Advies flexibeler kwalificatie- en opleidingenstelselStaatssecretaris Van Bijsterveldt vroeg afgelopen voorjaar alle sociale partners in het onderwijs afzonderlijk om een advies over ‘de wenselijkheid en de mogelijkheden van een flexibeler stelsel, met smalle opleidingen en kwalificaties naast de bestaande brede opleidingen en kwalificaties’ in te dienen. De AVS, AOb, CMHF, CNV Onderwijs, PO-Raad, MBO Raad en VO-raad dienden deze maand gezamenlijk een advies in over een flexibeler kwalificatie- en opleidingenstelsel. De sociale partners zien niets in het versmallen van de bevoegdheid van leerkrachten.Het versmallen van de bevoegdheid van leerkrachten, bijvoorbeeld specifiek opgeleid zijn voor en lesgeven aan de onderbouw, is volgens de partners niet de oplossing voor het gesignaleerde probleem. Want, zo redeneren zij: hun arbeidsmarktpositie wordt zwakker naarmate de bevoegdheid smaller is. De sociale partners formuleerden vier adviezen voor flexibilisering van de lerarenopleidingen:• De bestaande brede kwalificaties (brede bevoegdheden) moeten gehandhaafd blijven, zowel voor het po-veld als voor het vo- en mbo-veld. Dit achten de partners van groot belang voor de doorlopende leerlijnen en voor het continuüm van onderwijs. Maar ook voor de arbeidsmarktpositie van de leerkracht, de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep en de inzetbaarheid van leerkrachten in de schoolorganisatie. Er wordt opgeleid voor het beroep leerkracht en niet voor een functie.• De uitstroomprofielen kunnen daarbinnen gehandhaafd blijven (bij de pabo bijvoorbeeld het jonge/oude kind). Daarnaast zullen er (duale) na- en bijscholingen gevraagd/ aangeboden kunnen worden aan leerkrachten die naar een ander kwalificatiegebied willen overstappen.• Een leerkracht die bevoegd is, is nog niet permanent bekwaam. In de permanente ontwikkeling van de beroepsbekwaamheid menen de sociale partners dat een betere afstemming tussen ‘vraag en aanbod’ mogelijk en wenselijk is.• De aantrekkelijkheid van de smalle bevoegdheid voor leerkrachten trekken de partners in twijfel, vanwege problemen met de inzetbaarheid. Met name bij po-scholen waar sprake is van krimp en bij de ‘kleinere vakken’ in het vo (kan leiden tot meer kleine baantjes of tot vergroting van het percentage ‘onderbevoegden’).De sociale partners zien ook heil in andere oplossingen, maar die behoeven nader onderzoek vragen. Zoals: verruiming van de onderwijstijd, verbetering van de kwaliteit van de instroom, het zoeken van ‘efficiencywinst’ in de taakverdeling tussen de lerarenopleidingen en de scholen die verantwoordelijk zijn voor het praktijkdeel van de opleiding (stages, leer- en werkplekken), voortgezette opleidingen die tot een verdieping of een specialisatie leiden, effectievere naen bijscholingstrajecten.UitgangspuntenDe sociale partners realiseren zich dat de opbrengsten in het onderwijs in alle onderwijssectoren verbetering behoeven. Het opbrengstgericht werken in het algemeen en het vaststellen van de referentieniveaus taal en rekenen in het bijzonder zullen gevolgen hebben voor de inrichting van de opleidingen voor onderwijspersoneel. Voor een opleidingsstelsel voor de onderwijsberoepen hanteren de sociale partners dan ook de volgende uitgangspunten:• De opleidingen sluiten aan bij de ontwikkelingen in het scholenveld, zowel in functies als in de diverse vakgebieden;• Ze sluiten aan bij de nadrukkelijke wens om doorgaande leerlijnen voor de leerlingen te realiseren;• De opleidingen bieden mensen kansen op een sterke arbeidsmarktpositie waar loopbaanmogelijkheden en mobiliteit deel van zijn;• Het opleidingsstelsel bevordert een open onderwijsarbeidsmarkt (verticale doorstroom binnen de onderwijsberoepen en flexibele ‘instapmomenten’ binnen de opleidingen en voor trajecten naar het leraarsberoep, zoals voor zij-instromers).Structurele adviesrolTot slot pleiten de sociale partners ervoor om hen voortaan een structurele adviesrol toe te kennen met betrekking tot de kwalificatie- en opleidingsstructuur. Want zoals de minister het ooit zelf formuleerde: “De onderwijssector als geheel heeft zelf, vanuit zijn eigen behoeft, directe invloed op het formuleren van het basispakket aan bekwaamheidseisen voor alle onderwijsberoepen.” Bij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van sociale partners voor de onderwijsarbeidsmarkt, voor de kwaliteit en de kwantiteit van het onderwijspersoneel, voor een cao in de diverse onderwijssectoren die goed werkgeverschap mogelijk maken, gaat het volgens de partners onder meer om de adviesvragen die op dit moment zijn ondergebracht bij het Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs (LPBO). Dit orgaan zou dan in de toekomst overbodig zijn. De sociale partners benadrukken er in deze situatie voor te waken genoemde vraagstukken te ‘mengen’ met de cao-vraagstukken. Wél willen ze alle vraagstukken in hun samenhang bezien, zodat er optimaal draagvlak voor de aanpak van arbeidsmarktproblemen ontstaat.

Let op: Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Gerelateerd nieuws

  • Onderwijsraad: het onderwijs moet inclusiever

  • Monitor Hybride onderwijs: reflectie op afstandsonderwijs

  • Sterke schoolleiders belangrijk punt voor politieke verkiezingsprogramma’s

  • Vernieuwde Canon van Nederland gepresenteerd