We kunnen kinderen nóg beter voorbereiden op hun toekomst. Vanuit die overtuiging passen veel scholen hun visie op ‘leren’ aan en gaan zij hun onderwijs anders organiseren. Waar lopen de schoolleiders tegenaan en wat levert het op?

Het huidige onderwijs is nog zozeer gericht op het gemiddelde kind, dat het lastig is om in te spelen op de behoeften van individuele leerlingen, zegt Nicole Hanegraaf, clusterdirecteur bij Delta-onderwijs in Oosterhout. Zij is ook brigadier bij de Brigade Anders leren Anders organiseren (www.andersleren-andersorganiseren.nl) en ziet op veel scholen hoe het huidige systeem knelt. “Je merkt dat de behoefte groeit om het anders aan te pakken. Leraren vertellen allemaal dat ze voor het vak hebben gekozen om kinderen verder te helpen. Ze willen focussen op meer dan de cognitieve vakken en leerlingen helpen om hun volledige potentieel te ontwikkelen.”

Maar hoe doe je dat? Allereerst door je niet te veel te laten afremmen door wet- en regelgeving. Hanegraaf: “Er kan echt meer dan we denken.” Als brigadier ­stimuleert zij scholen om te denken in mogelijkheden. “Als je als team beslist waar je voor staat en waar je voor wilt gaan, leidt dat vaak tot de wens om anders te gaan werken. Daarna is het een kwestie van gewoon beginnen. Daarbij kan het heel inspirerend zijn om op andere ­scholen te kijken hoe die dat aanpakken.”

Het Arbeidsmarktplatform PO onderzocht recentelijk het ‘anders organiseren’ in het (speciaal) basisonderwijs (zie kader over onderzoek). Onderzoeker Deborah van den Berg: “Scholen doen het allemaal uit pedagogische en onderwijskundige overtuiging. Ze hopen zo de kwaliteit van het onderwijs een impuls te geven, zodat kinderen hun talenten nog beter kunnen ontwikkelen en beter zijn voorbereid op het vervolgonderwijs, de arbeidsmarkt en de samenleving.” Daarnaast spelen soms andere overwegingen mee: scholen willen zich bijvoorbeeld meer onderscheiden, samenwerken met de kinderopvang of proberen de krimp, werkdruk of personeelstekorten beter op te vangen.

Vernieuwingsvormen

Scholen kiezen voor hun eigen vorm of mate van vernieuwing. Ze ­introduceren unitonderwijs, leerpleinen, domeinen, gemengde leeftijdsgroepen, multidisciplinaire teams of flexibele onderwijstijden. Veel scholen gaan nauwer samenwerken met de kinderopvang of het vervolgonderwijs. Delta-onderwijs kiest voor diversiteit, vertelt Hanegraaf. “Tussen onze zeventien basisscholen zitten traditionele, traditioneel vernieuwende en scholen die op een meer eigentijdse manier het onderwijs anders organiseren. Eén school is bijvoorbeeld open van 7.00 tot 18.30 uur. Zo valt er voor ouders en collega’s iets te kiezen.”
De samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en jeugdzorg kan lastig zijn, omdat zij bij verschillende ministeries zijn ondergebracht. Hanegraaf: “Maar als je ontdekt dat je allemaal wilt dat kinderen zich veilig voelen en zich zo optimaal mogelijk kunnen ontplooien, kan er ineens heel veel. Daar zie ik mooie voorbeelden van. Hoe integraler je samen kunt optrekken bij de ontwikkeling van kinderen, hoe beter. Vanuit Delta-onderwijs gaan wij in gesprek met alle maatschappelijke partners. De woningbouwvereniging, jeugdzorg en de buurtvereniging hebben allemaal een rol en verantwoordelijkheid als het gaat om de toekomst van de kinderen.”

Loslaten

Bij unitonderwijs hebben leraren geen eigen klaslokaal meer. Zij gaan intensiever samenwerken en de verantwoordelijkheid voor leerlingen met andere collega’s delen. Dat vraagt wel om bepaalde vaardigheden, zegt onderzoeker Van den Berg. “Je moet goed in teamverband kunnen werken, dingen los kunnen laten, je verantwoordelijkheden delen met anderen en erop vertrouwen dat ook zij hun werk goed doen. Bij zo’n intensieve samenwerking is het ook belangrijk om feedback te kunnen geven en ontvangen.”
Functiedifferentiatie gaat op veel scholen hand in hand met taakdifferentiatie. Leraren richten zich meer op hun kerntaken, zoals het geven van instructie. Sommigen specialiseren zich in taal of rekenen. Andere taken, zoals het klaarzetten van klaslokalen en de begeleiding van leerlingen, komt soms bij onderwijsassistenten te liggen. Op sommige scholen kijken leraarondersteuners (met een tweejarige hbo-opleiding op zak) opdrachten na en beantwoorden vragen van leerlingen.
Om een goed overzicht te houden van de vorderingen van leerlingen, kan een school mentoren en/of ict inzetten. Van den Berg: ”Je ziet dat juist wanneer meerdere leraren met een leerling werken, er in het begin veel wordt afgestemd.”
Een hypermodern gebouw met leerpleinen is volgens Van den Berg geen vereiste. “Een geschikte ruimte is fijn, maar ook scholen in traditionele panden beginnen gewoon met anders organiseren. Het gaat erom dat je wilt beginnen en dat doet vanuit een visie en met een doel. Je moet niet te veel focussen op de belemmeringen. Je kunt ook klein beginnen, bijvoorbeeld in een bepaalde groep. Ook een kleine school kan op zijn eigen schaal het onderwijs anders organiseren.”
Zo’n veranderproces vraagt zeker in de beginperiode veel van mensen, merkt de onderzoeker. “Maar als de situatie eenmaal bestendigd is, zie je vaak dat mensen heel tevreden zijn.”

Ook leraren profiteren

Het is niet zo dat je door anders te organiseren, per se beter onderwijs krijgt, zegt Van den Berg. “Maar leraren vinden wel dat ze leerlingen zo breder opleiden en beter aansluiten bij hun persoonlijke ontwikkeling. Ze hebben ook het idee dat ze leerlingen zo goed voorbereiden op de toekomst.” Verder wees het onderzoek van het Arbeidsmarktplatform PO uit dat leraren ook kunnen profiteren van de andere manier van werken. “Zij kunnen vaak focussen op de taken waar ze goed in zijn. Dat kan een impuls geven aan hun tevredenheid. Leraren zien ook de steun die ze aan elkaar hebben binnen hun unit als pluspunt.”
Op scholen die anders werken komt ook werkdruk voor. “Maar per school wordt daar verschillend naar gekeken. Omdat leraren meer keuzemogelijkheden hebben en zich meer kunnen richten op wat hun interesse heeft, zie je soms dat zij hun werk aantrekkelijker gaan vinden.”

Cohesie stimuleren

De schoolleider heeft een belangrijke rol bij het creëren van een omgeving waarin collega’s samenwerken en leren en bespreken hoe ze een optimale ontwikkeling van elk kind kunnen stimuleren. Clusterdirecteur Hanegraaf: “We gaan uit van de gedachte dat een team een gemeenschap is van lerenden, waar iedereen ertoe doet en een bijdrage levert. Dat betekent dat je als schoolleider niet meer alleswetend en allesbepalend bent. Je kijkt steeds met je team naar de mogelijkheden en stimuleert dat er zo’n cohesie ontstaat, dat je het beste naar boven haalt in elkaar.”
Essentieel voor het slagen van anders werken, is dat daar draagvlak voor is, onderstreept Van den Berg. “Dit leg je niet van bovenaf op; je neemt het team mee in het proces. Je moet de stap durven zetten en niet opgeven als er iets verkeerd gaat. Accepteer dat niet alles even smetteloos verloopt. Het is belangrijk dat je een duidelijk beeld hebt van wat je samen wilt bereiken en dat je dat ook goed aan ouders kunt uitleggen.” Hoe zorg je dat je de koers vasthoudt? “Veel onderling afstemmen. Dat zie ik deze scholen doen. Door goed met elkaar in contact te staan, zorg je dat alle neuzen dezelfde kant op blijven staan.”
Bij zo’n werkwijze past geen vergadercircus. Hanegraaf: “Net als bij de kinderen breng je activerende werkvormen in, zodat mensen gaan voelen dat ze kunnen en mogen bijdragen. Onze stichting organiseert ook allerlei bovenschoolse bijeenkomsten waar naast externen ook leraren en directeuren colleges geven. Steeds gaan we na afloop in gesprek: wat kunnen we hiermee in onze praktijk? Wil ik bij de invoering hiervan ondersteuning van een van jullie?”

Wakker schudden

Hanegraaf: “Het is belangrijk dat met name directeuren zichzelf vragen gaan stellen: waarom doen we dit zo, draagt het bij aan wat we voor ogen hebben? Rituelen en tradities zorgen voor veiligheid, maar in hoeverre draagt dat wat je gewend bent te doen bij aan wat je wilt bereiken voor kinderen? We willen met de Brigade Anders leren Anders organiseren mensen wakker schudden: er kan misschien wel veel meer dan zij denken. We stimuleren dat zij door een kritische bril naar hun omgeving gaan kijken. Je moet als schoolleider weten waar je op uit bent. Het is prima dat er een schoolplan in de kast ligt, maar leeft het ook? Denk eens na over die keurige opsommingen van wat je wilt verbeteren of vernieuwen: vatten die samen wat jullie willen?”

Wat haar betreft formuleren scholen zo breed mogelijke doelen. “Wat voor samenleving willen we zijn? We hebben als onderwijs een grote verantwoordelijkheid. De toekomst zit bij ons in de gebouwen. Wij hebben een rol in het creëren van een betere wereld. Dat betekent iets voor wat we met de kinderen doen en hoe we dat aanpakken.”

AVS Academie

De AVS Academie biedt een samenhangend, modern en actueel professionaliseringsaanbod voor elk niveau van leiderschap en ten aanzien van diverse thematiek (governance, organisatie- en leiderschapsontwikkeling, bedrijfsvoering, financiën, personeelsbeleid, communicatie, schoolomgeving en Passend onderwijs).

Meer informatie over ons aanbod

Kader Primair
Dit artikel heeft in Kader Primair gestaan. AVS-leden ontvangen Kader Primair maandelijks op de mat. Nog geen lid? Bekijk hier eerder verschenen nummers, word lid en ontvang voortaan ook iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus!

Gerelateerd nieuws

  • ‘Het zorgen voor en omkijken naar een ander zit bij ons allebei in het DNA’

  • Investeer in het leren van de leraar (en leer daar zelf van)

  • Bananenschillen op school

  • De natuur biedt kinderen vanzelf maatwerk