Bijna 90 procent van de schoolleiders vindt dat het goed gaat op school na de heropening van de basisscholen op 8 februari. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder meer dan 800 basisschooldirecteuren. Toch zijn er wel zorgen over de werkdruk op met name schoolleiders, de leerkrachten en het snel kunnen testen van onderwijspersoneel. “Er wordt gezocht naar vervanging voor afwezigen wegens corona bovenop de reeds bestaande personeelstekorten en tegelijkertijd moet worden gestuurd op welbevinden en leerlingresultaten. Sneltesten zouden eraan bijdragen dat er minder klassen naar huis zouden moeten en alleen vaccineren zorgt voor echte veiligheid van onderwijspersoneel”, aldus voorzitter Petra van Haren.

Zijn alle maatregelen werkbaar?

Een aantal maatregelen zijn niet werkbaar zo zeggen de schoolleiders, zoals het afstand houden met leerlingen (87%), het werken in vaste groepjes (81%) en het dragen van mondkapjes (58%). Het niet ontvangen van ouders in de school (95%), afstand houden tussen onderwijspersoneel (84%) en het thuislaten van kinderen met verkoudheidsklachten (82%) zijn wel heel werkbaar.

Leerlingen en leraren op school?

Zo’n 89 procent van leerlingen en 90 procent van de leraren zijn aanwezig op school, een deel geeft en krijgt onderwijs vanuit huis. Per school zijn gemiddeld zo’n 13 leerlingen niet op school vanwege corona gerelateerde klachten, eveneens gemiddeld 13 leerlingen per school lieten zich testen, waarvan 1 positief. Vanwege privacy redenen worden niet alles test- en testuitslagen gedeeld met de school. Er zitten gemiddeld 9 leerlingen per school momenteel in quarantaine, dat zou in totaal zo’n 60.000 leerlingen betreffen. Dat is afgezet tegen zo’n 1,5 miljoen basisschoolleerlingen ongeveer 4 procent. Er zijn wel regionale uitschieters of uitschieters per school.

Per school zijn gemiddeld 2,6 leraren vanwege coronagelateerde klachten afwezig, lieten 4,5 leraren zich testen, waarvan 0,5 positief. Zo’n 0,6 leraren zitten momenteel in quarantaine. “Gelukkig zijn de meeste leerlingen, leraren en schoolleiders weer gewoon op school en waar nodig wordt zo goed mogelijk afstandsonderwijs gerealiseerd. Naast het zoeken van vervanging zijn schoolleiders erg druk met het in kaart houden van besmettingen, afstemmen met de GGD en medewerking aan bron- en contactonderzoek. Ze voelen zich soms verkapte administrateur bij het naleven van maatregelen, Juist daarom belangrijk om deze groep ook te waarderen”, zo zegt van Haren, “want ondanks alle vraagstukken en tekorten krijgen de meeste leerlingen gewoon onderwijs”.

Klassen naar huis of scholen dicht?

Bijna 43 procent van de scholen stuurde sinds de heropening gemiddeld één en soms zelfs meerdere klassen naar huis. Slechts 0,6 procent van de scholen moest de hele school sluiten. Totaal 63 procent van de scholen verzorgt nog een vorm van (gedeeltelijk) afstandsonderwijs. 53% geeft momenteel nog structureel of incidenteel online onderwijs.

Snel testen?

Om te voorkomen dat klassen naar huis moeten maakt zo’n 16 procent van de scholen momenteel al gebruik van sneltesten. Deze scholen gebruiken de sneltesten in meerdere situaties: bij milde klachten (93%) en/of preventief bij contact met besmet persoon (34%) en/of preventief zonder klachten (17%).  Meer dan de helft van de sneltesten werd gekocht bij een commerciële aanbieder, 26 procent met hulp van de GGD en 14 procent kocht de testen elders in

Ruim 90 procent van de schoolleiders is voorstander van het preventief sneltesten zonder klachten. Meer dan de helft van de scholen heeft voorkeur voor zelftesten. Verder vinden de schoolleiders het belangrijk dat het dicht bij de school is en er vanwege de werkdruk geen extra belasting komt op de directies. Volgens 80 procent is daar geen medisch toezicht voor nodig. Toch moet het Ministerie van OCW juist wachten met invoeren van sneltesten op scholen omdat medisch toezicht nu nog bij wet verplicht is. Van Haren: “We hebben in november al aangegeven dat er bij de heropening van de scholen sneltesten hadden moeten zijn en liefst dat onderwijspersoneel als vitaal beroep een plek kreeg in het vaccinatieprogramma. Maar dat ze nog steeds niet breed ingezet kunnen worden, terwijl er voldoende voorraad is, is wel heel teleurstellend”.

Gerelateerd nieuws