Invulling geven aan het Nationaal Programma Onderwijs

Naast rapportvergaderingen, groep 8-musicals en afsluitende picknicks speelde er iets nieuws mee aan het einde van dit anders-dan-anders-schooljaar: invulling geven aan de gelden van het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs). Een oud probleem komt als een boemerang terug: het lerarentekort. Drie schoolleiders vertellen over hun voorstellen, dilemma’s en andere overwegingen bij de grote zak ’coronageld‘.

“Je zou blij moeten zijn als je een sloot geld krijgt, maar we zaten nog middenin de coronastorm toen het vrijkwam en we wisten niet hoe groot de achterstand zou zijn.”, zegt schoolleider havo/vwo Arriën Boes van gereformeerde scholengemeenschap Guido in Amersfoort, na 1 oktober lid van het College van Bestuur bij Cordeo Scholengroep en kinderopvang Koalah in Leusden. “Ik heb mijn reserves over het geld: het kader is wat knellend, het tijdspad ook. Pas over een paar jaar weten we echt wat de corona-effecten zijn geweest en dan is er geen extra budget meer.” Circa € 5,8 miljard uit het NP Onderwijs gaat naar voorschoolse educatie, basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Schoolleiders hebben een schoolscan gemaakt en hebben plannen ingediend. Ze zijn blij met de extra docenten die ze kunnen aanstellen en met professionaliseringscursussen die ze kunnen bieden, maar een praktisch probleem doemt ook meteen op: hoe komen ze aan voldoende personeel?

Coronaschade

Boes typeert de 1.040 leerlingen van zijn afdeling als bovengemiddeld: “Ze komen uit welgestelde gezinnen en hebben veelal hoogopgeleide ouders. Prettige, gemakkelijke leerlingen. Al zijn er zeker wel coronaproblemen.” De school had al een commercieel bedrijf in huis, Lyceo, waar leerlingen terecht kunnen voor huiswerkbegeleiding en examentraining. Daarnaast heeft hij oud-scholieren laten ‘invliegen’: “Wij vroegen of oud-leerlingen op school ondersteuning wilden geven aan onze leerlingen, zij weten precies hoe het hier gaat. Ze werkten met kleine groepen en dat verliep heel goed. Het was een win-winsituatie: zij waren hun bijbaantjes kwijt en wij hadden ze nodig.” Directeur Ingrid Luk van basisschool Hoffenne in Noordwijk (“We zijn een klein schooltje met 145 leerlingen”) is heel blij met de NP Onderwijsgelden en ook met de systematiek: “Elk kind krijgt waar het recht op heeft. De PISA-lijsten voor het Nederlandse onderwijs laten al jaren zien dat Nederlandse kinderen matig presteren vergeleken met de ons omringende landen, alle leerlingen hebben dit geld nodig.” Ze wist meteen wat haar te doen stond: “Het zit al in ons systeem om leerlingen te monitoren, dus de analyse die ik maakte voor de schoolscan was een samenvoeging van alle resultaten die ik al had.” Na de lockdown stonden op het programma extra kanjerlessen om de groepsvorming weer goed tot stand te brengen en om hun sociaal-emotionele ontwikkeling te monitoren. Haar leerlingen, dat zijn “kinderen die het heel goed doen”. Luk: “Het is een heel gemêleerde groep, waaronder ook kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond, zoals Poolse en Italiaanse kinderen en vluchtelingkinderen. Onze resultaten waren goed, maar dat komt ook omdat ons team dubbele uren

heeft gedraaid in de lockdown.” Het is lastig vaststellen hoeveel ‘coronaschade’ elke leerling heeft opgelopen, zegt Arjan Veldsink, schoolleider van de Oranje Nassauschool in Geldermalsen en stafmedewerker Onderwijs en Kwaliteit bij Stichting CPOB. “We hebben na de heropening wel direct ingezet op De Vreedzame School (een programma voor sociale competentie, red.), alsof de kinderen terugkwamen van een lange zomervakantie en weer moesten wennen aan elkaar.” De tweehonderd leerlingen die zijn basisschool telt, komen overwegend uit ‘een stimulerende leeromgeving, zoals dat zo mooi heet’. “Hier zitten ook fruitteelt- en distributiebedrijven, we hebben een aantal leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond, veelal Oost-Europa. Hun ouders werken hier en zij blijven in Nederland. We hebben nu de middelen om mensen vrij te roosteren om voor deze leerlingen in te zetten op extra taalonderwijs. Dat is mooi. Zodra we hoorden over de NP Onderwijsgelden zijn we gaan analyseren hoe we ervoor staan met behulp van ons Cito-volgsysteem en observaties van onze leraren en intern begeleiders. Het team wilde ook dat we zoveel mogelijk zouden aansluiten bij wat we al aan het doen waren. Het ontwikkelen van een professionele cultuur is een belangrijke pijler geworden”, vertelt Veldsink. “Verbeteren van didactische vaardigheden zetten we door. Het is ook deels in extra formatie gestopt met extra uren voor onderwijsassistenten en het verkleinen van onze combigroepen.”

Lerarentekort

Maar waar hij en de twee andere schoolleiders tegenaanlopen, is het lerarentekort. Dat laat zich nu des te meer voelen, nu zoveel scholen op zoek zijn naar ‘extra handen’ om de corona-achterstanden weg te werken. Arjan Veldsink: “Er wordt met de NP Onderwijs-middelen volop ingezet op extra personeel waardoor er enorme gebreken ontstaan. Misschien wel met name daar waar goede leerkrachten het hardst nodig zijn. Geld is er dus zat, personeel absoluut niet. Twee weken voor de zomervakantie heb ik twee groepen nog niet volledig bemenst en dat lijkt ook niet te gaan lukken.” De NP-Onderwijsmiddelen kwamen toen onze formatie eigenlijk al rond was, zegt schoolleider Boes. Hij legt de focus op extra begeleiding en op professionalisering: “Ons zorgteam heeft extra uren gekregen en we hebben wat uren gereserveerd voor de coördinatoren.” De school ging de toetsresultaten na en daaruit bleek dat de vakken biologie, natuur- en scheikunde hard waren achteruitgegaan. In een peiling gaven docenten, mentoren, ouders en leerlingen aan waar ze behoefte aan hadden, daaruit kwam het verbeteren van studie- en executieve vaardigheden uit de bus rollen. “Weer leren plannen, leermotivatie en ‘hoe kom ik weer op de rails?’, daar zaten mijn leerlingen mee. Voor de leerlingen die doubleren of voorwaardelijk zijn overgegaan hebben we ingesteld dat ze tijdelijk van 9.00 uur tot 17.00 uur naar school gaan en op die lange schooldag met een onderwijsassistent of leraar huiswerk gaan maken of oefenen met de stof. Als het weer goed gaat en ze weer in een schoolritme zitten, laten we dat strengere regime los. We moeten vooral tijd, rust en ruimte krijgen om ons onderwijs weer zorgvuldig op poten te zetten. Voor havo-2 en havo-4 hebben we een extra klas erbij moeten maken omdat er zoveel doubleren. Had ik net mijn formatie klaar, alle vacatures waren ingevuld en toen had ik door die extra klassen opeens toch meer docenten nodig. Er zit deze keer dus veel druk op. Ik ben pas rustig als ik weet dat we na de zomer starten en dat alles dan loopt en alle vacatures zijn ingevuld.” Ook hij liep aan tegen het lerarentekort, dat zichtbaarder wordt juist door het NP-Onderwijsgeld, omdat er nu budget is om meer ondersteuning te regelen. “Voor de reguliere vacatures hebben we een gewoon wervingsproces gehad. Die zijn gelukkig bijna helemaal ingevuld. Ook de extra geformeerde klassen zijn gedekt, door werving en dankzij extra inzet van eigen personeel. We zijn vanuit de scan van NP Onderwijs nog wel op zoek naar een wiskundedocent en onderwijsassistenten. Het is nog niet zeker dat we daarvoor personeel kunnen vinden. De NP Onderwijs-gelden dragen dus zeker bij aan een personeelstekort”, concludeert Boes. Ook Luk heeft moeite met het vinden van geschikte leerkrachten om haar plannen te verwezenlijken. “Sommige collega’s kregen een uitbreiding, maar er is ook een fulltime vacature in de onderbouw ontstaan. Dit is een samenvoeging van een reguliere functie en een functie die vanuit het NP Onderwijs-plan komt. Sec gezien heb ik dus een paar dagen niet opgevuld gekregen, maar in de context van de hele school heb ik één fte vacatureruimte. En deze zal naar mijn verwachting niet ingevuld worden.” Hoe gaat zij dat oplossen? “Waarschijnlijk wordt het minder van alles. Maar het probleem in het onderwijs is dat wanneer je de analyses gemaakt hebt, je ook de acties wil uitvoeren. Dus zal iedereen er een tandje bijzetten om het allemaal toch voor elkaar te krijgen. Mijn taak is dus om hier binnen het team de balans in te zoeken en wellicht te zeggen dat er taken even ‘on hold’ gezet moeten worden. Binnen mijn bestuur zie ik op meerdere scholen niet ingevulde vacatures.”

Klassenverkleining

De menukaart met bewezen interventies vonden de drie onderwijsleidinggevenden een prettig hulpmiddel. Ingrid Luk: “Ik ben een groot voorstander van duurzame ontwikkelingen in de school, we zijn niet voor niets een Stichting Leerkrachtschool, elke dag een beetje beter.” Net als haar collega’s Veldsink en Boes zet zij in op het verbeteren van de professionele cultuur. “Elkaar bevragen, met elkaar in gesprek gaan, samen ontwikkelen. We gaan prachtige cursussen kennis- en kwaliteitsontwikkeling volgen en trainingen hoogbegaafdheid. Een extra docent zit in de planning, we komen met een nieuw leesoffensief en kiezen voor een andere taalmethode die echt aansluit op onze visie.” In normale tijden kon er op veel scholen wellicht wat langer overlegd of gebakkeleid worden met de Medezeggenschapsraad over de gang van zaken, ditmaal met de NP Onderwijsgelden en een vrij krap tijdspad moest er snel gehandeld worden. Luk: “Onze analyse was duidelijk, de gekozen interventies ook, het team wist wat erin stond en het MR heeft ons het vertrouwen gegeven om uit te voeren wat wij nodig achten.” Schoolleider Veldsink organiseerde studiedagen met zijn team en maakte een voorzet voor de besteding van de gelden. “We waren het behoorlijk met elkaar eens en hebben een prioritering gemaakt van de gekozen interventies. De MR is stap voor stap meegenomen in het proces, vooraf was al met hen de schoolscan gedeeld. De meeste interventies toetsen we, ook om te weten: hollen we nu een trend achterna of heeft dit werkelijk zin? Zoals met klassenverkleining, ik weet dat dat niet per definitie een groot effect heeft, maar de ervaring leert dat met minder leerlingen in een klas er meer tijd overblijft voor individuele instructie en begeleiding van de leerling. Het zal zeker effect hebben.“ Veldsink vat samen: “Als ik heel eerlijk ben: ik heb nu weinig te maken met corona-achterstanden in mijn leerlingpopulatie, maar wat de NP Onderwijsgelden wél doen is een extra boost geven aan de gehele onderwijskwaliteit. Als de interventies stoppen omdat het geld stopt, dan is die professionele cultuur opgezet. Dat is al grote winst voor de toekomst.”

Interessant?
Dit artikel stond in Kader, het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden maandelijks ontvangen. De AVS komt op voor de belangen van schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs. Word ook lid of abonnee, ontvang voortaan iedere maand een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

Gerelateerd nieuws