Kwetsbare jongeren met grote taalkundige of cognitieve achterstanden toch uitzicht bieden op vervolgopleiding of werk: het kan. Bijvoorbeeld met speciale combi-trajecten, leerwerkbegeleiding op locatie en interne stages. Deze drie scholen tonen hoe. ‘Het doet hen goed, ze voelen zich trots op hun werk, maar ook op hun school.’

De hele organisatie omgegooid
Marjo Bootsma is directeur van de Piet Bakkerschool in Sneek voor zeer moeilijk lerende en meervoudig beperkte jongeren. Sinds 2016 werken leerlingen er in een intensief leerwerkbegeleidingstraject vier dagen per week in bijvoorbeeld een supermarkt, buurthuis, drukkerij of verhuisbedrijf.

 “Een paar jaar geleden hebben we het roer rigoureus omgegooid. We merkten dat leerlingen van vijftien, zestien geen zin meer hadden om in de schoolbanken te zitten. De meesten willen werken, de praktijk in. Voor het hele team was duidelijk: het moet anders. Hoe houden we onze leerlingen gemotiveerd? We hebben aan de bedrijven in de omgeving gevraagd wat er beter kan. Standaard luidde het antwoord: vlieguren maken. Ze kunnen het wel, maar zijn slechts heel kort inzetbaar omdat hun spanningsboog kort is en ze veel sturing nodig hebben. Bedrijven vroegen om meer geschoolde begeleiders en instructie op de werkvloer. We moesten dus in begeleiding investeren. Een groot verschil met de gangbare stages, die we natuurlijk ook hebben. We hebben met het hele team de switch gemaakt. Iedereen zag er de zin van. De hele organisatie van ons onderwijs is omgegooid. Dat vergt denken in oplossingen en efficiënt medewerkers inzetten. Voor de intern begeleider en de schoolontwikkelaar is het een flinke klus geweest om onze lessen anders in te richten. Gaven onze medewerkers voorheen les op school, nu zorgen we dat de theorie volgens de leerlijnen wordt aangeboden in de praktijk. De leerlingen voelen zich echt medewerker in het bedrijf.”

Nieuw en spannend
“De werkplek van onderwijs­assistenten en leerkrachten is deels verplaatst van school naar leerwerkplek. Nieuw en spannend. Onze medewerkers zijn vaker alleen op pad met een groepje leerlingen dan in de school. Dat vraagt meer zelfstandigheid. Maar geeft ook ruimte, zeggen medewerkers. Hoe leuk is dat! Het positieve effect op onze leerlingen is groot. Het doet hen goed, ze voelen zich trots op hun werk, maar ook op school. Ook in de uitstroom zien we verbetering. We zoeken veel bewuster samen met de leerlingen naar plekken waar hun interesses liggen, waar ze heen willen en tot hun recht komen. De eerste leerlingen hebben al een aangepaste werkplek gevonden.”

Leeftijd als vijand
In de Internationale Schakelklas (ISK) van het Dr. Nassau College in Assen worden alle nieuwkomers tussen de twaalf en achttien opgevangen. Samen met Praktijkonderwijs PrO Assen werkte Karin Zwiers er aan een combi-traject voor asielzoekers vanaf zestien jaar om hen beter toe te rusten voor inburgering, vervolgopleiding en werk.

 “Jongeren volgen in de ISK gemiddeld twee jaar onderwijs om daarna uit te stromen naar vervolgonderwijs, zoals praktijkschool, mbo, vo of vso. Maar steeds vaker zagen we alleenstaande jonge asielzoekers uit Eritrea en Syrië die al wat ouder zijn – zestien, zeventien – die moeilijk kunnen leren vanwege een beperkte cognitieve capaciteit en gebrek aan schoolse vaardigheden. Als je op die leeftijd nog een nieuwe taal moet leren, geldt: leeftijd is je vijand. Het is in twee jaar bijna niet te doen. Hierdoor lukte uitstromen naar een vervolgopleiding soms niet en was een inburgeringstraject hun enige optie. Hun toekomstperspectief is tamelijk uitzichtloos. In hun eentje vinden ze moeilijk hun weg in de Nederlandse samenleving. Ze worden eigenlijk te vroeg losgelaten, terwijl ze nog onvoldoende zelfredzaam zijn. Bestaande projecten en inburgeringstrajecten voor kwetsbare jongeren zijn er wel, maar sluiten niet goed aan omdat de begeleiding niet intensief genoeg is, waardoor het alsnog mislukt. De praktijkschool zag dat ook. Het was meteen: samen de schouders eronder en gáán.”

Alsnog naar mbo
“Voor deze jongeren hebben we een speciaal tweejarig traject ontwikkeld gericht op taalontwikkeling, vaardigheden, succeservaringen en je weg vinden in de Nederlandse samenleving. Ze staan bij ons ingeschreven en krijgen twee dagen in de week intensief taalles, twee dagen les op de praktijkschool en een dag (snuffel)stage. Met het praktijkonderwijs hebben we hiervoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten. We maken gebruik van bestaande netwerken. Inmiddels spreken medewerkers van Werkplein, gemeente of hulpverlening bij ons op school af met de jongeren. Dat is laagdrempelig en wekt vertrouwen.

Een van de winstpunten is dat de jongeren nu een volledige week naar school gaan. Voorheen verzuimden ze veelvuldig omdat ze de relevantie niet zagen. Nu ervaren het nut en doen ze succeservaringen op. Het ultieme succes is dat we zien dat enkele leerlingen alsnog naar het mbo kunnen en dat inburgeringstrajecten slagen.”

Interne stage in eigen restaurant
VSO De Spinaker in Alkmaar heeft een leerwerkrestaurant voor ‘doe-leerlingen’. Teamleider Kris Groentjes is tevens bedrijfsleider van restaurant ‘Nr7’ op eigen terrein. Het bestaat sinds 2015. Twee horecamedewerkers met onderwijservaring begeleiden de jongeren.

“Onze leerlingen zijn doeners en hebben beweging nodig. Die moet je niet vijf dagen in de klas laten zitten, ze hebben niet genoeg zitvlees om dat vol te houden. Voor hen kan het fijn zijn om de week op te breken met stage-activiteiten in ons restaurant. Er zijn ook leerlingen voor wie nog geen plekje is in een klas. Om te voorkomen dat zij thuiszitten, kunnen ze alvast beginnen in het restaurant. Voor veel leerlingen is ons leerwerkrestaurant een plek waar ze maximaal een half jaar een of twee dagen per week stage kunnen lopen. Binnen onze scholenstichting zijn er nog twee andere leerwerkplekken ingericht waar leerlingen leren binnen een pedagogische omgeving. We kunnen hen zo meer bieden dan een regulier stagebedrijf. In veiligheid oefenen ze met stagelopen. Ze worden zelfstandiger. Wat prachtig werkt, is dat hun mentor en andere collega’s zien hoe een leerling kan functioneren in een werkomgeving, hoe zijn of haar gedrag dan is. En het vergemakkelijkt medewerkers in de klas om op een positieve manier even terug te grijpen op wat ze daar hebben gezien of ervaren.”

Fondsen en vergunningen
Veel leerlingen willen de horeca in, dan is een interne stage in ons eigen restaurant een goede manier om die stap te vereenvoudigen. Sommige leerlingen ontdekken wat ze later willen doen, anderen weten het al en zijn beter toegerust om naar het mbo te gaan of krijgen een realistischer beeld van wat er van hen verwacht wordt. Of leerlingen willen later niet naar de horeca, maar leren hier wel hun basisvaardigheden voor de dienstverlenende sector. Het maakt hen sociaal handiger, waardoor zij makkelijker een stage of beroepsplek kunnen vinden.

We hebben geleerd dat een gastheer of gastvrouw en de kok horecaondernemers moeten zijn en niet docenten ‘consumptief’. We bedruipen onszelf financieel en ondernemen is gewoon een vak apart. We betalen de gastheer en de kok, die ook in het onderwijs hebben gewerkt of ervaring hebben met jongeren, uit het onderwijsbudget. Voor de inrichting hebben we fondsen geworven. Ook moesten we tijd uittrekken om vergunningen te regelen en leren hoe we klanten binden. Als we veel klanten hebben, werken onze leerlingen op hun best.”

 

 

Gerelateerd nieuws