In totaal was 84 procent van de leerlingen en 86 procent van de leraren vorige week op school. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder bijna duizend schooldirecteuren. Dat is zo’n tien procent minder dan twee weken daarvoor. Toch vinden de meeste scholen dat ze moeten openblijven. Dit sluit aan bij het OMT-advies van vandaag. “We zitten op een zelfde niveau als eind maart toen de scholen ook openbleven. Er worden vanaf deze week extra adviezen van het OMT opgevolgd, zoals geen ouders in de school en Sinterklaas wordt aangepast gevierd”, aldus AVS-voorzitter Petra van Haren.

Klassen naar huis of scholen dicht

Op 57 procent van de scholen werden gemiddeld 2,5 klassen naar huis gestuurd, twee weken geleden was dat nog 50 procent en 2,3 klassen. Slechts 1 procent van de scholen moest afgelopen week de school sluiten, dat was twee weken geleden 2 procent. Van Haren: “We zien dat in vergelijking met twee weken geleden op iets meer scholen klassen naar huis zijn gestuurd, maar minder scholen moesten helemaal sluiten. Vrijwel alle scholen zijn dus gewoon open.”

Aanwezigheid leerlingen en leraren

In totaal is 84 procent van de leerlingen afgelopen week op school geweest. Op vrijwel alle scholen (95%) ontbraken er wel een of meerdere leerlingen, waarbij driekwart van de afwezigheid te maken had met corona. Op 82 procent van de scholen zijn er leerlingen positief getest, gemiddeld betrof dit 9 procent van de geteste leerlingen. Op 5 procent van de scholen waren alle leerlingen op school.

In totaal 14 procent van de leraren ontbrak, waarvan zo’n driekwart wegens corona. Op vier van de vijf scholen ontbreken leraren. Op 53 procent van de scholen waren er leraren positief getest, het betrof in totaal circa 10 procent van de geteste leraren die positief werden bevonden. Daarmee liggen de cijfers in de buurt van eind maart.

Grootste zorgen

Schoolleiders zijn vooral bezorgd over het krijgen van voldoende leraren voor de klas, nog los van de vervangingen. Daarom riep de AVS eerder als één van de eerste onderwijsorganisaties op tot voorrang voor een boosterprik voor het onderwijspersoneel dat daar gebruik van wil maken. Van Haren: “Een kwart van de scholen lukte het niet om de reguliere formatie rond te krijgen, 40 procent heeft onvoldoende personeel om het Nationaal Programma Onderwijs goed in te vullen en 90 procent geeft aan geen vervangers te hebben. Het is daarom van extra groot belang om goed te zorgen voor het personeel dat er wel is.”

Nieuwe maatregelen

Een meerderheid (75%) geeft aan om bij nieuwe maatregelen door te gaan in het onderwijs zoals we dat nu doen en scholen open te houden waar dat kan of eventueel een week voor de kerstvakantie te plakken. “We weten dat kinderen het beste leren op school en zich prettig voelen met hun leeftijdsgenootjes. Veel schoolleiders willen dat de scholen open blijven zolang dat veilig kan, al zien ook veel schoolleiders dat het welbevinden van hun leraren onder druk staat”, zo zegt Van Haren. “Op veel scholen, zeker in het speciaal onderwijs, zal bij een sluiting vrijwel de hele school overschakelen op de noodopvang net als aan het einde van de eerdere lockdown. Zij vinden het rampzalig als de scholen dicht moeten, want onderwijs op afstand is vaak onmogelijk”.
 
De meeste schooldirecteuren zien liever geen directe sluiting, maar liever eerst andere maatregelen. Bij eventuele (vervolg) besluiten is er een aanzienlijke groep die een week eerder aan de Kerstvakantie zou willen beginnen, mede omdat de Kerstvakantie dit jaar laat valt is een verlengde Kerstvakantie minder in trek.

Werkdruk

“Veel schoolleiders zijn de afgelopen weken aan de lopende band bezig om de organisatie in de school goed te laten verlopen. Afstemmen met de GGD, BSO, ouders en bij uitval van leraren zorgen voor een vervanger”, aldus Petra van Haren. Ruim 95 procent van de schoolleiders ervaart een hogere werkdruk, waarvan de helft deze als ontzettend hoog beoordeelt. Met de wetenschap dat er door het gigantische personeelstekort op 90 procent van de scholen geen invaller meer te vinden is, vraagt dat veel creativiteit. “Zo hebben schoolleiders naast het sturen op de onderwijskwaliteit en de organisatie van het Nationaal Programma Onderwijs er veel taken bij vooral ook als crisismanager. Het is een vaak een wat onzichtbaar beroep, maar zij verdienen veel respect en leveren echt een topprestatie.”

Samenwerking met de GGD, BSO en ouders

Bijna de helft (47%) van de scholen vindt dat het overleg met de GGD goed verloopt, terwijl één op de vijf scholen vindt dat het overleg niet goed gaat. Regelmatig horen we dat GGD’s niet eenduidig in hun aanpak zijn. Twee derde van de scholen is tevreden over de samenwerking met de BSO en slechts 5 procent is hierover niet tevreden. Over de samenwerking met ouders zijn vier van de schoolleiders tevreden, volgens slechts 3 procent is de samenwerking niet goed.

Ventilatie

Op 58 procent van de scholen is de ventilatie op orde. Op 42 procent is dit nog niet het geval, maar kan het zijn dat dit nog in ontwikkeling is. Er is door de minister subsidie beschikbaar gesteld om de luchtkwaliteit op scholen te verbeteren. Daarvoor moeten scholen zelf 30 procent van de kosten betalen. “Veel scholen hebben daarvan gebruikgemaakt, maar dan kost het nog wat tijd voor het ook echt gerealiseerd is. Op sommige scholen is er echter geen geld, geeft de gemeente niet thuis en zitten de kinderen soms in ongezonde gebouwen. Dat is in tijden van corona niet heel handig. Het betekent ook in de winter ramen en deuren open en in sommige oude gebouwen betekent dit dat leerlingen letterlijk in de kou zitten”.

Gerelateerd nieuws