Speciaal (basis)onderwijs – Passend onderwijs in een notendop

De WA van Lieflandschool voor zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk) in Groningen heeft te maken met een teruglopend leerlingenaantal. Deze cluster 3-instelling voor 4- tot 20- jarigen kent een verzorgingsgebied van Emmen tot Groningen. Toch ziet het er naar uit dat zich de komende jaren een verdere daling van het leerlingaantal gaat voordoen. Wat de daling opmerkelijk maakt, is dat deze deels is toe te schrijven aan de ontwikkelingen op één van de dependancelocaties van de school, waar in samenwerking met een reguliere basisschool een verregaande vorm van inclusief onderwijs zijn vruchten afwerpt.

Tekst: Hans van den Berg

Aan de Agricolastraat in Groningen wordt samengewerkt met een school voor regulier basisonderwijs, de Borgmanschool. In 2005 werd duidelijk dat zmlk-school WA van Liefl and op zoek moest naar nieuwe lokalen voor de kinderen. Op de Borgmanschool, een school met vier locaties in de stad Groningen die onder hetzelfde bestuur valt als de WA van Liefl and, bleken nog enkele ruimtes beschikbaar. In maart 2006 is een zml-kleutergroep gevestigd in het gebouw van de Borgmanschool. Beide directeuren, Jan Jansema en Peter Prins, beslisten meteen om vanuit hun gedeelde overtuiging een intensieve samenwerking aan te gaan; ieder kind een kans. Prins, directeur van de Borgmanschool, werkte in de jaren daarvoor op een basisschool op Terschelling. “Die ervaring heeft mij geleerd dat het onderwijs en de zorg aan alle kinderen enorm ver en diep kan gaan. Immers, geen enkel kind kon van het eiland af om zomaar even naar een speciale school te gaan”, vertelt hij. Deze ervaring leidde tot een scherpe visie op zorgbreedte en onderwijsaanbod. Prins: “Misschien is volledig inclusief niet voor 100 procent mogelijk, maar we willen en kunnen een heel eind komen.” De intrek van de WA van Liefl andschool in zijn huidige school werd door Prins en zijn team aangegrepen als kans om die `inclusieve´ gedachte vorm en inhoud te geven.

Geleidelijk kennismaken
De Borgmanschool is een afspiegeling van de binnenstad van Groningen. Er wordt veel tijd en aandacht besteed aan meerbegaafde kinderen, er is een plusgroep, maar ook kinderen van gebroken gezinnen, getraumatiseerde kinderen, kinderen met een zware taalachterstand en nu ook zml-kinderen bezoeken de school. Met name de zml-groepen hebben beweging in het geheel gebracht. Doordat leerlingen, leerkrachten en ouders van beide scholen door hetzelfde gebouw lopen, kan men geleidelijk aan kennismaken met elkaar. Die kennismaking leidt tot het wederzijds bevragen, consulteren en ondersteunen binnen de beide teams. Het begrip en de deskundigheid rondom specifi eke zml-problematiek is gegroeid bij het team van de reguliere basisschool. Andersom zien de leerkrachten speciaal onderwijs hoe er gewerkt wordt in het reguliere basisonderwijs, wat voor velen van hen toch drempelverlagend werkt. “Jaarlijks hebben wij een mobiliteitspool vanuit het bestuur. Leerkrachten staan in de rij om op onze school te mogen komen werken, zowel leerkrachten vanuit het reguliere onderwijs als vanuit het speciaal onderwijs”, vertelt Prins. Beide teams kunnen gebruik maken van elkaars expertise: de logopedist, de motorisch remedial teacher, de vakleerkracht bewegingsonderwijs. Maar ook het gegeven dat kinderen veel met en van elkaar leren is van onschatbare waarde. “Sfeer en ritme op de reguliere basisschool doen een groter beroep op de cognitieve ontwikkeling dan sfeer en ritme op de school voor speciaal onderwijs”, meent Jansema, directeur van de WA van Liefl andschool. Hij geeft daarbij wel aan dat de kinderen die in aanmerking komen voor integratie op de locatie aan de Agricolastraat een bepaald profi el hebben. “We kijken naar het gedrag en de leeraspiraties van de kinderen. De ontwikkelingsvorderingen van deze leerlingen zijn groter dan wanneer zij op de speciaal onderwijs- afdeling gebleven waren”.En die integratie gaat een volgende stap maken. Vanaf komend schooljaar wil de Borgmanschool een zml- en een basisonderwijsgroep samenvoegen en splitsen in twee groepen van twintig leerlingen, met ieder een eigen leerkracht en een gezamenlijke onderwijsassistent. “Nog een stap verder in onze ontwikkeling, maar het moet mogelijk zijn. We hebben een enthousiast en overtuigd team, de ouders doen graag mee, kortom de randvoorwaarden zijn aanwezig”, menen beide directeuren.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.