Een meerderheid van de schoolleiders (53%) is niet enthousiast over het Nationaal Programma Onderwijs na corona. Slechts 23 procent is positief over wat men nu weet over het plan, waarvan 2 procent zeer positief. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder 300 directeuren in het basisonderwijs. Volgens veel schoolleiders zorgt het plan in het hier en nu voor onrust door bijvoorbeeld het vele administratieve werk dat men verwacht, terwijl de werkdruk al zo hoog is. 85 procent van de schoolleiders had liever structurele investeringen gezien en 57 procent wil meer tijd.

Met name de tijdsduur is volgens schoolleiders niet haalbaar (57%). 32 procent heeft twijfels over de haalbaarheid en slechts 11 procent is overtuigd de planning wel te halen. “Bij de huidige plannen komt veel administratie kijken die veelal op de toch al zwaar belaste schouders van schoolleiders komt. Die zijn momenteel zelfs in de avonden en weekenden vaak al aan het werk om vervangers te vinden, voor de afstemming met GGD, leraren en ouders”, aldus AVS-voorzitter Petra van Haren.

Tevreden met het bedrag

Een meerderheid van 58 procent is tevreden met de hoogte van het bedrag, 11 procent niet. Bijna driekwart van de scholen denkt voldoende te hebben aan het bedrag van circa 700 euro per leerling. Van Haren: “Schoolleiders zouden het bedrag liever uitsmeren over een langere periode om bijvoorbeeld personeelstekorten aan te pakken en zo een duurzame verbetering van hun school te realiseren.”

Geld met name naar extra handen

Slechts 1 procent heeft helemaal en een kwart grotendeels zicht op hoe de regeling eruit komt te zien. Voor 56 procent is er nu nog niet of helemaal niet voldoende zicht op de regeling.

Ook weet 29 procent nog niet waar het geld aan uitgegeven zal worden. 55 procent weet dit al wel, zij willen vooral extra handen in de klas (84%), continuering van het huidige beleid (74%), professionalisering van personeel (56%) en plannen die er al waren (51%). Slechts 4 procent is van plan om zomerscholen te starten, 7 procent verlengde schooldagen en 8 procent te werken met externe bureaus.

Voortgang leerlingen

Bijna driekwart van de scholen heeft nog geen zicht op de voortgang van leerlingen. 32 procent heeft een compleet beeld en 36 procent enigszins of op bepaalde vakgebieden. Op het gebied van Taal, lezen en rekenen is gemiddeld 11 procent van de leerlingen sneller gegaan, is 56 procent constant en 16 procent vertraagd. 14 procent had al een achterstand.
Op sociaal emotioneel vlak scoort 24 procent van de leerlingen goed, 42 procent normaal, 12 procent redelijk, 9 procent niet goed en 11 procent kwetsbaar.

Beslissing bij directie

Ruim 70 procent van de schoolleiders is wel tevreden dat ze met het team en onder leiding van de directie kunnen beslissen waar het geld aan wordt besteed. Slechts 13 procent is hier niet of helemaal niet content mee. 29 procent vindt dat scholen binnen het bestuur of de regio moeten samenwerken, 37 procent soms en 22 procent niet. Driekwart van de scholen is overtuigd grotendeels of geheel de autonomie te krijgen van het bestuur om het zelf in te richten. 7 procent is hiervan niet of helemaal niet overtuigd.

 “Het is nodig dat er extra middelen komen om vertragingen en opgelopen achterstanden aan te pakken, dat is in het belang van onze leerlingen. Hierbij moeten we onze leraren en schoolleiders niet zwaarder belasten dan zij nu al zijn”, aldus Petra van Haren. “Het veld loopt op zijn tandvlees. Gezien de situatie waarin met regelmaat klassen naar huis worden gestuurd, mensen zich vaak onveilig voelen en vervangingsvraagstukken dagelijks veel tijd vragen, is het een uitdaging om dit positief op te pakken en te laten zien dat voldoende investeringen leiden tot resultaat. Het kan echter een opmaat zijn om te laten zien dat een investering als deze structureel moet worden. Maar voldoende tijd hoort daar dan wel bij”.

Gerelateerd nieuws