemiddeld een week, sluiten.

Op 56 procent van de scholen zijn na de herfstvakantie leraren afwezig, waarbij het gemiddeld gaat het om 11 procent van het team en de helft vanwege corona. De afwezigheid komt bovenop het reguliere tekort. Zo’n 25 procent van de scholen kreeg de reguliere vacatures (gemiddeld 40 uur) nog niet volledig gevuld, omdat er simpelweg geen leraar te vinden is. Daarnaast is het een derde van de scholen nog niet gelukt om de benodigde formatie voor het Nationaal Programma Onderwijs na Corona in te vullen.

Geen invallers meer te vinden

Vanwege ziekte, het reguliere tekort en het Nationaal Programma Onderwijs na Corona is op bijna 90 procent van de scholen op dit moment al geen invaller meer te vinden. Slechts 2 procent van de scholen verwacht dat er voldoende invallers zijn. Daardoor denken scholen na over mogelijke oplossingen als aan klassen naar huis sturen (80 procent), leerlingen over klassen verdelen (50 procent ) en een vierdaagse schoolweek (18 procent). Andere oplossingen die worden genoemd zijn directeuren of onderwijsassistenten voor de klas, extra werken door andere collega’s, gepensioneerden of stagiaires inzetten, afstandsonderwijs of inzet van NP Onderwijs personeel. “De rek is er voor scholen echt uit. Elke oplossing die wordt gekozen, wanneer er geen invaller beschikbaar is, zet de kwaliteit van onderwijs onder druk. Het zijn enorme dilemma’s voor schooldirecteuren”, aldus AVS-voorzitter Petra van Haren.

“Er wordt keihard gewerkt op scholen door schoolleiders, leraren en ondersteuners om het onderwijs door te laten gaan en eventuele achterstanden in te lopen. We zien veel flexibiliteit, kracht en doorzettingsvermogen. Maar met name het personeelstekort vraagt heel veel van schoolleiders en leerkrachten die dit opvangen, dat zorgt voor een erg hoge werkdruk.” Dat geldt zeker wanneer schoolleiders door het schoolleiderstekort verantwoordelijk zijn voor meerdere scholen. Van Haren: “Het tekort aan schoolleiders is procentueel nog groter dan dat aan leraren. Toch geven schooldirecteuren nog altijd aan dat het een van de mooiste banen is, maar het zou wel goed zijn als er structureel geïnvesteerd gaat worden in het onderwijs om de problemen aan te pakken waardoor weer gericht gewerkt kan worden aan een verhogen van de onderwijskwaliteit.”

Nationaal Programma Onderwijs na Corona onder druk

Slechts 63 procent van de scholen denkt erin te slagen om het budget voor het Nationaal Programma Onderwijs na Corona voor komend schooljaar te besteden. In totaal staan er twee jaar voor, maar eerder gingen al geluiden op dat deze termijn te kort is om duurzaam resultaat neer te zetten. Van Haren: “Er is al een flink personeelstekort en, zo zeggen schooldirecteuren, soms krijgen krachten die je tijdelijk inhuurt elders een vast contract aangeboden en ook heb je de mensen zelf nodig in je reguliere formatie om te voorkomen dat er een klas naar huis wordt gestuurd.”

Deze krapte maakt dat continuïteit steeds vaker vóór extra ondersteuning gaat. Het vraagt vaak zoveel tijd van een directie om alles te organiseren dat andere zaken blijven liggen, waardoor de werkdruk steeds verder oploopt.
Scholen willen het geld verantwoord uitgeven en kiezen er daardoor soms voor om het restant van de budgetten mee te nemen naar volgend jaar. “Als we eerder hadden geweten dat het geld meegenomen mocht worden naar volgend jaar, hadden we zelfs meer ruimte over willen houden in het budget”, zegt een respondent.

In totaal heeft 80 procent van de scholen leerlingen met achterstanden, waarvan circa de helft verwacht dit schooljaar de vertragingen in te lopen. Op 79 procent van de scholen geeft het Nationaal Programma Onderwijs de scholen armslag om reguliere achterstanden van leerlingen op de vangen. De AVS vindt dit laatste belangrijk, want het geeft aan hoezeer voldoende investeringen helpen om het structurele probleem aan te pakken, waarbij uiteraard dan wel de mensen daarvoor beschikbaar moeten zijn.

Links