Scholen in het primair onderwijs ontvangen structureel te weinig geld van de Rijksoverheid. Het gaat om zo’n 300 miljoen euro voor onder andere onderhoud van schoolgebouwen en lesmaterialen dat scholen tekort hebben. Dat blijkt uit onderzoek van organisatiebureau Berenschot, dat op verzoek van het ministerie is gedaan.

Het jaarlijkse budget voor deze ‘materiële instandhouding’ wordt gebaseerd op vastgestelde normbedragen die niet meer van deze tijd zijn. Materialen zijn duurder (bijvoorbeeld digitale schoolborden) dan vroeger (krijtjes en traditionele schoolborden). In totaal wordt het budget voor materiële instandhouding met 35 procent overschreden, zo meldt de PO-Raad. Van 2010 tot en met 2014 ging het samen om een bedrag van 1,4 miljard euro.

Het onderzoek laat zien dat schoolbesturen over een langere periode gemiddeld 11 procent meer geld uitgeven aan de materiële instandhouding dan de vastgestelde normbedragen. Berenschot concludeert dat de Programma’s van Eisen op veel punten niet (meer) aansluit bij de dagelijkse behoeften van de scholen. De wijze waarop en vanuit welke gelde de scholen de tekorten compenseren, vergt nader onderzoek. Het rapport stelt: “Indien het ministerie besluit om de huidige manier van werken met PVE’s te continueren, dan raden wij aan om deze zowel op inhoud als in de bekostigingsformules aan te passen zodat deze beter aansluiten bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het primair onderwijs.”

Staatssecretaris Dekker schrijft in zijn brief aan de Tweede Kamer dat hij zijn beleidsreactie nog dit kwartaal geeft.

Links

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws