Van 11 tot en met 13 december bezoekt een groep van veertien schoolleiders en leraren uit Estland de AVS in het kader van een internationale uitwisseling. Eerder gingen Nederlandse schoolleiders en leraren naar Estland. “We zijn hier om te leren van andere landen en onderwijssystemen. We doen ideeën op die we in onze klas kunnen gebruiken.” De AVS sprak twee Estse leraren.

De contacten met Nederland en de AVS kwamen tot stand omdat AVS reizen regelmatig bezoeken brengt aan de scholen in Estland. De groep wordt gastvrij ontvangen door de AVS. Paul van den Heuvel, AVS-adviseur Internationalisering, heeft voor deze groep een driedaags programma gemaakt. De groep bezoekt twee scholen die veel van elkaar verschillen (Vrije School Utrecht en de Koekoekschool in Utrecht). Van den Heuvel: “Bij de Vrije School lijkt het alsof je teruggaat in de tijd en zie je nog krijtborden, bij de Koekoeksschool is alles supermodern met digiborden.” Ook bezoekt de groep twee musea in Utrecht (Speelklok- en Spoorwegmuseum). Een leraar: “Ik stond versteld van de collectie van het Speelklokmuseum.” Daarnaast heeft AVS-voorzitter Petra van Haren uitleg gegeven over het onderwijssysteem in Nederland.

Het schoolsysteem van Estland verschilt van het Nederlandse systeem. Kinderen hoeven pas met zeven jaar naar de basisschool en ze gaan er pas met 15 jaar vanaf. Kinderen onder de zeven jaar mogen naar de ‘Kindergarten’ (kleuterschool), waar ze spelenderwijs wel iets leren van de taal. Als leerlingen 16 jaar zijn, kiezen ze voor een educational (meer gericht op praktische vakken) of secondary school. Meerdere leraren geven een klas les, maar een leraar is de ‘hoofdleraar’, waar leerlingen en ouders terecht kunnen bij problemen. “Ik ben een soort tweede moeder voor ze. Ik heb de verantwoordelijkheid over de klas en geef de leerlingen les in 3 à 4 onderwerpen. Ik ben een soort schoolleider van een klas”, aldus Ülle Lipp, die op een school met 370 leerlingen lesgeeft.

Hoe de opvang van leerlingen is geregeld, kunnen Nederlandse schoolleiders nog veel van leren. Van den Heuvel: “In Estland wordt opvang voor leerlingen geregeld van half 8 ’s morgens tot 8 uur ’s avonds. Alles in één organisatie. Bij het team zit ook een verpleegkundige en psychiater, allemaal aangestuurd door een directeur. Ze beschikken ook over allemaal vakleraren. Dit komt ook omdat de leeftijd doorloopt tot 16 jaar, waardoor er meer budget hiervoor is.”

Werkdruk kennen ze in Estland ook. “Volgens de overheid is het 35 uur per week werk, maar in de praktijk werk ik 40-50 uur per week. Het is soms ook emotioneel zwaar werk.” Net als in Nederland is er sprake van een lerarentekort. “Het is moeilijk om leraren te vinden. Als het nieuwe schooljaar begint, heeft de schoolleider daar veel moeite mee. Sommige leraren werken op twee of drie scholen tegelijk. Veel leraren werken vanuit een missie.”

De Estse leraren krijgen veel gelegenheid om te leren en cursussen te doen. “Als er kinderen zijn met special needs, dan kunnen we een training volgen. We mogen ook, als we ergens iets interessants zien of studievaardigheden opdoen, daarmee experimenteren in de klas. We hebben daar veel vrijheid in”, aldus Nelli Kuldmaa, die les geeft in de Estlandse taal op een Russische school met 600 leerlingen.

De groep komt van zes verschillende scholen in Estland. “We zijn allemaal lid van een organisatie, IVEK, die aan het eind van het jaar competities organiseert en bonussen aan leerlingen geeft. Via die organisatie kunnen leraren ook trainingen volgen en bezoekjes afleggen aan andere (buitenlandse) scholen. Het voordeel is ook dat je met andere scholen kunt discussiëren over onderwijs.”

Estland had goede PISA-resultaten. “We denken na over een slogan, zoals ‘education nation’. Zelf waren we ook verbaasd over de goede resultaten.“

schoolleiders-estland.png

Links

Downloads

Gerelateerd nieuws