Gesloten, half open en volledig open. Het Nederlandse onderwijs wisselt in het coronatijdperk razendsnel van gedaante. Vier schoolleiders vertellen over deze turbulente periode. “We zijn vooral uitgegaan van het kind.”

“Voor ons was het niet zo’n heel groot verschil toen we na de meivakantie weer officieel opengingen”, vertelt locatieleider Martin van Meurs van ’t Talent, een school voor speciaal basisonderwijs (sbo) in Schijndel. Waar de meeste scholen in Nederland zich tussen 16 maart en 11 mei beperkten tot afstandsonderwijs en dagopvang van leerlingen met ouders in een vitaal beroep, bedacht het team van ’t Talent een systeem waarbij ze vrijwel alle leerlingen op anderhalve meter afstand om de dag anderhalf uur lesgaven, in groepjes van drie leerlingen. “Met drie shifts op een dag konden we dus achttien leerlingen per klas bedienen. De overige leerlingen, kinderen waarvan wij wisten dat zij het afstandsonderwijs goed aankonden, volgden de les dan via een livestream. Zo bleven onze leerlingen, die over het algemeen meer behoefte hebben aan structuur, enigszins in het ritme en konden wij goed contact met hen houden.”

Het initiatief op de sbo-school in Schijndel bleef niet onopgemerkt. Nadat de regionale editie van het Algemeen Dagblad er aandacht aan besteedde, meldde zich een stoet landelijke media. Van Meurs: “De media-aandacht kwam al na één week onderwijs. Dan ben je het nog aan het finetunen, terwijl je ook drie cameraploegen in je schoolgebouw hebt. Het viel niet mee om dat allemaal te managen, want naast de anderhalve meter afstand moesten we ook nog rekening houden met de privacywetgeving (AVG, red.) waardoor we goed moesten checken welke leerlingen wel en niet in beeld mochten komen.”

Halve dagen, boze ouders
Ook Madelon Boot en haar team van daltonschool De Klipper in IJmuiden beleefden roerige tijden, niet zozeer vanwege een mediastorm maar meer door boze ouders die in opstand kwamen tegen het rooster van halve dagen waarvoor de school na de meivakantie koos. Boot legt uit hoe zij en haar team tot die keuze kwamen: “Voordat het protocol beschikbaar kwam met daarin het dringende advies om leerlingen om de dag een hele dag te laten komen, hadden wij samen met de andere scholen van Atlant Basisonderwijs al het scenario van vier halve dagen uitgewerkt. Dat had onze voorkeur, omdat we hiermee alle leerlingen vrijwel elke dag zagen, zodat we goed zicht konden houden op hun ontwikkeling, zowel sociaal-emotioneel als cognitief. We zijn dus vooral uitgegaan van het kind.” Dat de organisatie daarvan niet zonder slag of stoot ging, blijkt uit het feit dat Boot tijdens de meivakantie heel druk was. “Voor de buitenschoolse opvang, een grote organisatie die ook leerlingen van andere scholen in IJmuiden opvangt, was het lastig om in te plannen. Uiteindelijk hebben we afgesproken dat zij onze jongere leerlingen zouden opvangen en wij hier op school de oudere.”

Enquête
Sowieso vond Boot de meivakantie turbulent vanwege de reacties van ouders die het niet eens waren met het halve dagen-rooster. “We zitten hier in een wijk van IJmuiden waar mensen vrij direct reageren, en dat was niet altijd even prettig om te horen. Maar we voelden ons gesteund door de resultaten van een enquête die we onder onze leerlingen gedaan hebben. Daaruit bleek dat 80 procent een voorkeur had voor halve dagen.” De rust keerde terug en zowel kinderen als ouders wenden aan het rooster. “Alhoewel we nu weer volledig open zijn, houden we toch nog een enquête onder ouders naar de ervaringen met het halve dagen-rooster. Dat willen we graag weten voor het geval we in het najaar vanwege een eventuele nieuwe coronapiek weer terug moeten naar halve klassen. Want als blijkt dat het model voor ouders niet werkbaar was, dan uiten ze hun onvrede ook naar hun kinderen en nemen de leerlingen die onvrede mee naar school. Dat gaat ten koste van onze samenwerking en dat willen we natuurlijk niet.”

Anderhalve meter De Bodde in Tilburg, een school die speciaal onderwijs biedt aan leerlingen van 4 tot 20 jaar met een lichte tot ernstige verstandelijk beperking, ging ook maandag 11 mei weer open. Voor leerlingen tot en met 12 jaar wel te verstaan, maar dan niet half zoals in het reguliere basisonderwijs, maar volle bak. “Heerlijk,” zegt directeur Stephan Gijsman, “we hadden er als team heel veel zin in om de leerlingen weer te ontvangen. En het was ook hard nodig, want onze leerlingen hebben veel structuur en ritme nodig. Daarom begrijp ik ook heel goed waarom ervoor gekozen is leerlingen in het speciaal onderwijs meteen fulltime naar school te laten gaan.” Misschien ook omdat het vanwege de kleinere klassen eenvoudiger is om – zoveel mogelijk – anderhalve meter afstand te houden tot de leerkracht? “Ja, ook. We houden hier trouwens niet al te krampachtig vast aan die anderhalve meter. Sommige leerlingen van tien, elf jaar hebben een ontwikkelingsleeftijd van twee jaar. Die moet je af en toe troosten of een aai over hun bol geven, anders zijn ze niet goed in staat om op school te functioneren. Een goed en veilig pedagogisch klimaat is hierin voorwaardelijk.”
Op De Bodde loopt het, evenals op De Klipper en ’t Talent, soepel. De drie schoolleiders kijken met een goed gevoel terug op de eerste weken en daarin staan ze niet alleen. Uit een AVS-peiling van eind mei blijkt dat dat voor 97 procent van de schoolleiders geldt. Leerlingenvervoer, hygiënemaatregelen, afspraken met buitenschoolse opvang; vrijwel nergens leidde dat tot onoverkomelijke problemen.

Voortgezet onderwijs
Op het moment dat deze Kader Primair verschijnt, is het voortgezet en voortgezet speciaal onderwijs ook weer van start gegaan. Waar de opstart voor basisscholen al leidde tot gepuzzel met buitenspeeltijden, roosters en looproutes, geldt dat voor het voortgezet onderwijs eens temeer, omdat leerlingen ook tot elkaar anderhalve meter afstand moeten houden. Bij ISK Schakel aan Zee, een school in Den Helder waar anderstalige leerlingen uit landen als Eritrea, Afghanistan, Irak en Syrië in de leeftijd van 12 tot 18 jaar in twee jaar tijd klaargestoomd worden voor het reguliere onderwijs, is dat probleem nog net iets groter, denkt directeur Ria Peters. “Want hoe leg je op anderhalve meter afstand aan een leerling uit hoe een computer werkt en hoe leer je een analfabeet hoe hij een pen vasthoudt?” Tegelijk met de opening krijgt de ISK-school achttien nieuwe leerlingen binnen die vrijwel geen woord Nederlands of Engels spreken. Peters, lachend: “De conciërge kwam net al binnen met de vraag of hij instructiebordjes moest laten maken in het Arabisch en Tigrinya.” Peters prijst zich gelukkig dat ze de beschikking heeft over vrijwel haar gehele team. “Sommige docenten die tegen hun pensioen aanzitten, vinden het toch wel spannend omdat veel van onze leerlingen ook fysieke aandacht nodig hebben. Daarom hebben we met elkaar afgesproken dat deze collega’s werk gaan doen waarbij ze geen fysiek contact hoeven te hebben met leerlingen. Ze gaan bijvoorbeeld contact houden met leerlingen via videobellen, online ­lessen verzorgen en werk nakijken.”

Musical
Op veel scholen zijn evenementen als het schoolreisje, de excursie, het kamp en de musical geschrapt. Op ’t Talent in Schijndel mogen wel alle groep 8-leerlingen in een kort filmpje hun talent ‘showen’, waarvan dan een compilatie wordt gemaakt. En bij De Klipper in IJmuiden gaan ze die musical filmen en tijdens een gala-achtige première-avond samen bekijken, waarbij ouders hun kind afzetten bij de rode loper. Gijsman van De Bodde (so/vso) wil hoe dan ook een diploma-uitreiking organiseren. “Voor vrijwel alle leerlingen van onze school geldt dat ze na hun schoolperiode naar een arbeidsmatige dagbesteding gaan, en dus niet naar een vervolgopleiding. Daarom gaan we zeker iets doen met de diploma-uitreiking, alleen moeten we nog even goed uitdokteren op welke manier dit passend georganiseerd kan worden.”

Lerarentekort
Nog enkele weken tot de zomervakantie. “Wij hebben nu weer een nieuw rooster en nieuwe werkwijze, als is het eigenlijk de oude vertrouwde”, zegt Van Meurs van ’t Talent. “Maar we hebben als team naar elkaar uitgesproken dat we de werkwijze waarbij het ene deel van de leerlingen zelfstandig aan het werk gaat terwijl een ander deel instructie krijgt, heel nuttig vinden. Misschien gaan we hier wel in een of andere vorm mee door. Je zou er zelfs aan kunnen denken om de instructie door leerkrachten te laten geven en de zelfstandige verwerking onder begeleiding van een onderwijsassistent te doen. Daarmee zou je tegelijk het lerarentekort kunnen bestrijden.”

Gerelateerd nieuws