Minister Slob van Onderwijs heeft op 31 maart 2020 de Subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs gepubliceerd. Hiervoor heeft de minister een subsidieplafond ingesteld: voor het school- of studiejaar 2020–2021 800.000 euro en voor de school- of studiejaren 2021–2022, 2022–2023 en 2023–2024 telkens 1.000.000 euro.

De reden voor deze subsidieregeling is dat de Onderwijsraad eerder constateerde dat het van belang is dat kinderen internationaal competent van school gaan en dat dat nu niet vanzelfsprekend gebeurt. Dat betekent dat alle leerlingen in alle sectoren van het onderwijs een internationale oriëntatie hebben, internationale kennis hebben, kunnen communiceren en samenwerken in internationale contexten en kunnen reflecteren op internationale vraagstukken. Dat vraagt van scholen dat zij een visie hebben op internationale aspecten van het onderwijs en dat zij die visie operationaliseren in doelstellingen en beleid.

De meerderheid van de scholen moet echter nog beginnen met het inbedden van internationalisering in beleid en curriculum. Op langere termijn kan het thema internationalisering wellicht beter via een algehele curriculumherziening in het onderwijs worden ingebed. Tot het zover is, blijven maatregelen nodig om meer scholen en ook andere schoolsoorten te stimuleren om hun leerlingen onderwijs aan te bieden waarmee zij internationale competenties verwerven. Daarvoor bestaat nu de Subsidieregeling Internationalisering po en vo, maar die loopt aan het eind van dit jaar af.

De te subsidiëren activiteiten zijn:
1.De Minister kan aan het bevoegd gezag van een instelling subsidie verstrekken ten behoeve van de introductie of verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid;
2.Indien de instelling een agrarisch opleidingscentrum is, kan enkel subsidie worden verstrekt voor de introductie of verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid, gericht op het voorbereidend beroepsonderwijs of voortgezet onderwijs dat door het opleidingscentrum wordt verzorgd.

Subsidie wordt verstrekt indien:
a. de aanvrager aantoont een plan te hebben om internationalisering te verankeren in schoolbeleid of heeft internationalisering al verankerd in het schoolbeleid;
b. de aanvrager aangeeft dat de activiteiten plaatsvinden binnen het reguliere onderwijsprogramma;
c. de aanvrager aangeeft dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, niet reeds op grond van het subsidieprogramma Erasmus+ worden gesubsidieerd;
d. door de aanvrager niet reeds in de drie aaneengesloten voorafgaande jaren subsidie is ontvangen op grond van deze regeling of de Subsidieregeling Internationalisering po en vo;
e. de aanvrager aangeeft dat de activiteiten geen betrekking hebben op tpo;
f. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet onder de reguliere bekostiging vallen.

1. De subsidie bedraagt ten hoogste:
a. 5.000 euro voor een instelling in het primair onderwijs; en
b. 10.000 euro voor een instelling in het voortgezet onderwijs of een agrarisch opleidingscentrum.

2. Bij een bevoegd gezag met ten hoogste tien instellingen bedraagt het totale gezamenlijke subsidiebedrag ten hoogste 20.000 euro.

3. Bij een bevoegd gezag met meer dan tien instellingen bedraagt het totale gezamenlijke subsidiebedrag ten hoogste 30.000 euro.

Aanvragen via DUS-I kunnen niet eerder worden ingediend dan 15 april voorafgaand aan het school- of studiejaar waarin de activiteiten plaatsvinden.

Downloads

Gerelateerd nieuws