“Schoolleiders maken het verschil”

Karin Straus, de nieuwe voorzitter van de AVS

Als kleuter zong ze het liefst de hele dag en nog steeds treedt ze graag op in theaterproducties (‘opera als het even kan’). Karin Straus weet hoe ze een publiek voor zich kan winnen en die eigenschap kan haar in de rol als
nieuwe voorzitter van de AVS nog wel eens van pas komen. Een interview met een voormalig politica die haar hart verloor aan het onderwijs en haar maatschappelijke ambities wil inzetten voor de schoolleiders in Nederland.

Welkom bij de AVS! Kan jij je nog herinneren wat je dacht toen je de vacature voor voorzitter van de AVS voorbij zag komen?
“Volgens mij zat ik thuis achter mijn laptop en dacht: ‘ohhhh, Petra van Haren gaat weg!’ Ik ken Petra uit mijn tijd als Tweede Kamerlid, als onderwijswoordvoerder voor de VVD. In die rol ontmoet je veel mensen die hun ideeën over onderwijs aan je kwijt willen. Vaak goede ideeën, maar niet per se altijd even realistisch. Als Petra echter namens de AVS langskwam, wist ik: het zit goed. Ik kreeg áltijd informatie waar ik het onderwijs beter mee kon maken. Dus toen ik zag dat Petra klaarblijkelijk een andere baan had, begon het te kriebelen. Ik ben van origine organisatiewetenschapper en heb me veel beziggehouden met talentontwikkeling – vandaar mijn liefde voor onderwijs – maar ik wil ik ook maatschappelijk van betekenis zijn. En dat bén je als voorzitter van de AVS. Er zijn heel veel partijen die invloed uitoefenen op het onderwijsbeleid en een van de belangrijkste spelers, daar kunnen we heel kort over zijn, is de AVS. Dus ik wist al heel snel dat ik voor deze functie zou solliciteren en hier zit ik dan.”

Als parlementslid stond je al bekend als een VVD’er met een groot hart voor onderwijs. Waarom is onderwijs zo belangrijk voor je?
“Op het moment dat mijn kinderen naar de basisschool gingen (ze zijn inmiddels 16 en 13), schrok ik toch wel. Zij kregen bijna dezelfde lessen als ik had gekregen op mijn oude school, terwijl de samenleving in die dertig jaar natuurlijk enorm veranderd was. Van digitalisering bijvoorbeeld was nauwelijks sprake. Dat viel me toen, ruim tien jaar geleden, op. Daarom heb ik als Tweede Kamerlid gekozen voor de onderwijsportefeuille, om te kijken of ik het onderwijs vanuit het parlement wat meer eigentijds kon maken. In die jaren heb ik de sector goed leren kennen, ik heb met veel verschillende schoolleiders uit het hele land gesproken en ik heb vooral gezien wat een werk zij met hun team verzetten. Ik ben enorm door het onderwijs geboeid geraakt en de mensen die erin werken. Er is sinds ik de Haagse politiek heb verlaten ook alweer veel veranderd. Scholen hebben, mede door de coronapandemie, een enorme digitaliseringsslag gemaakt. Dus wat speelt nu? Wat kan ik voor schoolleiders betekenen? Dat is iets wat ik heel snel wil ontdekken. Er staan allerlei werkbezoeken gepland en ik ga de komende tijd heel veel leden spreken om te weten wat er leeft.”

Wat maakt jou dé vrouw voor deze job?
“Maatschappelijke betrokkenheid vind ik heel belangrijk. Je inzetten voor je dorp, stad of voor heel Nederland, dát is de reden waarom ik ooit de politiek in ben gegaan. Er bestaat niks mooiers dan zelf je stempel drukken op de wereld om je heen. Dat deed ik eerder in de politiek en dat hoop ik nu als AVS-voorzitter ook weer te gaan doen voor schoolleiders en het onderwijs.”

Ben je iemand die graag haar zin krijgt?
“Nou ja, het gaat niet om mij, maar om het doel dat ik wil bereiken. Een vriendin van mij zei: ‘als jij een stip op de horizon zet, dan kan er van alles gebeuren maar jij blijft die stip voor ogen houden.’ Ik denk dat dit mijn kracht is. Ik heb geduld, veel doorzettingsvermogen, kan goed luisteren en houd er van ingewikkelde processen te ontrafelen. Het onderwijsbeleid in Nederland is natuurlijk een geweldig ingewikkelde spaghettibrij. Als ik er ook maar één sliert uit weet te halen en zo kan zorgen voor beter onderwijs, dan ben ik al blij.” Glunderend. “Ja, van elke kleine stap voorwaarts, word ik oprecht blij.”

Vind je dat schoolleiders genoeg waardering krijgen?
“Hun rol is natuurlijk lang onbelicht gebleven, maar het is 100 procent verbetering dat schoolleiders nu letterlijk in het regeerakkoord worden genoemd. Alle complimenten daarvoor aan mijn voorgangster, Petra van Haren, die zich hiervoor hard heeft gemaakt. De AVS zit ook aan vrijwel alle overlegtafels die ertoe doen. Dus er zijn hele grote stappen gezet. Nu wil ik aan de slag gaan om met de AVS de beroepsgroep nog steviger op de kaart te zetten en de trots op het schoolleiderschap verder te vergroten. Want als je ziet wat schoolleiders allemaal voor elkaar krijgen, ook tijdens de coronacrisis, dan verdient dat alle waardering. Daar mag je als schoolleider zélf ook trots op zijn. Ik hoop dat die trots uiteindelijk het elan van de beroepsgroep vergroot en daarmee weer nieuwe schoolleiders aantrekt, want die kunnen we héél goed gebruiken.”

Zijn er nog andere manieren om dat tekort terug te dringen?
“Hoe je het wendt of keert, we zitten met een gespannen arbeidsmarkt en dat betekent dat er bijna overal wel personeelstekorten zijn en zeker in het onderwijs. Het klassieke traject van starten als leraar en doorgroeien naar directeur levert te weinig aanwas op. Dus je kunt bijna niet om schooldirecteuren van buiten heen. Belangrijk is uiteraard dat zo’n zij-instromer over de juiste competenties beschikt, affiniteit heeft met onderwijs (en kinderen!) en wil investeren in een goede opleiding. Maar daarnaast kunnen mensen van buiten het onderwijs ook veel bieden qua kennis en kunde. Ik heb zelf natuurlijk ook geen ervaring als schoolleider en heb nooit voor de klas gestaan, maar ik neem wel een enorm portie politieke en leidinggevende ervaring mee, daarnaast weet ik heel goed hoe het onderwijs op beleidsniveau werkt en welke wegen er te bewandelen zijn om je doel te behalen. Op die manier hoop ik een verrijking te zijn voor de AVS en alle schoolleiders in Nederland.”

Wat blijft voor jou een heet hangijzer op scholen?
“Digitalisering. Wat gebeurt daar straks mee als corona achter ons ligt? Digitalisering is zeker niet zaligmakend, maar biedt veel kansen. Je kunt daarmee je lesprogramma bijvoorbeeld beter afstemmen op de behoeften van individuele leerlingen.”

Daarmee haak je in op een belangrijk thema: kansenongelijkheid. Hoe sta jij daarin?
“Veel mensen denken, omdat ik van de VVD ben, dat ik elitair ben. Het tegendeel is waar. Ik kom uit een relatief eenvoudige familie. Dat ik sta waar ik nu sta, heb ik mede te danken aan het onderwijssysteem van de jaren ’70 en ‘80. Dat heeft mij de mogelijkheid gegeven om mijzelf te ontwikkelen. Ik weet dus uit ervaring hoe belangrijk goed onderwijs is. Het stelt kinderen in staat hun talenten te ontdekken, te ontwikkelen en later hun eigen keuzes te maken. En met talenten bedoel ik niet dat iedereen altijd hoger en beter moet presteren. Talent is heel divers. Je kunt goed zijn in voor anderen te zorgen, handig zijn in van alles te repareren, te sporten, te zingen of te tekenen. Het gaat erom dat je doet waar je goed in bent. Ik denk dat onze nieuwe minister van Onderwijs, Dennis Wiersma, er net zo instaat. Hij is niet alleen een partijgenoot met een groot hart voor onderwijs, maar wil zich net als ik ook inzetten voor gelijke kansen voor álle kinderen. Ik heb maar meteen een lijntje bij hem uitgegooid om binnenkort af te spreken.”

Even terug naar digitalisering: veel kinderen hebben moeite met afstandsonderwijs.
“Ik zeg niet dat we moeten stoppen met fysiek onderwijs. Integendeel. Samen naar school gaan vormt een wezenlijk onderdeel van de ontwikkeling van kinderen. Dat helpt ze om sociaal vaardig te worden, te ontdekken dat niet iedereen hetzelfde is en hoe je met elkaar samenleeft en -werkt. Dat leer je niet achter een laptop. Tegelijkertijd heeft, zoals eerder gezegd, digitalisering veel te bieden als het gaat om het personaliseren van het onderwijs. Dat wordt makkelijker. ”

Een ander issue waar het onderwijs al langer mee worstelt, is de taal- en leesvaardigheid van leerlingen. Wat zouden schoolleiders kunnen doen om die dalende lijn stijgend te krijgen?
“Laat ik helder zijn: laaggeletterdheid en ook lage rekenvaardigheden vormen een groot probleem in Nederland. Goed taal- en rekenonderwijs is heel belangrijk. Tegelijkertijd ligt er heel veel op het bordje van scholen en daar lijkt elk jaar weer wat bij te komen. Dus de vraag kan ook zijn: moet er misschien iets af? Het lijkt nu soms alsof het onderwijs elk maatschappelijk probleem moet oplossen. Dat kan natuurlijk niet.”

Meer focus levert betere lezers op?
“Als schoolleider én als leraar moet je je altijd afvragen: wat heeft dit kind nodig om zich te ontwikkelen? Dat gaat op voor taal en rekenen, maar ook voor andere ontwikkelachterstanden bijvoorbeeld vanwege corona. Pak je na een lockdown de draad gewoon weer op, laat je de klas het boek openslaan bij hoofdstuk drie en dender je door? Of kijk je met elkaar wat kinderen hier en nu nodig hebben? Ik ben ervan overtuigd dat het gros van de schoolleiders een enorm hart heeft voor hun vak en zo ook naar onderwijs kijkt. Maar laten we met elkaar niet vergeten dat het om kinderen en hun ontwikkeling gaat. Dus stel jezelf de vraag: Wat hebben de kinderen nodig en kan ik dit als schoolleider organiseren? Ik hoop dat het antwoord dan luidt: ‘ja, dat kan ik.’ Schoolleiders maken echt het verschil.”

Verklaar je nader
“Iedereen heeft tijdens zijn schoolcarrière wel zo’n leraar gehad, die in jouw leven het verschil heeft gemaakt. Waarom is die ene leraar zo geweldig? Vanuit wetenschappelijk onderzoek laat zich dit nog lastig verklaren. Maar wat die studies wel laten zien, is dat schoolleiders een stukje van die magie mogelijk maken. Door de manier waarop zij in hun schoolleiderschap vormgeven, kunnen zij van een goede leraar een geweldige leraar maken en daar profiteren leerlingen van.”

Wat moet een goede schoolleider in huis hebben?
“Wat mij betreft moet een schoolleider drie dingen goed kunnen: inspireren, stimuleren en organiseren. Wat versta ik daaronder? Om als schoolleider te kunnen inspireren moet je weten wat er in de samenleving speelt en kennis over die wereld van buiten naar binnen weten te brengen. Stimuleren betekent vooral dat je vertrouwen en verantwoordelijkheid geeft aan je team en ze uitdaagt om zich verder te ontwikkelen. En goed organiseren betekent bijvoorbeeld dat medewerkers niet te veel administratie hoeven te doen of er allerlei neventaken bijkrijgen, maar zich kunnen focussen op hun belangrijkste taak: de ontwikkeling van leerlingen. Als je dat voor elkaar krijgt, dan werk je aan ‘elke dag een beetje beter onderwijs’ met een bloeiend en gedreven team.”

Ik hoor een voorzitter die heel veel zin heeft om aan de slag te gaan: zie je ook ergens tegenop?
“Natuurlijk zijn er dingen spannend. Dat heb je in elke nieuwe baan en juist ook in deze, omdat ik er écht voor schoolleiders wil zijn. En ja, ik heb zeker nog wat te leren, maar ook daar heb ik veel zin in.”

Karin in ‘t kort
Karin Straus (6 april, 1971) woont samen met haar echtgenoot en twee kinderen (dochter 16, zoon 13) in het Limburgse Roermond. Na het afronden van haar studie aan de Radboud Universiteit heeft zij lang bij DSM in diverse internationale HR-functies gewerkt en op verschillende plaatsen in Nederland gewerkt en gewoond. Omdat ze in haar werk haar maatschappelijke betrokkenheid onvoldoende kwijt kon, meldde Straus zich als lid bij de VVD en voor ze er erg in had, zat ze in de gemeenteraad. De politiek beviel haar. Vandaar dat ze vervolgens van 2010 tot 2017 in de Tweede Kamer heeft gezeten, eerst als zorg- en daarna als onderwijswoordvoerder. De afgelopen jaren heeft Straus voor een wervings- en selectiebureau gewerkt in de zorg en het onderwijs en was ze toezichthouder, ook in het basisonderwijs. Daarnaast zat ze vanaf 2019 tot onlangs in Provinciale Staten van Limburg. Als ze niet aan het werk is, wandelt ze graag met teckel Max of zingt ze, het liefst opera maar het mag ook iets van
Caro Emerald of Coldplay zijn.

Interessant?
Dit artikel stond in KADER , het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden exclusief ontvangen. Wil jij KADER ook op de deurmat hebben? Word lid of abonnee, ontvang voortaan een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.