Taskforce nodig om lerarentekort aan te pakken

De aanpak van het leraren- en schoolleiderstekort is nu te beperkt, te versnipperd en te weinig gebaseerd op de feiten en cijfers. Ondanks de huidige inzet dreigt het tekort verder op te lopen. Dit stelt Merel van Vroonhoven in het eindrapport ‘samen sterk voor elk kind’. Volgens de onafhankelijk aanjager in de aanpak van het lerarentekort is een speciale taskforce nodig, die landelijk regie neemt om het lerarentekort aan te pakken. Petra van Haren op BNR Nieuwsradio: “Het schoolleiderstekort is onderbelicht, terwijl dat juist de cruciale factor is bij het behoud van leraren.”

Op aanraden van Van Vroonhoven stellen onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven samen met het onderwijsveld een landelijke taskforce in om de aanpak van het lerarentekort te verstevigen. Ook moet de samenwerking tussen scholen en lerarenopleidingen minder vrijblijvend worden. Dat schrijven de ministers aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de aanbevelingen van Merel van Vroonhoven. Zij is vorig jaar door minister Slob aangesteld als onafhankelijk aanjager om te onderzoeken wat er goed gaat en wat er beter kan in de aanpak van het lerarentekort. ,,In deze kabinetsperiode is stevig ingezet op de aanpak van het lerarentekort: structureel ruim 800 miljoen euro extra en incidenteel zo’n 360 miljoen”, zegt minister Slob. ,,Daarmee hebben we onder meer de werkdruk verlaagd en de salarissen verhoogd in het primair onderwijs. Maar er is geen enkele reden om nu achterover te leunen. De prognoses van de tekorten zijn onverminderd ernstig. De adviezen van Merel van Vroonhoven geven veel handvatten om daar wat aan te doen. Daarom ga ik aan de slag met de aanbevelingen.”

Van Vroonhoven stelt dat er veel in gang gezet is het afgelopen jaar en dat het animo voor het leraarschap groeit, maar om het lerarentekort succesvol aan te pakken is fors meer nodig. “Het gebrek aan cijfers zorgt ervoor dat we niet met zekerheid kunnen zeggen hoe groot de tekorten daadwerkelijk zijn. Maar we weten wel dat met name in grote steden op scholen momenteel serieuze ingrepen nodig zijn om alle kinderen en jongeren naar school te kunnen laten gaan, variërend van onbevoegde leraren voor de klas tot 4-daagse schoolweken. Het vraagt enorm veel van schoolleiders en leraren om goed onderwijs te bieden voor ieder kind.” Van Haren op BNR: “We weten dat er veel cijfers beschikbaar zijn en die geven  ook een goed beeld van de aankomende tekorten. Over schoolleiders zijn geen cijfers beschikbaar. Deze worden niet apart verzameld, en daar is geen beeld van. Wij vinden dat ernstig. Het lerarentekort is een groot probleem. Het schoolleiderstekort is percentueel veel groter. Het schoolleiderstekort is onderbelicht, terwijl dat juist de cruciale factor is bij het behoud van leraren.”

Taskforce

Voor meer slagkracht en minder versnippering is een speciale taskforce nodig, die landelijk regie neemt en het wegwerken van het lerarentekort intensiveert. Dat moet vanuit een door het onderwijsveld gedragen visie en aanpak. Maar ook op basis van echte cijfers en feiten, die nu ontbreken. De taskforce zal zich ook richten op de bestrijding van de uitstroom en het sluipende tekort aan schoolleiders. “Ik constateer een sluipend tekort aan schoolleiders, terwijl die juist zo belangrijk zijn voor de opvang en begeleiding van nieuwe leraren.” Cruciaal is de betrokkenheid van de beroepsgroep zelf, de leraren. “Zij worden onvoldoende meegenomen, terwijl ze dagelijks de pijn ervaren van de tekorten en juist een grote rol kunnen spelen bij het oplossen ervan.” Over de hele linie zal de beroepsgroep veel intensiever en nadrukkelijker moeten worden betrokken. Een onafhankelijke voorzitter leidt deze taskforce en een op te richten programmabureau ondersteunt in de uitvoering van de plannen. Van Haren: ”Ik denk dat een taskforce een heel belangrijke impuls is. Voor samenhang, een gezamenlijke visie, daar is een regierol heel belangrijk. Het is wel de vraag hoeveel ruimte zo’n taskforce krijgt. De regionale samenwerking moet versterkt worden en de vrijblijvendheid eraf. Dan raak je aan autonomie in de onderwijssector. Dat gaat niet vanzelf. Dan moet je op een andere manier samenwerken dan nu.”

Landelijk dekkend netwerk

De vrijblijvendheid moet uit de (regionale) samenwerking in het onderwijs. Deze is nu te versnipperd en te beperkt. Voor duurzaam en effectief samenwerken tussen schoolbesturen en lerarenopleidingen in een regio is wettelijke verankering in het onderwijsstelsel nodig. Bouw aan een landelijk dekkend netwerk van regionale verbanden voor de onderwijsarbeidsmarkt, waarin de aanpak voor de tekorten en het traject ‘Samen opleiden en professionaliseren’ gecombineerd en structureel bekostigd worden. Zo moeten partijen zich inzetten – ook buiten hun eigen belang – voor het daadwerkelijk gezamenlijk oplossen van het lerarentekort. Van Vroonhoven geeft ook aan dat de bekostigingsprikkels in het stelsel samenwerking tussen scholen, besturen en opleidingen eerder tegenwerken dan dat zij die stimuleren.

Scholen die onder één bestuur vallen waartussen grote verschillen in hoeveelheid problemen zijn, tonen het belang van de schoolleider, zegt Van Haren. ‘ Daarbij is de rol van de schoolleider cruciaal. Die faciliteert dat een leraar ook les kan geven. Door nu weer een incidentele aanpak te doen voor de grote steden en daarbij de rest van Nederland te vergeten heb je weer een bouwsteentje in de gesegmenteerde aanpak. Maar het is net als een dam in de rivier: als je een dam legt heeft de één water, en de ander droogt op.’

Betere aansluiting op praktijk

Lerarenopleidingen dienen de behoefte en ervaring van (zij-)instromers centraal te stellen, in plaats van hun eigen aanbod. Extra begeleiding van starters is gewenst, juist ook op de scholen, die daarvoor meer capaciteit ter beschikking moeten hebben. Lerarenopleidingen moeten flexibeler worden, meer samen afstemmen en beter aansluiten op de praktijk. Zonder deze aanpassingen blijft het gevaar bestaan dat instroom snel weer uitstroom wordt.

Deze aanbevelingen kunnen op brede steun rekenen van de onderwijsorganisaties die samenwerken aan de zogeheten ‘landelijke tafel’ voor de aanpak van de tekorten. De komende periode worden de voorstellen verder uitgewerkt. Na de zomer zal de Tweede Kamer hierover worden geïnformeerd.

Links

Gerelateerd nieuws