‘Te veel etnische diversiteit op school heeft negatief effect op leesprestaties’

Vijftienjarige leerlingen van middelbare scholen met een erg grote etnische diversiteit presteren minder goed dan vergelijkbare leerlingen van scholen met een homogenere samenstelling. Dat geldt zowel voor allochtone als voor autochtone leerlingen. Tot deze conclusie komt hoogleraarinternationaal onderwijsonderzoek Jaap Dronkers, onder meer na empirisch onderzoek met internationale PISA-data, waarvan hij in zijn inaugurele rede verslag deed.Het gevonden negatieve effect is voor autochtone leerlingen het sterkst in onderwijsstelsels, zoals het Nederlandse, waarin een hiërarchie van schooltypen bestaat. Daarnaast speelt het aantal en de herkomst van allochtone leerlingen een belangrijke rol. Een hoger aandeel leerlingen uit verschillende islamitische landen op een middelbare school beïnvloedt de leesprestaties van alle leerlingen negatief, terwijl een hoger aandeel van leerlingen uit Zuid en Oost Azië een positief effect heeft op de leesprestaties van leerlingen.Een hoger aandeel allochtone leerlingen op een school bevordert de prestaties van allochtone leerlingen alleen dan, wanneer die allochtone medeleerlingen uit dezelfde regio komen. Dit geldt met name voor allochtone leerlingen uit islamitische landen en uit Zuid- en Oost Azië. Dit positieve effect van etnische homogeniteit in scholen kan de aantrekkingskracht van bijvoorbeeld islamitische, witte en joodse scholen verklaren.Prestaties van Nederlandse leerlingen werden niet in het onderzoek betrokken. Daarvoor ontbraken de benodigde gegevens.Met het uitspreken van de oratie ‘Positieve, maar ook negatieve effecten van etnische diversiteit in scholen op onderwijsprestaties’, aanvaardde professor Jaap Dronkers in juni de leerstoel International comparative research on educational performance and social inequality aan het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht.  Collega-onderzoekers betwijfelen of door meerdere culturen in een klas de verschillen tussen leerlingen met uiteenlopende etnische achtergronden zo groot zijn dat dat de (lees)prestaties negatief beïnvloedt. Sjoerd Karsten, onderwijsonderzoeker van de Universiteit van Amsterdam, vertelt in de Volkskrant dat etnische verschillen niet moeten worden overdreven. “Maar onrust door verschillende groepen in de klas kan zeker goed onderwijs in de weg staan.” Karsten is voor gematigd heterogene scholen, waarbij de opeenhoping van probleemleerlingen niet te groot is. Volgens collega-onderzoeker Geert Driessen (Its) zijn de verschillen tussen de etnische groepen niet zo groot dat je daarom gemengde scholen zou moeten ontmoedigen. “Dronkers relativeert ten onrechte ook de bepalende rol van het opleidingsniveau van de ouders weg”, zegt hij in de Volkskrant.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.