De vier succesfactoren die zij hebben gevonden, zijn:
De participanten in de bestaande werkplaatsen hebben zowel een gemeenschappelijk doel als een belang voor de eigen school/instelling. Het gemeenschappelijk doel is om door zorgvuldig praktijkgericht onderzoek tot kwaliteitsverbetering van het onderwijs te komen in de deelnemende po-, vo- en mbo-scholen. Het belang voor de school zit in het inbrengen van een relevante vraag uit de praktijk. Onderzoekers van de universiteiten krijgen bijvoorbeeld door het nauwe contact met de scholen meer inzicht in de onderwijspraktijk.
Communityvorming
Het is belangrijk om regelmatig bij elkaar te komen om onderling vertrouwen op te bouwen. Het helpt ook als je elkaars taal spreekt.
Draagvlak en een lerende cultuur
Het is belangrijk de onderzoeksresultaten op school te delen. Maar ook een directie die dit inhoudelijk onderstreept en faciliteert is onmisbaar. Een vraagstuk dat in de praktijk door veel leraren als urgent wordt ervaren, zal tot meer draagvlak en enthousiasme leiden.
Duurzaamheid/tijd
Succesvolle samenwerking vergt een lange adem. Het kost tijd om elkaar te leren kennen en tot een overeengekomen werkwijze en doel te komen. Het is belangrijk dat de samenwerkingspartners, als de subsidie eindigt, met elkaar nagaan wat de samenwerking kost en oplevert, aldus het advies van de onderzoekers.
Zes samenwerkingsverbanden dienden als praktijkvoorbeeld.