Tekst onderhandelaarsakkoord CAO-PO 2006-2008

Volledige tekst van het onderhandelaarsakkoord CAO-PO 2006-2008.

Onderhandelaarsakkoord CAO-PO 2006-2008

2 mei 2006
De Werkgeversvereniging Primair Onderwijs enerzijds en de werknemersorganisaties AC,
ACOP, CCOOP en CMHF anderzijds, verder te noemen partijen, hebben op 28 april 2006
de volgende afspraken op hoofdlijnen gemaakt over de ontwikkeling van de secundaire
arbeidsvoorwaarden in het kader van de nieuwe CAO-PO.
Partijen zullen dit onderhandelaarsakkoord met een positief advies voorleggen aan hun
achterban. Uiterlijk 14 juni 2006 zullen partijen vaststellen of dit
onderhandelaarsakkoord kan worden omgezet in een definitief akkoord.

Per 1 augustus 2006 zal voor het primair onderwijs de lumpsumbekostiging worden
ingevoerd en worden de secundaire arbeidsvoorwaarden gedecentraliseerd. Dit betekent
dat alle onderwerpen die tot op heden geregeld zijn in het Rechtspositiebesluit WPO/WEC
per dezelfde datum worden geïmplementeerd in de CAO-PO. De voorwaarden voor deze
decentralisatie zijn te vinden in het hiertoe opgestelde Kaderbesluit rechtspositie primair
onderwijs. De primaire arbeidsvoorwaarden blijven onderwerp van onderhandeling tussen
de Minister van OCW en de centrales voor onderwijspersoneel.


Preambule
Met de invoering van lumpsum krijgen schoolbesturen en scholen meer ruimte om de
beschikbare middelen in te zetten op een wijze die past bij de doelstellingen van de
eigen organisatie. Voldoende ruimte voor het vormgeven van integraal
personeelsbeleid is daarbij van groot belang. Partijen hebben daartoe in de CAO-PO
over een aantal onderwerpen kaderstellende afspraken gemaakt waaraan de
werkgever en de P(G)MR op bestuurs- en/of schoolniveau een concrete
beleidsinvulling dienen te geven. De ruimte komt onder andere tot uitdrukking in de
afspraken over de normjaartaak, het functiebouwwerk en scholing en ontwikkeling.

Looptijd
De CAO-PO treedt in werking op 1 augustus 2006 en loopt tot en met 31 juli 2008.

Arbeidsduur
De werkgever overlegt met de PGMR over de kaders van het taakbeleid en vult dit op
schoolniveau met de PMR verder in. Vervolgens maken werkgever en werknemer
jaarlijks afspraken over de invulling van de jaartaak (lesgebonden, niet-lesgebonden,
schooltaken, deskundigheidsbevordering), waarbij afwijking van het aantal lesuren
naar beneden of boven mogelijk is.

Partijen hebben afgesproken voortaan te spreken van compensatieverlof in plaats van
ADV, waarbij het totale volume van het verlof gelijk is gebleven.
In het artikel over arbeidsduur zal naar aanleiding van de Wet inrichting onderwijstijd
(flexibilisering schooltijden) onderscheid gemaakt worden tussen twee situaties:

1. Bij schoolbesturen en/of scholen die binnen de normjaartaak van 1659 uur een
rooster draaien van 940 lesuren per jaar heeft de werknemer met een volledig
dienstverband recht op 10 les- en/of behandeluren verlof, hetgeen neerkomt op 2
snipperdagen per schooljaar. Bij deze besturen en/of scholen werkt men dus
minder op weekbasis, aangezien er geen overwerkmogelijkheden zijn tot 131 uur.

2. Bij schoolbesturen en/of scholen die een rooster draaien met verschillende
lestijden voor de verschillende groepen, blijft de huidige systematiek gehandhaafd
om tot maximaal 131 uur boven de normjaartaak van 1659 ingeroosterd te
worden. Voorwaarde hiervoor is dat deze uren daadwerkelijk worden ingeroosterd
met lesgevende en andere taken. Deze uren worden in hetzelfde schooljaar
gecompenseerd in verlof in halve of hele dagen, de regeling spaarverlof blijft
ongewijzigd. Indien deze uren door de werknemer meer worden gewerkt, worden
deze uitbetaald.
Deze afspraken worden nader toegelicht in de bijlage bij dit onderhandelaarsakkoord.
In overleg tussen de werkgever en de individuele werknemer wordt de
deskundigheids-bevordering voor maximaal de helft nader ingevuld ten behoeve van
persoonlijke scholing en ontwikkeling.

Dienstverband bijzonder en openbaar onderwijs
Partijen hebben afspraken gemaakt over harmonisering van bepalingen tussen
bijzonder en openbaar onderwijs, waar dit mogelijk is.
Voortaan gelden in het openbaar en bijzonder onderwijs dezelfde opzegtermijnen. De
huidige regeling voor korttijdelijk personeel is gewijzigd. Daarbij is aansluiting
gezocht bij de flexbepalingen uit het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast krijgen
vervangers, die een jaar aaneengesloten hebben gewerkt en een andere reguliere
baan aangeboden krijgen in dezelfde functie, een vast dienstverband.
Verder zijn partijen overeengekomen dat de huidige maximering van de duur van
uitzendarbeid tot 9 maanden vervalt.
De bepalingen inzake ontslag wegens ziekte na 2 jaar worden aangepast aan de Wet
WIA. Ten behoeve van werknemers die minder dan 35% arbeidsarbeidsongeschikt
zijn is de benoemingsvolgorde voor de invulling van vacatureruimte eveneens
aangepast.

Functies en functiewaardering
Partijen zijn overeengekomen dat de normfuncties en de mogelijkheid tot het
toepassen van functiedifferentiatie blijven gehandhaafd. Nieuw is dat bij
functiedifferentiatie de functies worden beschreven en gewaardeerd met behulp van
het functiewaarderings-systeem FUWA-PO. Verder maakt de werkgever met de PGMR
vóór 1 augustus 2008 een afspraak over de samenstelling van het functieboek op
bestuursniveau, inclusief het aantal bovenschoolse functies. In overleg tussen de
werkgever en de PMR vindt de invulling van het functiebouwwerk op schoolniveau
plaats.

Inschaling in de salarisschaal
Als gevolg van de invoering van lumpsum is een aantal bekostigingsvoorschriften uit
het Rechtspositiebesluit overbodig geworden, waardoor deze niet hoefden te worden
geïmplementeerd in de CAO-PO. De bepalingen die wel zijn overgenomen in de CAOPO zijn transparanter en eenvoudiger geworden. In een door partijen
overeengekomen transponeringstabel zijn de bepalingen opgenomen die onverkort
vanuit het Rechtspositiebesluit in de CAO-PO zullen worden ingebouwd.
Partijen zijn voorts over beloningsvormen overeengekomen dat op grond van een
positieve beoordeling en/of extra inspanningen die geleid hebben tot doorstroming
van een onderwijsassisterende functie naar een leraarsfunctie positief kunnen worden
beloond. Ook is de mogelijkheid geopend dat disfunctioneren er onder voorwaarden
toe kan leiden dat er eenmalig geen jaarlijkse periodiek wordt toegekend.

Vergoedingen en financiële regelingen
Partijen hebben het extra budget van 10,5 miljoen euro uit de sector CAO PO/VO
verwerkt in een verbeterde regeling woon-werkverkeer, die uitgaat van een
vergoeding per kilometer. Daarnaast is een tegemoetkoming van 28 eurocent bruto
per kilometer voor dienstreizen overeengekomen.
De verhuiskostenregeling is vereenvoudigd en bestaat nu uit een vergoeding voor de
daadwerkelijk gemaakte kosten en een forfaitair bedrag.

De EHBO-toelage die van toepassing was in het speciaal onderwijs wordt afgebouwd
en hiervoor in de plaats is in het kader van “Veiligheid, het voorkomen van seksuele
intimidatie, racisme, agressie en geweld” geregeld dat de werkgever alle kosten in
tijd en geld vergoedt die nodig zijn voor het faciliteren van bedrijfshulpverleners en
EHBO-ers. Mede in dit kader hebben partijen afgesproken dat de kosten van het
verkrijgen van de verklaring omtrent het gedrag voor rekening komen van de
werkgever.

Verlof
Partijen zijn in de CAO een levensloopregeling overeengekomen waarin procedurele
en arbeidsvoorwaardelijke afspraken zijn gemaakt met betrekking tot het sparen voor
levensloop en het opnemen van levensloopverlof. Partijen hebben de afspraak uit de
sector CAO PO/VO verwerkt dat de werknemer, die niet onder het VPLovergangsrecht valt, 0,8% van het bruto maandsalaris per maand krijgt uitgekeerd.
De regeling betaald ouderschapsverlof wordt in verband met wijziging van fiscale
wetgeving aangepast. Vanaf 1 januari 2007 heeft de werkgever geen
belastingvoordeel meer, maar ligt dit voordeel direct bij de werknemer. Als gevolg
hiervan wordt het doorbetalingspercentage voor betaald ouderschapsverlof met
ingang van 1 januari 2007 op 55% vastgesteld. De werknemer kan dan via de
levensloopregeling een fiscale bijdrage (ouderschapsverlofkorting) ontvangen, zodat
het voor de werknemer tenminste een materieel vergelijkbare regeling is.
Partijen hebben voorts afgesproken de spaarmogelijkheden in de bapo-regeling te
beperken. De duur van de mogelijkheid om bapo-verlof te sparen (flex-bapo) wordt
gemaximeerd op drie jaar. Voor werknemers die op 31 juli 2006 52 jaar of ouder zijn,
blijft de huidige spaarvariant behouden.
Bij zwangerschaps- en bevallingsverlof dat samenvalt met de zomervakantie wordt
het vakantieverlof tot maximaal 3 weken gecompenseerd in een andere periode.

Scholing en ontwikkeling
Partijen hebben in de cao-artikelen over scholing en ontwikkeling de relatie
aangebracht tussen de professionele ontwikkeling van medewerkers en de
verplichtingen die volgen uit de Wet BIO. Hierin zijn mede de financiële
middelen afkomstig uit het Convenant professionalisering en begeleiding
onderwijspersoneel verwerkt. In vervolg op de eerdere afspraak met
betrekking tot de verdeling van het budget voor professionalisering in een
collectief deel en een individueel deel is het persoonlijk ontwikkelingsbudget
geïntroduceerd.

Werkgelegenheid
Het afvloeiingscriterium “afspiegelingsbeginsel” is toegevoegd aan de regeling
werkgelegenheidsbeleid, meer specifiek in het artikel inzake het sociaal plan.

Medezeggenschap
Voor werkzaamheden in het kader van medezeggenschap hebben partijen
afgesproken dat dit voor een lid van de PGMR én de PMR 100 uur bedraagt en dat dit
voor een lid van één van de raden (PGMR óf PMR) 60 uur. Daarnaast worden
bedragen die nu in fre’s zijn opgenomen vertaald naar bedragen in geld. Zoals reeds
afgesproken in de huidige CAO PO komen de additionele middelen in het kader van
invoering lumpsum te vervallen. Hiervoor in de plaats zijn partijen overeengekomen
dat de werkgever met de P(G)MR een afspraak maakt over de hoogte van de
vergoeding van de kosten van het raadplegen van een juridische deskundige door de
P(G)MR, alsmede de kosten van het voeren van rechtsgedingen door de P(G)MR. Aan
de hoogte van de toekenning van deze vergoeding zijn voorwaarden verbonden.

Overige door cao-partijen gemaakte afspraken
Partijen zijn overeengekomen dat ten behoeve van de justitiële inrichtingen in het
DGO kan worden afgeweken van de huidige cao-bepalingen inzake vakantieverlof
voor onderwijsgevend personeel.

Partijen hebben afgesproken dat de schoolbesturen die zijn aangesloten bij Concent
en ISBO een gezamenlijke brief van partijen ontvangen, waarin bevestigd wordt dat
de bestaande praktijk ten aanzien van denominatief ontslag kan worden
gehandhaafd.

Partijen vinden een eenduidige berekening van de werktijdfactor van groot belang en
zullen zich daarom inspannen om hierover vóór 1 januari 2007 een afspraak te
maken. Tot die datum blijft de door de werkgever gehanteerde systematiek
ongewijzigd.

Partijen zullen gedurende de looptijd van de CAO verkennen in hoeverre bepaalde
artikelen uit de CAO wel of niet van toepassing zijn op bepaalde functies, met name
directiefuncties.

Tot besluit is afgesproken dat de door partijen reeds vastgestelde overlegstukken
onderdeel uitmaken van dit akkoord.

Over de uitwerking in cao-artikelen van een aantal van de in dit akkoord gemaakte
afspraken zal tussen partijen nader overleg plaatsvinden. Partijen hebben aan dit
akkoord de voorwaarde verbonden dat ook over deze uitwerking overeenstemming
wordt bereikt.

Bijlage: toelichting bij onderdeel 3. Arbeidsduur van het onderhandelaarsakkoord CAO-PO

Toelichting bij het onderwerp arbeidsduur van het onderhandelaarsakkoord CAO-PO
Partijen zijn overeengekomen om in het artikel arbeidsduur in de CAO-PO twee situaties
te schetsen:

Situatie 1. De hele school draait 940 lesuren
Op deze school draaien de mensen bij een fulltime aanstelling met les/contact uren 940
uur binnen hun normjaartaak van 1659 uur. Zij hebben 10 lesuren snippertijd wat
neerkomt op 2 snipperdagen. Deze werknemers zullen in hun weektaak daadwerkelijk
merken dat ze in vergelijking met nu minder uren maken, aangezien er geen
overwerkmogelijkheden zijn tot 131 uur.

Situatie 2. De school hanteert verschillende lestijden voor de groepen
Dit is de situatie die nu op de meeste scholen voorkomt. Ook in deze situatie geldt de
normjaartaak van 1659 uur. Echter, bij een maximum van 930 lesuren/contacturen die
hoort bij een fulltime betrekking bestaat wel de mogelijkheid tot overwerken. Ook in
lesgebonden/contacturen, er zijn immers nog lessen te geven aan de leerlingen. In die
gevallen kan een werknemer dus overwerken tot maximaal 131 uur. Dit leidt tot
compensatieverlof dat in datzelfde jaar kan worden opgenomen (net als de huidige ADV
regeling). Dat verlof dient dan ook te worden toegekend in dezelfde verhouding les- en
niet-lesgebonden tijd als overeengekomen in de afspraak, die de werkgever jaarlijks
maakt met ieder personeelslid. Daarbij blijft net als nu gelden dat dit niet in strijd mag
zijn met het dienstbelang en/of niet mag leiden tot verdringing van werkgelegenheid. Dit
betekent dat er ook daadwerkelijk werkzaamheden te vervullen moeten zijn. Oftewel, net
als in de huidige situatie kan iemand maximaal 1790 uur worden ingeroosterd als dat ook
daadwerkelijk ingevuld wordt met lesgevende dan wel overige taken.

Voor deze werknemers hoeft er ten gevolge van de cao-afspraak niets te veranderen, zij
het dat het inzichtelijk wordt op basis van de afspraken die jaarlijks worden gemaakt
tussen werkgever en werknemer wat de invulling is van de maximaal 1790 uur, waardoor
overwerk ontstaat en dus recht op compensatie binnen het schooljaar, tenzij men kiest
voor spaarverlof. Voor alle duidelijkheid in deze constructie is er geen basis voor 2
snipperdagen. Alles wat meer wordt ingeroosterd of gewerkt dan 1659 uur in lesuren,
lesgebonden uren en overige activiteiten die volgens de CAO binnen de normjaartaak
vallen, wordt gecompenseerd in respectievelijk verlof of salaris. Zoals gezegd geldt het
voorgaande onder de voorwaarden dat het dienstbelang zich hier niet tegen verzet (er
moet ook werk zijn bijvoorbeeld) en/of het niet mag leiden tot verdringing van
werkgelegenheid.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.